Nederland behaalt kleine winst op economisch terrein

De belangrijkste doelstelling van het Nederlandse EU-voorzitterschap op economisch gebied was ,,met nieuw elan ter hand nemen'' van hervormingen om zo de Europese economie duurzaam te versterken. Of dat is gelukt? Minister Brinkhorst (Economische Zaken) heeft in Brussel zeker krediet opgebouwd. In elk geval bij degenen die hervormingen (`Lissabon-strategie') hoog in het vaandel hebben. Voorzitter Hofheinz van de Lisbon-Council, een lobbygroep, noemt Brinkhorst een ,,bright spot'' in het EU-voorzitterschap.

Brinkhorst heeft vooral geprobeerd de Europese `raad voor de concurrentiekracht' – ministers die economische zaken, telecommunicatie en wetenschap in hun portefeuille hebben – nieuw leven in te blazen. Eerder had hij nog van een ,,Mickey-Mouseraad'' gesproken. Met informele diners en bilaterale contacten wilde hij een clubgeest creëren.

De Duitse minister Clement gaf toe dat hij zich had ,,vergist'' door vroeger vaak weg te blijven. Het lijkt geen toeval dat de raad vorige maand een belangrijk akkoord bereikte om grensoverschrijdende fusies in de EU te vergemakkelijken – belangrijk voor innovatie en concurrentie – na een Duitse concessie over medezeggenschapsregimes bij gefuseerde bedrijven. Belangrijke prioriteit van het voorzitterschap was ook vermindering van de administratieve lastendruk voor het bedrijfsleven. De raad voor de concurrentiekracht zette een eerste stap met een akkoord over een lijst van vijftien EU-richtlijnen die voor vereenvoudiging in aanmerking komen.

Over een goedkoop gemeenschapsoctrooi, essentieel voor het bevorderen van innovatie door bedrijven, werd opnieuw geen overeenstemming bereikt wegens onenigheid over het Engels als enige taal voor octrooien.

Het Nederlandse voorzitterschap wilde ,,substantiële vooruitgang'' boeken met de ontwerp-richtlijn voor een vrij dienstenverkeer, waarmee de interne markt moet worden voltooid. Brinkhorst probeerde brede steun te krijgen voor het beginsel dat voor dienstverlenende ondernemingen de regels van het thuisland gelden, wat volgens vakbonden tot sociale dumping leidt.

Bij transport en landbouw waren geen eclatante successen te melden. Even leek minister Peijs erin te slagen een akkoord over een Europees tolsysteem ('eurovignet') te bereiken, maar Frans verzet gooide op het laatste moment roet in het eten. Hervorming van het regime voor suiker, het meest beschermde landbouwproduct, werd ondanks pogingen van minister Veerman uitgesteld. Het illustreert slechts de beperkte macht van een EU-voorzitter.