Alternatieve Zuiderzeelijn: snelle bus

Een bus die met 250 kilometer per uur rijdt tussen Amsterdam en Groningen, kan een alternatief zijn voor de dure treinverbinding die na de publicatie van het rapport van de commissie-Duivesteijn aan kritiek blootstaat.

Een aparte betonnen weg moet mogelijk maken dat de zogeheten Superbus met een snelheid van rond de 250 kilometer per uur de afstand tussen Groningen en Amsterdam overbrugt. De sterk gestroomlijnde bus biedt ruimte aan twintig tot dertig passagiers, die in drie rijen naast elkaar zitten. Een elektromotor zorgt in principe voor de aandrijving, de benodigde elektriciteit komt uit accu's of van een dieselmotor.

Dat is in grote lijnen het plan waar voormalige ruimtereiziger prof. dr. Wubbo Ockels de komende jaren zijn tanden in wil zetten. De hoogleraar in zowel Delft als Groningen is van mening dat een hogesnelheidsbus grote voordelen heeft boven alternatieven als de hogesnelheidstrein, de magneettrein en de Philaeus bus, die momenteel in Eindhoven proefrijdt.

Zo is de Superbus betrouwbaarder dan bijvoorbeeld de trein, is het mogelijk om `van deur tot deur' te rijden en met moderne techniek is ook bij hoge snelheden een hoge mate van comfort te garanderen. Dit is mogelijk dankzij een proactief veersysteem, dat gebruikmaakt van een zelfaangelegde database over de kwaliteit van de af te leggen weg. Zo `weet' de bus wanneer er een hobbel in het traject aan komt, zodat de vering direct kan reageren op eventuele oneffenheden.

,,We maken daarnaast gebruik van de meest geavanceerde radartechniek, die ook in gebruik is voor de detectie van mijnen'', aldus Ockels. ,,Er komt een radar op de bumper die een paar honderd meter vooruit kan kijken. Als er iets onbekends op de weg ligt, bijvoorbeeld een steen, remt de bus af.''

Voor een deel zal de Superbus gebruikmaken van het bestaande wegennet, inclusief bruggen en tunnels. Daarnaast komen er speciale betonbanen, vooral op plaatsen waar de aanleg eenvoudig mogelijk is, bijvoorbeeld in de Flevopolder of op oude spoortrajecten.

Volgens Ockels is de Superbus ook uit milieuoogpunt aantrekkelijker dan de gangbare snelle concurrenten, onder meer doordat de landschappelijke aantasting gering is en doordat de bus erg zuinig kan rijden.

,,Het is een misverstand dat ijzer op ijzer altijd zoveel gunstiger is dan rubber op beton door de geringe rolweerstand'', aldus Ockels. ,,Dat is alleen waar tot snelheden tot ongeveer 100 kilometer per uur. Daarboven gaat de aƫrodynamische weerstand een veel grotere rol spelen. Vandaar dat we de nadruk leggen op een sterk gestroomlijnde uitvoering.''

Ockels heeft aan het ministerie van Verkeer en Waterstaat 3 miljoen euro gevraagd om de Superbus te kunnen ontwikkelen. Over drie jaar zou de bus moeten gaan rijden.