Ten onder 3

Henk Leenaers geeft een goed overzicht van wat wetenschappers intussen het einde van de houdbaarheid van het poldermodel noemen (`Ten Onder', W&O, 27 nov). Het eeuwenlang bedijken en ontwateren heeft bewoning en landbouw mogelijk gemaakt dat zijn de baten maar nu sommige polders meer dan 6 meter onder de zeespiegel zijn gezakt wordt duidelijk dat de bodemdaling maar eens moet ophouden. Minstens zo belangrijk is het inzicht dat de teloorgang van grote moerasgebieden de primaire biologische productie heeft geminimaliseerd en daarmee ook de zuivering die in zulke natuurlijke wateren optreedt.

Het verontrustende is dat minister Dekker in haar nota Ruimte vrolijk doorgaat de grootste inzet te plegen in de Randstad, grotendeels gelegen in het Hollandse laagveeengebied. Daar wordt op 13% van het Nederlandse grondgebied 46% van het BNP verdiend, dus gaan we daar gewoon mee door. Ruimtelijke ordening stuurt investeringen op de lange termijn; alleen al daarom is het een oliedomme nota. Studies, die moeten worden verricht naar innovaties als overlopende dijken, gecontroleerde inundaties van polders en aan terpeneren (het ophogen van gebieden tot deltahoogte waardoor dijken overbodig zijn) worden er ook nog eens door verstikt.

In Westergouw, ten zuidwesten van Gouda, gaat het niet alleen om 4000 woningen, maar ook nog eens op een paar honderd ha. glastuinbouw. Het Rijk gaat daar niet voorliggen want daar is planologie omgedoopt in ontwikkelingsplanologie, en dat betekent dat slechte plannen van lagere overheden gewoon worden uitgevoerd en dat er geen tijd is voor nadenken. Extra bouwrijpkosten van zeker 50.000 euro per kavel worden achteloos geaccepteerd. En in dit bijzondere geval volgt minister Dekker het Fortuynistische gedachtenkwaad. Wij laten ons door de natuur niet op de kop zitten, of, zoals een Limburgse gedeputeerde eerder dit jaar zei: waarom zouden we niet binnen de winterkaden mogen bouwen als de natuur daar wél haar gang mag gaan? Zo'n opmerking past precies bij de geestesgesteldheid van Randstedelijke ondernemers die tijdens een bijeenkomst bij WL-Delft, bijna begonnen te hyperventileren toen de wetenschappers lieten zien dat het niet zo slim is om maar overal investeringen te plegen.

De zwartste piet in deze korte geschiedenis van Neêrlands domheid in de omgang met water komt toe aan de provincie Zuid-Holland, waar de gedeputeerde Asje van Dijk niet zal rusten voordat Zuid-Holland, van Numansdorp tot Bodegraven en van Leerdam tot Noordwijk in een bedrijventerrein is veranderd. Ik ben er niet zeker van dat hij op de hoogte is van de tussenbalans 2004 van het Zuid-Hollandse beleidsplan Milieu en Water (p. 107). Door zeespiegelstijging, verandering van neerslagpatroon en bodemdaling neemt het gevaar op overstromingen en grondwateroverlast toe. Tegelijkertijd wordt er steeds meer gebouwd op plekken waar dit vanuit wateroptiek beter niet zou kunnen gebeuren (bijvoorbeeld in diepe droogmakerijen). Is het domme bouwen dan toch een natuurverschijnsel?