De stem van een engel

Renata Tebaldi, die gisteren op 82-jarige leeftijd overleed in haar huis in San Marino, was naast Maria Callas een van de grootste naoorlogse sopranen. Ze had volgens haar ontdekker, de legendarische dirigent Arturo Toscanini, ,,de stem van een engel''.

Tebaldi, die als driejarige leed aan polio, groeide uit tot een elegante verschijning en zong in 1946 bij de heropening van de gebombardeerde Scala in Milaan. Daarna maakte ze een wereldcarrière in de Scala en in de Metropolitan Opera in New York, net als Maria Callas.

Renata Tebaldi had een van de allermooiste stemmen van de vorige eeuw. Ze klonk vloeiend licht en lyrisch, haar timbre was smetteloos fraai en egaal. Ze was puur vocaal zelfs ideaal in het grote Italiaanse repertoire van Verdi, Puccini, Cilea, Catalani en Mascagni. Haar plaatopnamen zijn van een tijdloze schoonheid en blijven de referenties voor stilistische kwaliteit.

Het was echter het lot van Tebaldi om altijd in één adem te worden genoemd met Callas, haar grote rivale met wie ze jarenlang geruchtmakende conflicten had. Ooit waren ze volgens Callas hartsvriendinnen, die kletsten over kleren, kapsels en repertoire. Maar sinds 1951, toen Tebaldi in Zuid-Amerika meer succes had dan Callas, liep de onderlinge concurrentie uit op de fameuze `oorlog in het rijk der hoge C'. In de Scala won Callas, wat leidde tot felle demonstraties van Tebaldi-fans. In de Met won Tebaldi, Callas werd daar zelfs ontslagen door intendant Rudolf Bing.

Callas noemde Tebaldi's stem `limonade' en die van haar zelf `champagne'. Bij het horen van een plaat van Tebaldi zei ze: ,,Wat een mooie stem, maar wie maalt erom?'' Toen Tebaldi in Chicago, met Callas in de zaal, tijdens Aida net begon aan haar grote aria O patria mia, maakte Callas een scène: ze was een juweel kwijt en riep om een suppoost om te helpen zoeken.

In 1968 sloten de twee sopranen vrede: Callas complimenteerde Tebaldi na een optreden in Cilea's Adriana Lecouvreur. Tebaldi verklaarde na de dood van Callas in 1977 alle onmin tot mediaverzinsels.

[vervolg TEBALDI: pagina 8]

TEBALDI

Vloeiende schoonheid van zachte Tebaldi

[vervolg van pagina 1]

Het imago van de gisteren overleden Italiaanse sopraan Renata Tebaldi is onlosmakelijk verbonden met dat van haar grote rivale, Maria Callas.

De carrières van Tebaldi en Callas gingen vrijwel gelijk op. Ze begonnen beiden vlak na de oorlog, ze zongen in dezelfde theaters vaak dezelfde rollen en ze vochten erom in een tijdperk waarin sopranen nog veel belangrijker waren dan tenoren. Tebaldi stopte in 1973 ,,nu mijn stem nog gaaf is'', terwijl Callas toen met haar geruïneerde stem een afscheidstour maakte.

De strijd tussen Tebaldi en Callas had ook een grotere betekenis dan de roddels en de foto's van de paparazzi suggereerden. Die stond voor een conflict tussen twee totaal verschillende stemsoorten, en vooral voor twee opvattingen over opera, drama, zingen en het vertolken van rollen in een tijd dat regisseurs nog niet oppermachtig waren en zangers zelf met heel hun persoonlijkheid de voorstelling maakten of braken.

De zachtaardige Renata Tebaldi richtte zich met haar ideaal klinkende stem vooral op een vloeiende vocale en muzikale schoonheid, al kreeg die op beslissende momenten bij grotere intensiteit een dramatische dimensie.

Callas, die om esthetische redenen nooit een mooie noot heeft gezongen, ging het met haar pregnante stemgeluid en pure expressiviteit uitsluitend om het diepste drama.

De rivaliteit tussen Tebaldi en Callas heeft lange tijd het zicht ontnomen op de innerlijke kwaliteiten van Tebaldi's zingen. Maar juist de strijd met Callas heeft de betekenis van Tebaldi versterkt en verschafte haar in de operageschiedenis een historische rol. Haar naam kreeg iets extra's boven die van andere zeer goede sopranen als Renata Scotto en Mirella Freni, zelfs boven die van veel `Callassiaansere' sopranen als Magda Olivero en Anita Cerquetti.

De triomf van Tebaldi was dat ze zich kon handhaven naast Callas, een uniek fenomeen in de operahistorie.

Callas wees met haar op interpretatie gerichte optreden regisseurs een nieuwe weg. Tebaldi nam op haar 80ste nog hartstochtelijk stelling tegen eigentijdse operavoorstellingen die niets te maken hebben met het werk van componisten. ,,Arme Verdi en Puccini, ze moeten zich in hun graf omdraaien.''

Twee keer trad Tebaldi op in het Amsterdamse Concertgebouw, in 1962 tijdens het Grand Gala du Disque, en in 1974, toen slechts met pianobegeleiding. In 1962 bleek dat de 'zachte' Tebaldi ook hard kon zijn: zelfs twaalf minuten frenetiek applaus konden haar niet vermurwen tot één enkele toegift.