Chapati's en cola

Vier correspondenten in den vreemde vertellen hoe Kerstmis in hun land wordt gevierd. Vandaag, als eerste, het kerstfeest in Kenia.

Kerstmis zou in Kenia beter een paar maanden eerder kunnen vallen; niets op aarde roept aan het einde van het jaar op tot feest. In december is het droog en heet, het hartje van de Afrikaanse zomer. Het gure weer op het noordelijk halfrond drijft Europeanen naar sociale warmte rond de kerstboom. In Oost-Afrika beginnen nomaden hun trektochten door karige landschappen en ook de boertjes maken zich op voor magere tijden. Geen goede tijd voor genoegzaamheid, misschien is daarom Kerstmis altijd een geïmporteerd feest gebleven, in vroegere tijden meegebracht door sneeuwwitte missionarissen.

Rond Kerstmis ogen de steden als kerkhoven. De Afrikaanse staten zijn, op een paar uitzonderingen na, nog overwegend landbouwlanden. Veel stadbewoners zijn trekarbeiders, verschoppelingen van het overbevolkte platteland werkzaam voor de rijken in de steden. Met Kerstmis stromen ze massaal terug naar hun geboortedorpen en eventjes lijken de urbane gebieden weer op een kwart eeuw geleden, toen er in Afrika nog geen autofiles stonden.

Bij de kassa's in de supermarkten liggen kerstpakketten. Niet met kalkoenen, taarten of puddingen, maar met een kilo suiker, een pakje theebladeren, een fles bakolie en een zak meel. Een jaarlijkse aalmoes, een kerstpresentje van de rijke voor zijn personeel, voor zijn huishoudelijke knechten: de tuinjongen (de tuinman), de huisjongen (de schoonmaker), de keukenmeid (kok) of de babysitter (de opvoedster).

In de boerendorpen gaan de christenkinderen op kerstavond zingend langs de huisjes, een tocht die eindigt bij het altaar. De volgende dag is het tijd voor boerenweelde. Ouders geven hun kinderen nieuwe kleren, de enige voor het jaar, en een paar schoenen. Voor het feestmaal is een kip geslacht en grootmoeder maakte voor de gelegenheid chapati's (pannenkoeken). Het hoogtepunt moet dan nog komen: een flesje cola na de maaltijd.

Een koude kerst is alleen weggelegd voor de in Kenia woonachtige buitenlanders, die in vliegbakken vol naar Europa vertrekken. Vanuit tegengestelde richting komen hordes verkleumde toeristen zich opwarmen in de tropen. Voor hen steken de Kenianen een met kunstsneeuw besproeide kerstboom in het palmenstrand. In de toeristenindustrie werken honderdduizenden Kenianen. Voor hen is december een dankbare maand, want welgestelde bezoekers geven ruimhartig fooien.

Maar de echte kerstsfeer, nee die leeft niet in Kenia. Misschien zou het goed zijn het feest een paar maanden eerder te vieren. In oktober bijvoorbeeld, dan is de wereld blauw gekleurd door de jacaranda. In de straten en op het platteland, in een wanhopige poging zijn nageslacht te verzekeren, legt de jacaranda zijn mantel af en spilt zijn zaad op kurkdroge grond. Tot de regens verlossing brengen en het blauw wegspoelt. Dit spektakel, in nuance gebracht door de rode pluimen van de flame tree, blijkt ieder jaar weer een genot voor het oog, een ongekunsteld nieuw begin na maanden afsterving.