Hospice voor joden die holocaust overleefden

In Amsterdam komt in 2005 het eerste joods hospice van Europa, een tehuis voor stervensbegeleiding. Er is aandacht voor overlevenden van de holocaust.

Tussen de verdiepingen pendelt een speciale `sabbatlift'. De keuken is gesplitst in een gescheiden vlees- en melkruimte. Water kan worden voorverwarmd. In de tuin komt misschien een apart mortuarium.

Deze voorzieningen zijn nodig om het gebouw geschikt te maken voor het toekomstige joods hospice `Immanuel', een gebouw waar terminale joodse patiënten op waardige wijze kunnen sterven. De speciale aanpassingen zijn nodig voor de sabbat. Scheppende activiteiten, zoals het indrukken van een liftknop, mogen op deze rustdag niet worden verricht.

Deze bouwtechnische aanpassingen passen geheel in het credo ,,steen volgt steun'' van Stichting Ankherplaats, die de investering voor het nieuwe joods hospice voor haar rekening neemt. Volgens dit motto behoort `het vastgoed' altijd het zorginitiatief te volgen, en niet andersom, aldus directeur B. Pijnappel van Ankherplaats.

,,Er bestaat nogal wat particulier initiatief, maar dat loopt vaak vast op financiering'', zegt Pijnappel. De Wet ziekenhuisvoorzieningen (WZV) voorziet niet in de financiering van particuliere initiatieven. Daarnaast zijn de meeste bestaande verpleeghuizen niet echt toegerust op palliatieve zorg (pijnverzachtende zorg, niet langer gericht op genezing), hooguit hebben ze aan het einde van de gang een kamertje waar terminale patiënten hun laatste dagen kunnen slijten.

Ankherplaats werd in 2000 opgericht als onderdeel van De Open Ankh uit Soesterberg, een werkverband op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg, de gehandicaptenzorg en de ouderenzorg. De stichting timmert flink aan de weg. In 2001 opende in Hilversum hospice Kajan zijn deuren, en sedert april jongstleden kunnen cliënten met hun familie ook in Dôme te Amersfoort terecht. Er bestaan plannen voor hospices in Groningen en in Utrecht. Aan de ontwikkeling van een toekomstig joods hospice wilde Ankherplaats graag meewerken – niet alleen uit ideële motieven, maar ook omdat het het eerste Europese joods hospice betreft. ,,Zo ijdel zijn we wel'' geeft Pijnappel onomwonden toe. Als alle vergunningen binnen zijn zal het hospice in de loop van 2005 worden gebouwd. Het huis zal volgens planning vijf tot zes bewoners kunnen opnemen, logeerruimte voor familie uitgezonderd.

Het plan voor een joods hospice is afkomstig van Sasja Martel en huisarts Ruben van Coevorden. Martel (1954), beoogd algemeen directeur van Immanuel, houdt zich al dertig jaar bezig met sterven en rouw. Haar idee voor een hospice rijpte bij bezoeken aan joodse hospices in Israël en de Verenigde Staten en aan bestaande, niet-joodse, hospices in Nederland en Duitsland.

Volgens Martel hebben toekomstige patiënten en hun familie ,,behoefte aan een veilig huis, een eigen joodse sfeer'' waarin de joodse feestdagen en de sabbat worden gerespecteerd. De doelgroep omvat, naast religieuze joden, ook niet-religieuzen met een joodse identiteit, die in een joodse omgeving willen sterven. Speciale zorg en aandacht gaan uit naar de laatste levensfase van de overlevenden van de holocaust.

Voor hospice Immanuel, een bijbelse verwijzing voor `God met ons', is actieve euthanasie uit den boze. ,,Dat past niet in de joodse zorgopvatting'', aldus Martel. Terminale sedatie behoort volgens overigens wel tot de mogelijkheden: ,,Het lijden wordt maximaal verminderd. De patiënt overlijdt niet aan een shot die je geeft, maar aan de ziekte.''

Maar is er wel behoefte aan een specifiek joods hospice? Er bestaan immers tientallen hospices en ook is er een omvangrijk joods zorgcircuit met onder meer het psychiatrisch verpleeghuis Sinaï Centrum in Amersfoort en het zorgcentrum Beth Shalom in Buitenveldert. Directeur M. Bloemendal van Beth Shalom oordeelt positief over het initiatief. Hij beschouwt het hospice als ,,een goede aanvullende faciliteit''. Overigens verwacht Bloemendal dat Immanuel vooral een jongere generatie patiënten zal aantrekken.

Meer dan bestaande hospices streeft Immanuel naar een breed draagvlak. In het comité van aanbeveling hebben oud-minister Borst van Volksgezondheid, de rabbijnen Lewis en Ten Brink en bisschop Van Luyn van Rotterdam plaatsgenomen. ,,Het is een heel nieuw initiatief. We wilden dat het breed werd gedragen. Je moet toch oppassen dat mensen gaan denken: ze zonderen zich af'', aldus Martel.