Sophie

Sophie de Ruiter (16) woont in Amsterdam. Zij woont niet meer thuis en volgt de koksopleiding aan het ROC. Sinds haar zevende jaar speelt zij viool.

''Op de lagere school heb ik vooral veel viool gespeeld en ging ik op in de muziek. Volgens mij was ik verder een heel normaal meisje en deed ik wat er van mij verwacht werd. Tot het moment waarop ik met de verkeerde mensen omging.Ik weet niet goed hoe ik het moet uitleggen maar als je zelf niet lekker in je vel zit, lijkt het alsof anderen dat voelen en daar misbruik van maken. Die tijd heb ik gelukkig achter me gelaten. De piercing in mijn tong heb ik nu ook niet meer. Het sletterige imago ervan stond me niet meer aan. Dat was duidelijk uit de tijd dat ik me anders gedroeg, andere vrienden aantrok.

Tot m'n veertiende had ik een heel sterke band met mijn moeder. Dat is van het ene op het andere moment omgeslagen. De band was er nog wel, maar niet op de goede manier. Ik wilde eigen dingen gaan doen en daar had mijn moeder heel veel moeite mee – ik wilde denk ik niet langer moeders meisje zijn. Het ging heel plotseling en zij kon dat niet accepteren.

We woonden samen in hetzelfde huis, maar we konden niet meer samen leven. We hadden gewoon te veel problemen. Anderhalf jaar geleden ben ik daarom het huis uit gegaan. Ik heb een tijdje in een pleeggezin gezeten. Daar ging het niet goed, het werkte niet, het was een verkeerde leefomgeving voor mij. Ik ben toen ook gestopt met viool spelen.

Ik was onbewust een ander meisje geworden, een meisje dat niet meer zichzelf was, en dat ook helemaal niet meer wilde zijn. Ik wilde alleen nog maar met mijn vrienden omgaan – tot diep in de nacht. Dat kan je niet combineren met viool spelen op een heel hoog niveau. Dat is te vergelijken met topsport. Op dat moment heb ik gekozen voor mijn vrienden. Achteraf heb ik daar natuurlijk onwijs veel spijt van. Ik heb er wel veel van geleerd: door jezelf te zijn, ben je het meest gelukkig.

Nu zit ik in een 16+ begeleid-wonenhuis. Het is daar héél streng, veel té streng. Als ik 's avonds niet op een bepaalde tijd thuis ben, mag ik er niet meer in. Dat is toch onverantwoord, dan zwerft een meisje van mijn leeftijd gewoon op straat! Ik hoor daar ook eigenlijk niet thuis, maar Jeugdzorg heeft me gestuurd. Als ik nu nog wel eens bij mijn moeder thuis kom, blijf ik heel soms ook slapen. Ik vind het heerlijk om in mijn moeders bed te liggen. Misschien kijk ik daarom op de foto wel een beetje gelukkig. Ik was heel lang niet thuis geweest.

Mijn middelbare schooltijd begon op het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam. Maar ik vond die school helemaal niet leuk, de andere leerlingen en de leraren ook niet. Mijn vader schrok daar enorm van. Hij heeft er heel veel met mijn moeder over gesproken – dus hij wist er wel van. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik een jaar oud was. Vroeger zag ik mijn vader nooit, nu weer wel.

Ik kwam op het Spinoza-Lyceum dat bekend staat om de goede combinatie van leren en (viool) studeren. Maar ook daar bleef ik zitten in 2 vwo en ook weer in 3 vwo. Daar lukte het dus ook gewoon niet en toen ben ik uiteindelijk naar het ROC gegaan. Mijn ouders zijn heel erg slim maar ik ben gewoon niet zo'n leerder. Ik kan het gewoon niet opbrengen.

Mijn nieuwe school bevalt wel. Ik doe de koksopleiding. Hier val ik tenminste niet meer in slaap tijdens de lessen. Eigenlijk wilde ik visagiste worden maar die richting zat vol. We, mijn ouders en ik, hebben gewoon gekeken wat er nog vrij was en toen is het de keuken geworden. In mijn hart wil ik nog steeds violiste worden maar ik moet toch een opleiding achter de hand hebben.

Op school heb ik een paar vrienden. Een van mijn vriendinnen is op school een keer bad gegaan. Ze hield een groot aanstelverhaal, echt enorm gezeik – ze had een half pilletje ecstacy genomen. Aan de ene kant vond ik het heel zielig maar aan de andere kant was het gewoon gênant dat daarvoor de ziekenauto en de politie moesten komen. Ze had ze gewoon zelf met haar mobieltje gebeld!

Gelukkig mogen we wel roken op school. Eén keer per vier uur in een apart hok. Ik rook als ik geld heb – anders biets ik. Ik rook tussen de twee sigaretten en een pakje per dag. Het ligt er aan of ik geld heb. Op m'n dertiende ben ik begonnen. Misschien omdat het stoer was, dat weet ik niet meer. Daarna is het een gewoonte geworden. En nu ben ik heel eerlijk: ik wil niet stoppen. Het is te gezellig en het hoort er gewoon bij.

Die gezelligheid heb ik vooral met mijn beste vriendin Marilene. We gaan dan samen ergens wat drinken, in een koffiehuis of ergens in een bar. Of we gaan bij haar thuis een goede film kijken. Gewoon, allemaal leuke dingen die we samen doen. Ze weet veel van me, ze begrijpt me en dat schept een band. Echte vriendinnen.

Mijn moeder heeft me wel eens verteld dat zij kapucijners met spek en aardappeltjes aan het eten was, toen de weeën begonnen en ik werd geboren. Daarom eten we op mijn verjaardag altijd kapucijners. Dit jaar werd ik zestien en ging ik naar mijn moeders huis om dat samen te eten. Ik werd er heel verdrietig van. Ik voelde dat ik het huis heel erg miste, de zorg en de liefde van m'n ouders. Er staat ook een foto van mij op de tafel. Het liefste wilde ik dat mijn moeder haar armen om mij heen zou slaan en zou zeggen `Ik mis je'. Maar zij weet het ook niet meer. Ook zij denkt dan `kom maar weer thuis', maar dat werkt niet. We zijn nu onder begeleiding juist bezig om een ander soort relatie met elkaar op te bouwen.

Het vioolspelen heb ik sinds kort weer opgepakt omdat ik het begon te missen. Een goede vriend van mij, Elliot, is gitarist. Hij zit op het conservatorium in Rotterdam. Sinds mijn zevende speel ik. Ik heb veel verschillende leraren gehad. Ik zat zelfs op de vooropleiding van het conservatorium in Zwolle. Dat betekende vijf uur studeren per dag: toonladders, toonladders en nog eens toonladders. Dan volgden de etudes, voordrachtstukjes en concertstukjes. Ik haat het als mensen zeggen dat ik moet studeren. Ik dacht steeds `wat is dit voor een wereld'. Ze gaven niet om mij als mens, maar alleen om mij als goede vioolspeelster die ik dan natuurlijk in hun ogen moest en zou worden. Nou ik vond die wereld ontzettend stom en leeg!

Terug naar de viool betekent ook terug naar mezelf, hoop ik. Ik heb nu twee keer per week twee uur les van Nello Mirando, de beste zigeunerviolist die ik ken. Daarnaast studeer ik iedere dag thuis, afhankelijk van mijn bui. Samen met Elliot zit ik in een orkestje dat bestaat uit allemaal hoog opgeleide leerlingen (artsen en advocaten zelfs!) van Nello. Ze zijn veel ouder dan ik maar het is heel inspirerend.

Als ik vroeger een optreden had, zag ik dat mijn muziek de mensen blij maakte waardoor ik weer gelukkig werd. Dan legde ik nog meer van mezelf in het spel. Maar ik moet leren voor mezelf op te komen en niet bezig te zijn met wat anderen van mij vinden. Of ik ze nu wel of niet gelukkig maak met mijn viool spelen.

Ik ben aan het teruggaan naar de Sophie die ik was en daar helpt mijn vriendje Laurens me bij. Hij is samen met mijn moeder de belangrijkste persoon voor mij. Als je al zo jong op jezelf woont, leef je een stuk serieuzer dan andere jongeren van mijn leeftijd. Tenminste, dat denk ik.

Laurens is degene die mij overal doorheen sleept. Het liefst zou ik 24 uur per dag bij hem zijn. Dat is voor Laurens soms moeilijk. Hij is een paar jaar ouder, hij heeft zijn eigen leven en vooral zijn eigen vrienden. Hij is brommerkoerier en werkt heel hard. Daarna wil Laurens meestal even ontspannen met zijn vrienden. Dat probeer ik te begrijpen. Als ik het moeilijk heb, wil ik heel graag dat hij bij mij is. Soms heb ik het gevoel dat ik te veel van hem vraag.

Laurens heeft de positie ingenomen die mijn moeder vroeger had. Een persoon die lief voor je is – van hem hou ik echt heel erg. Dat is iets anders dan je beste vriendin – met haar kan ik ook wel alles bespreken, maar we hebben vooral heel veel lol.''