Een zwemtoernooi met therapeutische waarde

De een ontbrak, de ander `bevroor' in Athene. Korte- baanzwemmen bleek voor Hinkelien Schreuder (21) en Marleen Veldhuis (25) het ideale medicijn tegen de olympische kater.

Het was `niet maar een kortebaantoernooi', nee, het was ,,een kortebaantoernooi, niets meer en niets minder''. Maak Ad Roskam, de voormalig topsportcoördinator van de Nederlandse zwembond, vooral niet wijs dat het draaien en het keren in een ingekort bassin weinig tot niets voorstelt.

Dag mag zo zijn, maar de oud-trainer van Karin Brienesse, tegenwoordig technisch adviseur bij sportkoepel NOC*NSF, loopt lang genoeg mee om te weten dat de grote (olympische) titels op de langebaan (50 meter) en níet op de kortebaan (25 meter) te verdienen zijn. Een zwemmer of zwemster wordt zeker internationaal pas voor `vol' aangezien zodra hij of zij één of meerdere langebaantitels op de erelijst heeft staan.

Kortebaanzwemmen heeft, eerstens en vooral, therapeutische waarde. Pieter van den Hoogenband, bij de NK kortebaan in Drachten de grote afwezige, beschouwt het racen in een 25-meterbassin als een speeltuin van en voor de start- en keerspecialisten. Maar het was datzelfde podium (EK kortebaan in Sheffield) waar het zondagskind van de Nederlandse zwemsport zes jaar geleden leerde winnen. Sindsdien rijgt VdH de titels op de langebaan aaneen.

Marleen Veldhuis hoopt het de olympisch kampioen over niet al te lange tijd na te kunnen zeggen. Hoe heilzaam het verblijf in een klein bassin kan zijn, bewees de 25-jarige sprintster twee maanden geleden bij de post-olympische WK kortebaan in Indianapolis, waar ze zegevierde op de 50 meter vrije slag. ,,Daar heb ik voor mezelf bewezen dat ik het wél kan'', erkende ze gisteren, op de slotdag van de driedaagse in Friesland.

Veldhuis beleefde in Athene een nachtmerrie. Gebrandmerkt als Nederlands op één na (zwemdiva Inge de Bruijn) grootste hoop verzoop de kopvrouw van Topzwemmen Amsterdam bijkans in het Griekse bassin op de individuele nummers. Het olympische monsterevenement maakte zo'n verpletterende indruk op de doorgaans broodnuchtere Twentse dat het, eenmaal in het water, leek alsof ze in een badkuip met stroop was ondergedompeld: ze was niet vooruit te branden.

Het was een klassieke val waar Veldhuis in was getrapt: fysiek wel, maar mentaal onvoldoende voorbereid. Vele sporters gingen haar voor, maar die wetenschap was slechts een schrale troost. Op een dergelijke beginnersfout zou ze niet meer betrapt worden, beloofde ze gisteren. ,,Ik heb mijn lesje nu wel geleerd.''

Alsof ze die woorden wilde onderstrepen, won Veldhuis vorige week drie gouden medailles (50 vrij, 4x50 vrij en wissel) bij de EK kortebaan in Wenen. In Drachten voegde ze vier titels (50/100/200 vrij en 4x100 wissel) toe aan haar erelijst. Maar trots was Veldhuis vooral op de verbetering van haar eigen Nederlands record op `de 200': 1.56,50 (was 1.57,11).

Wat bezielde haar om neer te strijken in wat ze gisteren zelf gekscherend ,,een uithoek'' noemde? ,,Marleen mag graag racen'', zei haar trainer Fedor Hes vooraf. Team Hes kan bovendien nog wel wat sponsors gebruiken. Hoe meer publiciteit, hoe beter, en dus ging het stralende boegbeeld ook in Drachten andermaal te water.

De gisteren besloten titelstrijd bood meer hoop en houvast dan het optreden van Veldhuis, en dat was goed nieuws. Een streepje licht kan de financieel noodlijdende zwemsport goed gebruiken in deze donkere dagen.

Maar ook in schaarste kan talent gedijen. Dat bewees Ranomi Kromowidjojo van de Groningse zwemclub TriVia. De vrije-slagspecialiste van Molukse afkomst verpulverde in Drachten het ene na het andere jeugdrecord. Het is verleidelijk haar uit te roepen tot 's lands grootste zwemtalent. Maar hoe verstandig is dat in het geval van een meisje van veertien?

Niemand die gisteren de polonaise wilde inzetten in zwembad De Welle. Ook jeugdbondscoach Marcel Wouda niet, maar: ,,Het is weliswaar `maar kortebaan', maar toch: dit toernooi bewijst men niet alleen harder, maar over het algemeen ook beter traint.''

Die woorden kan Hinkelien Schreuder beamen, nu de 21-jarige streekgenote van Veldhuis de spoken voorgoed uit haar hoofd lijkt te hebben verjaagd. `Athene' ging aan haar voorbij, drie jaar nadat de veelzijdige zwemster werd uitgeroepen tot Nederlands grootste sporttalent. Mentaal lag haar pupil met zichzelf overhoop, erkende haar coach Mandy van Rooden dit voorjaar na Schreuders `bevrijding' uit het kwajongensachtige entourage van de Philips-ploeg.

Eén ding weet de sensibele Schreuder inmiddels zeker: een leven geheel en al in dienst van de topsport à la Van den Hoogenband is niet aan haar besteed. ,,Hinkelien is een denkertje, die moet je niet opsluiten in een zwembad'', stelt Van Rooden. Afleiding heeft de Twentse nodig en dus pakte ze afgelopen zomer haar studie fysiotherapie weer op. Die stap leidde zowel in Wenen (tweemaal goud) als in Drachten (viermaal goud) tot een even hoopgevende als wonderbaarlijke wederopstanding.