Het nieuws van 19 december 2004

Wisselgeld

Leo Prick verdedigt de laksheid van minister Maria van der Hoeven met als argumenten de puinhoop die zij aantrof en het gezichtsverlies van vooral politici die voor deze puinhoop verantwoordelijk zijn (W&O, 11 dec). Leraar Van Haperen wijst erop dat deze minister de oplossing zoekt in dereguleren en het leggen van de verantwoordelijkheid bij de scholen (NRC Handelsblad, 4 dec). Maar bij de grote scholen – die sterk de overhand hebben – zijn juist de mensen aan de macht die van de rampzalige onderwijsontwikkelingen geprofiteerd hebben. Dereguleren is daarom slechts onder twee voorwaarden een uitstekend idee: Het niveau moet bewaakt worden door een zwaar wegend landelijk examen en er moet concurrentie komen. Niet tussen de grote scholen met hun megalomane managers maar tussen de grote scholen en kleine scholen en natuurlijk de kleine scholen onderling. De minister moet daarom het starten van een gesubsidieerde kleine school vergemakkelijken. Voor het vwo kan dat direct zonder enig risico. Daarvoor bestaan al twee voor vwo-leerlingen en hun ouders zeer aantrekkelijke opties: Eén optie is een landelijk dekkend maaswerk van kleine samenwerkende Gymnasia te laten ontstaan. Met elkaar en in contact met de universiteiten hebben deze scholen voldoende knowhow om voor slimme gemotiveerde kinderen een goed programma op te bouwen. Veel mazen bestaan reeds en de samenwerking is er ook al. Een andere optie is de opleiding voor het fameuze International Baccalaureat te subsidiëren. De kosten kunnen best meevallen want als je daar aparte scholen voor opricht heb je weinig overhead, hoef je geen lachwekkend beleidsplan te maken en zul je maar weinig hoeven te vergaderen. Alles is al zeer goed geregeld in Genève. Schoolgeld is acceptabel.

Vergelijken islamofobie met antisemitisme onhoudbaar

De stelling van rabbijn Soetendorp `Islamofobie is vergelijkbaar met antisemitisme' (Opinie & Debat, 11 december) lijkt me onhoudbaar. Van een overeenkomst kan namelijk alleen worden gesproken als de achterliggende oorzaken vergelijkbaar zijn, hetgeen niet het geval is. Er bestond in de jaren '30 van de twintigste eeuw bijvoorbeeld geen joods terrorisme, er waren geen fanatieke joden die het parlement middels doodsbedreigingen ontwrichtten, er waren geen rabbijnen die in de synagoge haat zaaiden tegen het Westen, of adviseerden homo's van het dak te gooien, enz. Voor het antisemitisme bestond, om kort te gaan, geen enkele rechtvaardiging en was dan ook, voorzover in Nederland aanwezig, volledig door de nazi's geïmporteerd. De vergelijking is dus niet alleen onterecht, maar ook ongepast. Het probleem voor Soetendorp, en voor velen met hem (zoals Dijkstal), is het feit dat de islam een religie is, en geen `gewone' totalitaire stroming, zoals bijvoorbeeld het fascisme of het nationaal-socialisme. Hoe veel gemakkelijker zou het dan zijn, zeker voor de `linkse kerk', om facetten van deze stroming subiet te veroordelen, terwijl dat nu onmogelijk lijkt door het etiket `religie' dat erop is geplakt.

Misschien is het verbodsartikel in de Grondwet over discriminatie op grond van ras of geloofsovertuiging hier ook debet aan. Ondoordacht is dit artikel, omdat ras en geloofsovertuiging er in één adem genoemd worden, waardoor negatieve kritiek op een andere religie dikwijls, en ten onrechte, als racisme wordt afgedaan. Onvolledig is het, omdat het verbod onvoorwaardelijk moet zijn voor wat betreft ras, maar voorwaardelijk voor wat betreft geloofsovertuiging, omdat er nu stilzwijgend achter kan worden gedacht: `ongeacht hoe misdadig die overtuiging ook is'.

Laconieke houding over China is dooddoener

Het hoofdredactionaal commentaar op de economische tijgersprong van China (`Wie is bang voor China?', 8 december) gaat gebukt onder eenzijdigheid. Weliswaar toont u zich om goede redenen gematigd optimistisch over de vooruitzichten van milieubescherming en arbeidsomstandigheden in China, maar voor ,,het overige'' heeft u geen beter advies dan ,,niet bang zijn''. Dat is niet terecht, want ,,het overige'', dat is nogal wat. Zo is de kans aanwezig dat de Europese Unie op niet al te lange termijn uit economische overwegingen een einde maakt aan het wapenembargo tegen China. Dat zou een belangrijke eerste stap kunnen zijn op weg naar wapenleveranties aan een land dat nog maar vijftien jaar geleden het leger inzette tegen zijn eigen bevolking. Ik gun China van harte de ,,fatsoenlijke levensstandaard'', waarvan u hoopt dat zij het gevolg is van de handel met Europa, maar tegelijkertijd ben ik bijzonder nieuwsgierig naar de mening hierover van de 23 miljoen inwoners van Taiwan. Zouden zij mogelijke, door Europa aan China geleverde raketten ook beschouwen als bijdrage aan een ,,fatsoenlijke levensstandaard''?

Onvermeld bleef ook de aanhoudende schending van de mensenrechten en het gebrek aan democratie in China. Natuurlijk heb ook ik goede hoop dat op dit terrein vooruitgang zal optreden dankzij de economische groei, maar voorlopig is het nog niet zover.

Aangezien deze kwesties onlosmakelijk zijn verbonden met de opkomst van China als economische grootmacht, verdienen zij een plek in uw commentaar. Ze afdoen met de dooddoener ,,niet bang zijn'', maakt een laconieke indruk.