Het beeld

Roken op televisie valt sterk af te raden. Niet vanwege het slechte voorbeeld, of omwille van de gezondheid, maar omdat het een onprettige indruk maakt. Als je in een speelfilm een rechter een onsympathieke indruk wilt laten maken, moet je hem een sinaasappeltje laten eten. Zo demonstreert hij zijn superioriteit, dus kan zijn oordeel ook niet eerlijk zijn, denkt de kijker. In een talkshow moet de gastheer niet eten of roken, en liever ook niet drinken. De kijker vindt dat ongezellig.

Door voor elke camera een sigaret op te steken trotseerde Theo van Gogh niet zozeer de politiek-correcte antirooklobby alswel een ijzeren wet van beeldvorming. Hij koos voor de positie die filmnazi Erich von Stroheim in Hollywood bekleedde: The man you love to hate.

Gisteren zagen we Anil Ramdas omhuld door rookslierten, zijn kant op geblazen door medepresentator Stephan Sanders. Het duo dat drie jaar (1997-2000) voor de VPRO Het blauwe licht presenteerde, een discussieprogramma over beeldvorming op televisie, werd een eenmalige comeback gegund door Het geluk van Nederland (ook VPRO). Met twee gasten, Volkskrant-redacteur Rachida Azough en historicus Arend Jan Boekestijn, bespraken ze de roerige novembermaand. Het kan zijn dat Sanders een hommage wilde brengen aan Van Gogh, maar ik geloof toch dat het beeld eerder geduid moet worden als: quod licet Iovi non licet bovi, oftewel `kijker, u kunt me wat!'

We hadden de afgelopen weken best een mediakritisch programma kunnen gebruiken op tv. Ook De leugen regeert (VARA) had geen uitzendingen, dus miste ik Het blauwe licht, waarvan Ramdas achteraf in De Groene zei dat het een geheime multiculturele agenda had.

Het resultaat viel tegen. Het is een beetje laat om nu nog het optreden van Gerri Eickhof in de Linnaeusstraat en Andries Knevel met Abdul Jabbar van de Ven te bespreken. De twee orakels kwamen tot weinig houtsnijdende analyses, evenmin als de voorzichtiger formulerende gasten. Als je zo in grote lijnen `de media' wilt aanklagen, zul je specifieker moeten zijn, vooral ook in het bespreken van de visuele aspecten.

Aan scherpe, veelzeggende beelden ontbrak het ook in de aflevering van Tegenlicht (VPRO) over minister van Buitenlandse Zaken Bernard Bot. Zes maanden werd hij gevolgd door Bregtje van der Haak en Edmond Hofland, met de nadruk op zijn inzet voor de onderhandelingen met Turkije.

Bot lijkt een scherpzinnig man, meer diplomaat dan politicus. Net als eerder Duisenberg en Pronk stond hij Tegenlicht toe op veel plaatsen te filmen, maar nooit bij onderhandelingen of informele gesprekken. Het werd geen psychologisch portret, geen politieke analyse en slechts in beperkte mate een kijkje achter de schermen. Kijk, daar heb je Colin Powell, en ook Kofi Annan! Wat een hoop lijfwachten in al die gebouwen, en de minister vergadert met zijn staf in een vliegtuig! Voor een documentaire is meer vernuft vereist.

Om te weten wat precies Bots rol was, bijvoorbeeld in vergelijking met premier Balkenende, daarvoor moeten we de krant lezen.