Indigoblauwe Japanse kimono's

Een helderblauw schijnsel valt door de glazen toegangsdeuren. Tegen de wanden staan grote vitrines waarin kledingstukken, objecten en bedrukte doeken worden verlicht door felle spotjes. De textiele voorwerpen zijn onderdeel van de tentoonstelling Japanse indigo, kimono's en textielkunst 1825-2004 in het Wereldmuseum in Rotterdam.

De bescheiden, maar fraaie tentoonstelling is opgebouwd rondom stukken uit de eigen museumcollectie: bedrukte kimono's, doorgestikte mantels, versierd bedtextiel en kleurrijke inpakdoeken. Het woord `indigo' verwijst naar de plantaardige blauwe kleurstof die nog steeds wordt gebruikt voor het kleuren van spijkerbroeken.

De verf, afkomstig van gefermenteerde bladeren van de indigo plant, wordt in Japan al sinds de 4de eeuw gebruikt voor het kleuren van textiel. Aanvankelijk hulden alleen leden van de keizerlijke familie en samoeraivechters zich in indigoblauwe kleding. Maar sinds de negentiende eeuw is ook werkkleding blauw.

In een informatiemap worden – vrij summier – de verschillende kleur- en versiertechnieken uitgelegd: ikat, tie & die, stencildruk, appliqué en batik. Elke regio in Japan kent zijn specifieke kleurstellingen en motieven, soms bloemen en dieren, maar ook vaak grafische patronen. Het weven en verven staat zo hoog aangeschreven dat het ambacht is uitgeroepen tot `beschermd nationaal cultuurgoed' en de wevers en ververs tot de `levende nationale kunstschat' worden gerekend.

Recente aanwinst in de collectie van het Wereldmuseum is een in opdracht vervaardigde kimono. Het ambachtelijke productieproces heeft in totaal anderhalf jaar geduurd, vanaf het oogsten van de hennep tot en met het kleuren en weven. De lange maaktijd houdt verband met de seizoenen, waarbij de werking van zon en sneeuw van invloed zijn op bijvoorbeeld het verdiepen van de kleuren en het reinigen van weefvlekken.

Niet alle kledingstukken van de tentoonstelling Japanse indigo zijn blauwgekleurd. Beige is de kleur van een geborduurde gewatteerde kapuchon die tot ver over de schouders valt. Eveneens beige zijn de zogeheten Jika tabi, comfortabel gewatteerde laarzen met ingewerkte rubber zolen. Ze lijken op uggs, Australische laarzen van schapenbont die nu populair zijn bij jonge vrouwen. De veel elegantere Jika tabi worden in Japan door bouwvakkers gedragen.

Op Japanse indigo zijn intrigerende kledingstukken en andere textiel- en kunstvoorwerpen te zien, maar de uitleg had wel wat uitgebreider gekund. En vooral de nieuw verworven kimono en het intensieve productieproces ervan verdienen een meer centrale rol dan ze nu in het Wereldmuseum hebben gekregen.

Tentoonstelling: Japanse indigo, kimono's en textielkunst 1825-2004. T/m 2/10/2005, in: Wereldmuseum, Willemskade 25, Rotterdam. Open di t/m zo 12-17u. Inl 010-270 71 72 of www.wereldmuseum.rotterdam.nl