IHC Caland stoot scheepsbouw af

IHC Caland, gespecialiseerd in hoogwaardige technologie voor de olie- en gasindustrie en scheepsbouw, heeft de verkoop van zijn twee scheepswerven IHC Holland en De Merwede in handen gelegd van Rapar, een participatiemaatschappij van de Rabobank. Dat heeft IHC Caland vrijdag bekendgemaakt.

De onderhandelingen met Rapar en het management van de scheepswerven zijn in een dermate vergevorderd stadium dat IHC Caland ervan uitgaat dat beide werven zullen worden verkocht. Het is de bedoeling dat Rapar een minderheidsbelang krijgt in de twee werven en ook minderheidsaandeelhouder blijft. Het management en de werknemers van de scheepswerven zullen eveneens een minderheidsbelang krijgen. IHC Caland zelf zal voorlopig voor 18 procent aandeelhouder van de werven blijven.

De verkoop levert IHC Caland niks op, maar voorziet erin dat er in de toekomst wat de scheepsbouwactiviteiten betreft geen verplichtingen op IHC Caland meer zullen rusten. IHC maakt een boekverlies door de afsplitsing. het concern heeft de hoogte daarvan nog niet bekend gemaakt, maar zal het verlies verwerken in de resultaten van IHC Caland over 2004.

IHC Caland heeft de werven verkocht omdat de offshoreactviteiten, gericht op drijvende installaties die zowel olie produceren als opslaan, veel lucratiever zijn dan de scheepsbouw, waarin IHC Caland de afgelopen jaren zware klappen te verwerken heeft gekregen. Dieptepunt was het sluiten van de werf Van der Giessen-De Noord in Krimpen aan den IJssel, die wegens een gebrek aan orders en een verkeerde aanbesteding bij de bouw van een aantal schepen failliet werd verklaard. Daarbij verloren 400 werknemers hun baan.

De scheepsbouwdivisie is goed voor 31 procent van de 1,8 miljard euro omzet van IHC Caland. Er werken 2.300 mensen. Vorig jaar leed IHC Caland een verlies van 82 miljoen euro op zijn scheepswerven. Daar stond een winst van 149 miljoen euro op de offshoreactiviteiten tegenover.