Anatoom van de macht

,,Ik besefte niet dat het land wordt bestuurd door twee mannen van wie ik nog nooit had gehoord'', zei de bejaarde Lord Rothschild, bankierszoon, oud-spion en Shell-topman, toen hij in 1970 adviseur werd van premier Heath. Hij bedoelde de twee topambtenaren die nooit het nieuws halen, maar wel uitmaken wat de regering heet te beslissen. Dat een Rothschild, zelf synoniem met het establishment, geen weet had van een establishment-in-het-establishment, is veelzeggend. En wat wíj nu van allebei weten is deels te danken aan het tegels lichten van de Britse journalist Anthony Sampson, die zaterdag op 78-jarige leeftijd overleed.

,,Onschuld is een prachtig wapen'', zei hij in 1987 tegen deze krant over zijn pionierwerk uit de jaren vijftig. Hij wilde weten hoe de `oudste democratie op aarde' de macht had verdeeld en sprak daartoe met honderden movers and shakers: een destijds uniek journalistiek fenomeen. ,,Ik was verbaasd hoe ver ik kwam met het stellen van naïeve vragen.''

Zijn speurwerk leidde in 1962 tot Anatomy of Britain, een plattegrond van de macht: het een old boys' network van ambtenaren, rechters, bankiers, officieren, bisschoppen en erfadel die naar dezelfde scholen waren geweest en nauwelijks verantwoording hoefden af te leggen. Zijn paradox: ,,De meest gerespecteerde instellingen zijn het meest ongevoelig voor democratische principes.''

Sampson had toen al zijn sporen verdiend bij The Observer en in Zuid-Afrika. Hij was hoofdredacteur van Drum, een tijdschrift in Johannesburg waarin de zwarte intellectuele elite de apartheid bestreed. Hij hield er zijn vriendschap aan over met Nelson Mandela, wiens biografie hij schreef. Hij bleef steeds geïnteresseerd in de ware aard van de macht, politiek en zakelijk, en de legitimiteit ervan. Zijn boeken over bank-, olie- en telecomsector (waaronder het Amerikaanse ITT) gelden als standaardwerken. Dat geldt veertig jaar later ook nog steeds voor Anatomy: grofweg elke tien jaar schreef hij een geactualiseerde versie.

Dit jaar verscheen deel vier: Who Runs this Place? De nieuwe macht ziet er anders uit: tycoons, kerk, leger en Eton hebben minder te zeggen. Maar zijn conclusie is vrijwel identiek: het nieuwe establishment – aan de top een machtige premier en zijn ongekozen adviseurs die het parlement negeren – let meer op peilingen dan publieke dienstbaarheid en, in het nieuwe terreurtijdperk, de burgervrijheid. Soms leek hij bijna terug te verlangen naar zijn oude establishment.