Wisselgeld

Leo Prick verdedigt de laksheid van minister Maria van der Hoeven met als argumenten de puinhoop die zij aantrof en het gezichtsverlies van vooral politici die voor deze puinhoop verantwoordelijk zijn (W&O, 11 dec). Leraar Van Haperen wijst erop dat deze minister de oplossing zoekt in dereguleren en het leggen van de verantwoordelijkheid bij de scholen (NRC Handelsblad, 4 dec). Maar bij de grote scholen – die sterk de overhand hebben – zijn juist de mensen aan de macht die van de rampzalige onderwijsontwikkelingen geprofiteerd hebben. Dereguleren is daarom slechts onder twee voorwaarden een uitstekend idee: Het niveau moet bewaakt worden door een zwaar wegend landelijk examen en er moet concurrentie komen. Niet tussen de grote scholen met hun megalomane managers maar tussen de grote scholen en kleine scholen en natuurlijk de kleine scholen onderling. De minister moet daarom het starten van een gesubsidieerde kleine school vergemakkelijken. Voor het vwo kan dat direct zonder enig risico. Daarvoor bestaan al twee voor vwo-leerlingen en hun ouders zeer aantrekkelijke opties: Eén optie is een landelijk dekkend maaswerk van kleine samenwerkende Gymnasia te laten ontstaan. Met elkaar en in contact met de universiteiten hebben deze scholen voldoende knowhow om voor slimme gemotiveerde kinderen een goed programma op te bouwen. Veel mazen bestaan reeds en de samenwerking is er ook al. Een andere optie is de opleiding voor het fameuze International Baccalaureat te subsidiëren. De kosten kunnen best meevallen want als je daar aparte scholen voor opricht heb je weinig overhead, hoef je geen lachwekkend beleidsplan te maken en zul je maar weinig hoeven te vergaderen. Alles is al zeer goed geregeld in Genève. Schoolgeld is acceptabel.

Twee oplossingen liggen voor het grijpen om voor het vwo een einde te maken aan de gelijkheidsgekte. En wat doet de minister? Ze ontraadt de kamer om alle vwo-ers in spe toe te staan een opleiding voor het IB te volgen. Ze hemelt gebeurtenissen op die haar toevallig in de schoot vallen. Ze is net zo trots op de score van Nederland bij de PISA-toets wiskunde als op een toevallige dip in het aantal voortijdige schoolverlaters. Maar het buitenland maakt geen verschil tussen rekenen en wiskunde en de eer voor de goede wiskunde-resultaten komt het basisonderwijs toe. Ze houdt de schijn hoog. Ze durft het echter niet aan om door het ruimte geven aan tegenkrachten monopolies te breken, gevestigde belangen te bedreigen en reputaties te schaden. Jammer. Want als je kiest voor laisser faire, laisser aller, dan moet je dat wel goed doen.