Voetriempjes

De Vlaamse sportjournalist Karel van Wijnendaele was tussen de twee wereldoorlogen schakel tussen de wielersport en de Vlaamse Beweging. Hij richtte in 1912 de krant De Sportwereld op en `verzon' in 1913 de Ronde van Vlaanderen. Frederik Backelandt studeerde af op deze man en won daarmee de Vlaamse Scriptieprijs 2004.

Backelandt geeft een sterk voorbeeld van de verstrengeling van het Belgische wielrennen met de politiek. Hij schrijft over de Tour de France, die dit jaar door Wallonië kwam. Langs de route hingen 22.000 Waalse vlaggen. Het massaal uitdelen van hanenvlaggen was een initiatief van de Waalse minister-president Jean-Claude Van Cauwenberghe. Het vlaggengezwaai moest `de Waalse identiteit' promoten. Het leek het Waalse antwoord op de wildgroei van Vlaamse leeuwenvlaggen langs het traject van voorjaarsklassiekers als de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. ,,Ik kan de Vlaamse Leeuw niet verbieden, maar wél overtroeven'', had een strijdvaardige Van Cauwenberghe zijn opmerkelijke tegenoffensief al een maand vóór de doortocht van de Tourkaravaan aangekondigd.

Maar dat staat in geen verhouding tot het interbellum, meent Backelandt. ,,Dát was een tijd waarin de Vlaamse pedaalridders de pannen van het dak reden. Dát was een tijd waarin wielrennen niet zomaar sport was.'' En dat kwam vooral door Van Wijnendaele, pseudoniem van Karel Steyaert (1882-1961).

Zijn hele leven was hij gek van wielrennen én schrijven. Omdat het tweede hem zichtbaar beter afging, stortte hij zich hierop. In 1912 begon hij De Sportwereld, waarbij hij zich spiegelde aan de Franse sportjournalist Henri Desgrange, grondlegger van de Tour de France. Een jaar later stapte Van Wijnendaele in zijn voetsporen met de verwekking van de Ronde van Vlaanderen.

,,Hij voelde heel veel voor het zwart en geel in de Belgische driekleur'', schrijft Backelandt. ,,Die overtuiging leefde ook door in zijn sportkrant. Die werd het verlengstuk van zijn Vlaamsgezinde denkbeelden. Op een haast vanzelfsprekende wijze werd in de artikelen van Van Wijnendaele en co een Vlaamse identiteit gevormd, afgebakend, ingevuld en uitgedragen. Het is het relaas van een nationalisme in voetriempjes.''

Een man aan wie ik meteen dacht bij het vernemen van deze scriptie was J.C. Schröder. Van 1902 tot en met 1922 leidde hij De Telegraaf, maar werd vooral bekend als Barbarossa, Roodbaard en van de rubriek `Dagboek van een Amsterdammer'. Eind negentiende eeuw was hij een beroemde voetballer en cricketer. Naast sport schreef hij over theater, Amsterdamse gemeentepolitiek en alles wat hem voor de voeten kwam. Tijdens de Eerste Wereldoorlog keerde hij zich dag in, dag uit tegen de Duitsers. Dat deed hij zo overtuigend dat de regering besloot hem in het gevang te gooien om te voorkomen dat de Nederlandse neutraliteit in gevaar kwam.

Sportjournalisten met zoveel invloed zijn meer dan de moeite waard om te bestuderen. Van Wijnendaele is nu gedaan; op naar Schröder.

jurryt@xs4all.nl