Tiravanija laat in leegte de woorden werken

Lopend door de Rirkrit Tiravanija-tentoonstelling in Museum Boijmans ondergaat de toeschouwer een vreemde sensatie. Ineens namelijk, kan die beseffen hoeveel een museum soms op een dierentuin lijkt – en niet alleen omdat deze expositie vol staat met hokken. Je beseft ook dat je in een museum vaak op zoek gaat naar prikkels die het `echte' leven zelden biedt. Sensaties van natuurlijkheid, van verrassing en ontroering bijvoorbeeld, maar als je ze vindt, blijken ze vaak getemd en gestileerd. Niet het echte leven maar een aftreksel.

Precies dit dilemma probeerde de generatie kunstenaars waar Tiravanija (1961) deel van uitmaakt en die begin jaren negentig opkwam, te ondervangen. Zo organiseerde Tobias Rehberger een discotheek in een museum en bouwde Olafur Eliasson een uitkijktoren op de Biennale. Tiravanija zelf werd vooral bekend doordat hij regelmatig noedels en garnalen en mosselen voor galerie- en museumbezoekers kookte. Dat deed hij in de hoop kunst en leven weer bij elkaar te brengen, ze elkaar te laten opstuwen, zodat de toeschouwer beide intensiever zou beleven. Kunst moest je niet gestold in een museum bekijken. Je moest het beleven. Niet als kunst, maar als het leven zelf.

Dat er wel wat nadelen zaten aan dat concept wordt duidelijk nu Museum Boijmans een oeuvre-overzicht van Tiravanija heeft georganiseerd. Dat leek al van tevoren een raar idee: hoe maak je een overzicht van een oeuvre dat bestaat uit unieke gebeurtenissen? De grappen over beschimmelde kliekjes en rottende garnalen waren niet van de lucht, maar in die val is Tiravanija niet getrapt. Hij vond een originelere oplossing: hij toont niks. Leegte. De volledige expositie, die een groot deel van de bovenverdieping beslaat, bestaat uit kale hokken van goedkoop hout, waarin alleen maar bordjes hangen die aangeven welke `historische' Tiravanija-tentoonstelling zogenaamd in deze ruimtes wordt herschapen. Verder is het leeg.

Voor veel toeschouwers is dit echt zo'n kunstenaarsgeste om je helemaal gek aan te ergeren, en niet onterecht. Sterker nog: het is precies de zwakte van de tentoonstelling. Tiravanija, de zelfverklaarde verzoener van kunst en leven, gebruikt namelijk een typische kunstgeste om zijn punt te maken. De lege ruimte, het kale tekstbordje, ze zijn al te vaak gebruikt om de machteloosheid van de kunst aan te roepen, of de toeschouwer erop te wijzen dat hij zelf zijn eigen kunst moet maken.

Aan de andere kant is Tiravanija wel consequent. De crux zit 'm er namelijk in dat de ruimtes niet helemaal leeg zijn – ze worden gevuld met geluid. Aan het begin van de expositie wordt de toeschouwer uitgenodigd zich door de zalen laten leiden door een levende gids, een audiotour, of een stem uit de luidsprekers die in de zalen hangen. Drie stemmen, die ieder op hun eigen manier vertellen wat er op de bewuste tentoonstelling was te zien. Gedetailleerd, of ze er zelf bij waren. Niet de beelden, maar de woorden doen hier het werk.

Dat levert een curieuze ervaring op die zich nog het beste laat omschrijven als `een zoektocht naar verloren tijd'. Natuurlijk, de ruimtes blijven ergerniswekkend leeg, maar hoe langer je luistert en loopt, hoe meer het doordringt dat dit wel de meest consequente manier is om dit soort kunst te her-creëeren. Tiravanija wringt zich niet in rare bochten om zijn eenmalige performances te herscheppen. Hij zegt juist: het is geweest, voorbij en ik kan het niet meer terughalen. Wat overblijft zijn de verhalen, de getuigenissen – andere middelen kortom, dan die de beeldende kunst normaal tot haar beschikking heeft.

En passant wrijft Tiravanija de toeschouwer, door bewust verschillende stemmen getuigenis af te laten leggen, in dat iedereen die de tijd wil vangen, zichzelf voor de gek houdt. En om dat te onderstrepen zijn die pathetische lege zalen weer opvallend functioneel. Lopend door de leegte en luisterend naar de verhalen, groeit het verlangen om er zelf bij te zijn geweest, om terug in de tijd te gaan. Waarmee ze, via een omweg, toch weer bijdragen aan de glorificatie van Tiravanija zelf.

Daarmee is deze expositie er een van uitersten. Het is makkelijk er kritiek op te hebben (op de bekende geste, op de pathos, op de mystificatie van het verleden), maar toch moet je je als toeschouwer wel erg verblind zijn om niet te zien dat hier iets bijzonders gebeurt. Zelf had ik uiteindelijk het gevoel door een dierentuin te lopen waaruit de dieren waren verdwenen. De oppassers vertelden. En ik besefte wat Tiravanija had bereikt: zijn beelden mochten dan verdwenen zijn, het verlangen was echt.

Tentoonstelling: Rirkrit Tiravanija. T/m 6/2 in Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam. Di-za 10-17u, zo 11-17u. Gesloten 25/12 en 1/1. Inl.: www.boijmans.nl