Authentieke Jantjes spelen op stormkracht

,,'t Wordt tijd om een potje te galmen!'' zegt De Mop tegen Na Druppel – en daar gaan ze weer, de straat op, om zingend hun karige boterham bij elkaar te scharrelen. Net als al die anderen in de Jordaan van tachtig jaar geleden, want een vetpot is het daar voor niemand. Sommige jongens tekenen van de narigheid zelfs voor zes jaar dienst in de Oost, al kan dat ook te maken hebben met liefdesverdriet. Maar hoe hoog de emoties soms ook oplopen, er is altijd wel weer aanleiding om te zingen. Dit is, kortom, de wereld van De Jantjes.

Zeven jaar geleden bracht het theaterbedrijf van Joop van den Ende het aloude volksstuk met zang en dans ook al uit, toen in een bewerking van Ivo de Wijs, geregisseerd door Eddy Habbema. Het resultaat was een hybride voorstelling, die ergens halverwege tussen psychologisch drama en smeuïg volkstoneel bleef hangen. Habbema maakte geen keuze. Dick Hauser, die een nieuwe bewerking van Allard Blom regisseert, heeft wel gekozen. Aan alles is te zien, dat hij de authentieke eenvoud wilde terugbrengen, en ook alle ruimte wilde geven aan de schrille misstanden die Bouber schilderde. Een lach en een traan, dat moest het worden.

Het oorspronkelijke script, dat inmiddels nogal gammel was geworden, is wat strakker getrokken, terwijl aan de legendarische liedjes van Louis Davids en Margie Morris nieuwe nummers zijn toegevoegd. Niet alleen de twee extra hits uit de verfilming van 1934 (Draaien en Omdat ik zoveel van je hou), maar ook veel latere successen van Lou Bandy (Als ik in mijn klamboe lig te dromen), Wim Sonneveld (Poen) en Johnny Jordaan (Jordaanwals). Op het eerste gezicht nogal onnodig, maar een echte stijlbreuk kan ik die wonderlijke toevoegingen niet vinden – ze zijn redelijk passend gemaakt. En ook een nieuw liedje van Thé Lau over vriendschap heeft genoeg charme om probleemloos in de handeling te worden opgenomen.

Storender is de nadrukkelijke manier waarop Hauser de melodramatische kanten van De Jantjes laat zien. In veel scènes wordt op stormkracht geacteerd, om maar niets van de emoties verloren te laten gaan. Dat leidt enerzijds tot een vurige vechtpartij, die niets aan geloofwaardigheid te wensen overlaat, maar ook tot te veel overdadig geheven armen, geschreeuw en getier. Bovendien zet een van de drie Jantjes (Dennis Overeem) continu een zeurderig stemmetje op, dat gisteren tijdens de première veel hilariteit oogstte, maar de rol tot een raar typetje maakt. Beter vind ik Hugo Metsers III en István Hitzelberger als zijn twee kompanen – echte jongens met een braniekraag, die door de meiden zo graag gezien worden. En van die meiden valt vooral Birgit Schuurman op, die haar baaien rok met flair draagt en zich gretig vastbijt in haar liedjes.

In een kleinere rol dan voorheen doet ook Carry Tefsen weer mee – bijna hors concours, want zij woont zo ongeveer in dit repertoire. Sylvia Alberts doet als Na Druppel trouwens niet voor haar onder; ook zij wentelt zich met de allure van de ware routinier in haar scènes. Naast haar houdt Bob Fosko zich behoorlijk staande als De Mop, hoewel hij is uitgedost als een aan lager wal geraakte circusdirecteur. Mooi tragikomisch is verder het kelnerrolletje van Dick Schaap.

Begeleid door een vijfmansorkestje onder leiding van Willem Ennes, waarin de accordeon terecht de toon zet, komt deze nieuwe versie van De Jantjes dichterbij het origineel dan de vorige. En dat maakt veel goed.

Voorstelling: De Jantjes, door Joop van den Ende Theaterproducties. Muziek o.l.v. Willem Ennes. Regie: Dick Hauser. Gezien: 19/12 in Theater a/d Parade, Den Bosch. Tournee t/m 12/6. Inl. (0900) 3005000, www.musicals.nl