Sheriff, rechter, terrorist

Optimisme gloort in het Midden-Oosten na de dood van Arafat. Palestijnen gaan naar de stembus, er worden minder aanslagen gepleegd, het Palestijns-Israëlische ijs zou smelten. Maar de stemming onder de `strijders' van de Al-Aqsa Martelarenbrigades is grimmig. De wapens inleveren? Nog lang niet.

Een jongensachtige man, slungelig van lijf en leden met dik zwart haar en vriendelijke, vermoeide ogen komt grijnzend de kamer ingelopen. Over zijn schouder hangt een sleetse M-16, aan zijn riem zit een pistoolfoedraal geklemd met een verzilverde Smith & Wesson. Zakariya Zubeidi (30) sleept met zijn rechterbeen dat korter is dan zijn linkerbeen en ploft, bladerend in een krant, neer op de grote bank van zwaar, donker hout.

,,Dit al gelezen?'', vraagt hij, wijzend op een advertentie linksonder op de voorpagina van het Palestijnse ochtendblad Al-Ayyam. `Dankbetuiging aan Zakariya Zubeidi, de leider van de militaire vleugel van de Al-Aqsa Martelarenbrigades op de bezette Westelijke Jordaanoever. Ik, Hilmi Husni, dank broeder Zakariya voor de teruggave van mijn gestolen goederen en voor de manier waarop hij opkomt voor de zwakkeren. Ik groet hem en bid voor hem.'

Als Zakariya Zubeidi een nieuw pakje L&M-sigaretten heeft opengeritst: ,,Het is een grote chaos in Jenin en omgeving. Er wordt geroofd, er zijn ruzies tussen families, conflicten over geld. De Israëliërs hebben de politiediensten van de Palestijnse Autoriteit vernietigd. Daarom zorgen wij voor law and order. Maar het wordt steeds moeilijker, want ik kan eigenlijk nergens langer zijn dan een half uur, uiterlijk een uur. En die conflicten sussen en de dieven opsporen kost enorm veel tijd''.

Voor de 15.000 inwoners van het vluchtelingenkamp in Jenin is hij de zelfbenoemde sheriff, de ongekozen burgemeester en de rechter. De Palestijnse bevolking en de media beschouwen hem als de hoogste commandant van de Al-Aqsa Martelarenbrigades, een militante afsplitsing van de grootste politieke beweging Al-Fatah. Legendarisch bij leven, een soort folkloristische Robin Hood, die door de jongeren in de kampen wordt vereerd en nageaapt. Zijn mannen bewaken voetbalwedstrijden, pakken hardhandig verkrachters aan. Een jongen die een vrouw had gemolesteerd werd door zijn been geschoten. Deze zomer verdedigden zij nog de eer van een groepje studentes die klaagden dat zij op de universiteit op oneerbare wijze waren gefotografeerd met mobiele telefoons. ,,We straffen meestal niet. Dat laten we aan de politie over.''

Maar voor het Israëlische leger, de geheime dienst Shin Bet en de grenspolitie is hij een monsterlijke terrorist, een tikkende tijdbom, wiens uitschakeling nog slechts een kwestie van tijd en een zekere mate van geluk is. Zakariya Zubeidi staat bovenaan de lijst van gezochte Palestijnen, omdat hij verantwoordelijk is voor aanslagen op nederzettingen, patrouillerende soldaten en op een Israëlisch stembureau tijdens de verkiezingen van 2002, waarbij zes kiezers om het leven kwamen. Twee maanden geleden trachtte hij nog via het checkpoint Qalandiya bij Jeruzalem een bom Israël in te smokkelen.

Met zachte stem: ,,Wij zijn in oorlog. Door de muur, de bezetting en de checkpoints kunnen we bijna niet meer bij soldaten en tanks komen. Ik hou er niet van, maar daardoor richten wij ons soms op makkelijker doelen. Is dat verwerpelijk, omdat het burgers zijn? Waarom? Mijn moeder was een burger. Mijn moeder stond alleen maar voor het raam naar buiten te kijken toen zij voor niets werd doodgeschoten door een scherpschutter.''

De Israëlische boulevardpers, die hem altijd typeert als `The Most Wanted Man' ziet in hem ook de aantrekkelijke, vloeiend Hebreeuws sprekende, levensgevaarlijke Romeo die een naiëve Israëlische secretaresse uit Tel Aviv – de 29-jarige Tali Fahima – heeft verleid en aangezet tot een terreurdaad. En voor het linkse Israëlische vredeskamp is hij, om met Gideon Levy van het dagblad Ha'aretz te spreken, ,,de vijand die een vriend had kunnen zijn''.

Scherpschutters, undercover-eenheden van de grenspolitie en een elite-eenheid van de marine hebben dit jaar vijfmaal gepoogd hem te liquideren. Acht van zijn eigen `vechters', onder wie een jongen van veertien, en Alaa, jarenlang nummer twee van de martelarenbrigades, zijn daarbij gedood. Hij laat de slecht genezen kogelwonden in zijn armen, benen en rug zien. ,,Als ik ongewapend door een metaaldetector loop, gaan de bellen rinkelen door het metaal in mijn lichaam. Het kan ieder moment, binnen een seconde, een minuut afgelopen zijn. Ik ben dood. Ik beschouw mijzelf als dood. Ik weet dat ik hier niet levend uit zal komen. Ik zal mijn zoon niet zien opgroeien.''

Zijn zoontje Mohammed is anderhalf en woont met zijn moeder in het vluchtelingenkamp. Goedgemutst, en betrekkelijk ontspannen op een zenuwtic in zijn rechterhand na, laat hij op zijn nieuwe Nokia (Connecting the people) een videofragment van het spelende jochie zien. Hij heeft hem al maanden niet in het echt gezien, terwijl hij vlakbij moet zijn. Soms laat hij zich door de Israëlische media met zijn zoontje fotograferen, zodat zijn broers in de Israëlische gevangenissen hem ook eens kunnen zien.

We ontmoeten Zubeidi in een koud appartement, diep in het vluchtelingenkamp van Jenin, voorbij de nieuwe, okergele appartementen. De tankbrede banen in het centrum van het kamp gaan eerst over in steile, nauwe straten en dan in ongeplaveide stegen, te nauw voor tanks en jeeps. Het hooggelegen appartement, waar in de gangen en andere kamers dik ingepakte kinderen vrolijk spelen, biedt uitzicht op het Israëlische Afula en de slingerende veiligheidsmuur ten westen van Jenin. De locatie is blijkbaar uitgekozen omdat Israëlische patrouilles hier niet onopgemerkt kunnen komen. Lijfwachten posteren zich bij de ramen en in de stegen rondom het huis.

Pogingen om hem eerder dit najaar te spreken mislukten. Hij durfde vlak voor geplande ontmoetingen in september en november niet uit zijn schuilplaats te komen vanwege intensieve Israëlische zoekacties en laag overscherende F-16's en onbemande verkenningsvliegtuigjes.

,,En er zijn altijd eenheden van de Shin Bet, de grenspolitie en het leger in de stad. Zij zoeken mij vooral 's nachts. Vandaag zijn er te veel wolken voor de piloten en het is sabbat, maar je weet nooit'', zegt Zubeidi, voor wie het vluchtelingenkamp een gevangenis, maar ook een toevluchtsoord is. Ieder huis staat voor hem open, iedere man staat op wacht en iedere vrouw moedert over hem. De ontmoeting is tot stand gekomen met hulp van Fathi Natour, de directeur van een tv-productiebedrijf in Jenin waarmee hij nog samen op de lagere school heeft gezeten. ,,Ik heb altijd vijf wapens bij mij. Zij zullen mij te pakken krijgen, maar nooit levend.'' Deze woorden zijn nauwelijks te rijmen met zijn onschuldig ogende, kleumende verschijning in spijkerbroek en blauw pilotenjack met kunstbontkraag.

In de informele Palestijnse hiërarchie staat hij aan de top, bijna eigenlijk al een shahid, een martelaar, en in ieder geval een beproefde verzetsstrijder. De dood van Arafat, hij spreekt over moord door vergiftiging, is een zware slag voor de Al-Aqsa Martelarenbrigades. ,,Ik leef als een vechter, net als Arafat. Hij steunde ons, hij gaf ons geld, hij hielp ons en hij verdedigde ons omdat hij ons begreep. Wij zijn zijn echte erfgenamen. Bij hem was onze strijd, waren onze doelen veilig. Wij, de Al-Aqsa Martelarenbrigades horen bij Fatah, de beweging van Arafat.''

Zubeidi heeft de Palestijnse politiek verrast met zijn openlijke steunverklaring aan de 69-jarige Mahmoud Abbas, de voormalige rechterhand van Arafat, die als kandidaat van Al-Fatah zeer waarschijnlijk de presidentsverkiezingen zal winnen. De volkse vechter Zubeidi en de studieuze Abbas ofwel Abu Mazen, die promoveerde op het zionisme, verschillen diepgaand van mening over de gewapende intifada. Zubeidi is de verpersoonlijking van het gewelddadige karakter van de volksopstand, Abbas betreurt het gooien van de eerste steen in 1987 en de eerste zelfmoordaanslagen in de jaren negentig als een strategische blunder.

Had het niet veel meer voor de hand gelegen als Zubeidi de veroordeelde Marwan Barghouti, die in het isolement van een gevangenis in Beersheva de tijd doorbrengt met de memoires van Bill Clinton, Margaret Thatcher en de poëzie van Mahmoud Darwish, had gesteund?

,,Neen. Fatah heeft op democratische wijze en volgens de regels besloten dat broeder Abu Mazen onze kandidaat voor de presidentsverkiezingen zal zijn. Er komen ook eindelijk interne verkiezingen en verkiezingen voor de Palestijnse wetgevende vergadering. Dat had veel eerder moeten gebeuren. Het is belangrijk voor onze toekomst dat deze verkiezingen correct verlopen. Het is ook belangrijk dat wij Palestijnen laten zien dat wij democratischer zijn dan de Arabische landen, waar de leiders altijd gekozen worden met 99 procent van de stemmen.''

Hij voegt er aan toe dat hij natuurlijk veel liever had gezien dat Marwan Barghouti de kandidaat van Fatah was geworden. ,,Maar je moet je ook afvragen wat de Palestijnse bevolking heeft aan een president die in een Israëlische gevangenis zit. Wij zijn in een oorlog verwikkeld en hebben een president nodig, een leider die ook opperbevelhebber is. Eenheid is belangrijk. Ik denk dat de Israëliërs graag gezien zouden hebben dat Barghouti de kandidaat was geworden, want dan was dat een argument geweest om door te gaan met de bezetting. Nu kan er heel misschien een situatie ontstaan waarin de Israëliërs kleur moeten bekennen.''

De steun van Zubeidi aan de gematigde Abbas is nadrukkelijk voorwaardelijk en tijdelijk van aard.,,Als hij de Palestijnse zaak uitlevert aan de Israëliërs, als hij compromissen sluit over Jeruzalem, het recht op terugkeer van vluchtelingen, de ontmanteling van de joodse nederzettingen, de grenzen van de Palestijnse staat, dan zullen wij hem niet steunen. Wij niet en Hamas al helemaal niet. Dan betekent hij niets meer voor ons.''

Als Abbas op 9 januari gekozen wordt, dan zal hij maatregelen nemen om de Palestijnse veiligheidsdiensten te reorganiseren en een einde te maken aan `de gewapende chaos'. Dus ook in Jenin, waar Zubeidi de voormalige gouverneur aftuigde omdat hij weigerde de Al-Aqsa Martelarenbrigades te financieren en vervolgens een kantoor van de Palestijnse wetgevende vergadering in brand stak. ,,Wij zijn niet tegen goed functionerende politiediensten. De gouverneur was door en door corrupt. Hij stak alles in eigen zak en liet een grote villa bouwen in Jordanië waar hij nu woont. Het enige dat wij uiteindelijk willen is dat de Israëliërs zich terugtrekken uit de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever. Laat ze de grenzen van voor de oorlog van 1967 respecteren en ons met rust laten in onze eigen Palestijnse staat met Oost-Jeruzalem als hoofdstad. Als Abbas dat voor elkaar krijgt, verkoop ik mijn Smith & Wesson en koop ik een auto.''

Snel worden daar de andere standaardvoorwaarden aan toegevoegd: alle 8.000 Palestijnse gevangenen moeten vrijgelaten worden, de nederzettingen ontmanteld en het recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen naar het huidige Israël moet erkend worden.

,,Laten we ook maar eerst eens zien of het mogelijk is echte verkiezingen te houden onder de Israëlische bezetting. Mogen alle Palestijnen in Oost-Jeruzalem stemmen? Kunnen kandidaten vrij campagne voeren? Ik hoor en zie in het nieuws allerlei verhalen over vrede, wapenstilstanden en nieuwe kansen voor het vredesproces. Daar merken we in Jenin niets van. De bouw van de nederzettingen gaat gewoon door, olijfboomgaarden worden vernield voor de muur, de liquidaties gaan gewoon door. Dus onze acties ook.''

Dat is wel ingewikkelder geworden, erkent hij. Door de bouw van de muur, de omsingeling van de stad met checkpoints, de arrestaties en de liquidaties is het Israëlische leger er in geslaagd de aanslagen vanuit het noordelijk deel van de Westelijke Jordaanoever drastisch te verminderen. ,,De martelarenoperaties of zelfmoordaanslagen, zoals de pers schrijft, zijn een laatste middel. Alleen degenen die alle hoop hebben verloren doen dat soort dingen. Ik niet. Ik heb nog nooit een martelaar met een riem met explosieven naar Israël gestuurd. Ik sterf liever in een gevecht met soldaten. Daar is nog eer aan te behalen. Hoewel. Er is bijna geen eer meer. We hebben niets. We zitten totaal opgesloten in Jenin, Nablus, Gaza. Het zijn grote gevangenissen, waarin de VN wordt toegelaten om wat voedsel te verspreiden.''

Zakariya wrijft over zijn pijnlijke schouder en zijn gezicht. Zijn voorhoofd, neus, rechterwang en bloeddoorlopen ogen zijn bezaaid met honderden blauwzwarte puntjes, veroorzaakt door onderhuids metaalgruis. Anderhalf jaar geleden explodeerde in een werkplaats in Jenin een zelfgemaakte bom in zijn gezicht dat daardoor een gepointilleerd masker lijkt. Een carrière als ster in een Libanese soapserie – belegen grapje van een van de lijfwachten – kan hij sindsdien wel vergeten. Hij schrikt even als het geluid van klimmende auto's naar binnen waait.

Als Abbas de presidentsverkiezingen wint, zal de nieuwe Palestijnse leiding aandringen op een staakt-het-vuren, in het Arabisch een hudna, en op stopzetting van de militaire intifada. ,,Van een hudna weet ik nog niets. En de intifada zal pas stoppen als de Palestijnse staat met Oost-Jeruzalem als hoofdstad is gesticht. De intifada heeft vele verschijningsvormen: de een gooit een steen, de ander schiet een wapen af, of staakt, of schrijft een artikel of voert onderhandelingen met de Israëliërs. Iedereen heeft een rol. De intifada zal niet stoppen, maar we kunnen natuurlijk altijd en ieder moment van tactiek veranderen, we kunnen overschakelen van gewapende acties naar ongewapende acties. We kunnen overschakelen van schieten naar stilte.''

Over de vraag of hij en de Al-Aqsa Martelarenbrigades daartoe vrijwillig bereid zijn, moet hij even nadenken. De littekens op zijn gezicht en tatoeages op handen en armen lezen als de geschiedenis van de eerste en tweede intifada. Opgroeien in een vluchtelingenkamp en op de VN-school (,,Ik was altijd de beste van de klas''), stenen gooien naar tanks en jeeps, korter en langer verblijf in Israëlische gevangenissen en daar tussendoor baantjes als vrachtwagenchauffeur, autodief, bouwvakker in Haifa, Tel Aviv en Eilat (,,Ik ken de meeste hotels van binnen''), politieagent en uiteindelijk aansluiting bij de Al-Aqsa Martelarenbrigades, die in 2000 actief worden. ,,Mijn neef haalde mij bij het verzet.'' In de eerste jaren is hij een gewone voetsoldaat, maar na de uitschakeling van de ene na de andere leider wordt hij in 2003 als vanzelf commandant.

Dan antwoordt hij: ,,Ja, want wij willen ook leven. Wij zijn dood, maar wij hebben ook gevoelens en emoties. Ik wil natuurlijk ook mijn zoon zien opgroeien. Wij willen de mensen niet de dood injagen voor niets, we zijn tot compromissen bereid. Wij erkennen de staat Israël. Dat hebben we al honderd keer gedaan. Voor mij is dat geen enkel probleem. Ik ken Israël, ik spreek Hebreeuws. Ik heb nooit iets gezegd over het in zee drijven van de joden. Maar het moet wel duidelijk zijn dat, als blijkt dat wij er niets bij winnen, de strijd doorgaat. Wij zijn aan dit leven gewend en het lijden van velen moet niet voor niets zijn geweest. Het is zo simpel, zo overzichtelijk wat de meerderheid van de Palestijnen wenst: een normaal leven in een eigen land. Er zal normaal leven zijn als er een Palestijnse staat is. Israël, de wereld kan het probleem morgen oplossen.''

Kennelijk heeft hij uit vragen over zijn motieven, het eigen rechter spelen en de ode aan de militaire intifada de indruk gekregen dat hij niet goed wordt verstaan, of nauwkeuriger, wordt geloofd. ,,Luister, luister goed. Ik, ik ben Zakariya Zubeidi, ik ben een spiritueel kind van Arna, van de Israëlische Arna Mer Khamis. Haar kindertheater was in ons huis, in het huis van mijn doodgeschoten moeder. Ons huis was een vredescentrum. Er kwamen ieder weekend tientallen Israëliërs. Ik tolkte voor de bezoekers. Ik geloofde in vrede als geen ander. Mijn moeder, die haar huis altijd openstelde voor Israëliërs, werd in 2002 door een scherpschutter zomaar doodgeschoten, net als mijn broers en mijn vriendjes.''

Over Arna Mer Khamis (1929-1995), het theater in Jenin, het leven in het kamp en de lotgevallen van de kinderen hebben haar zoon Julian Mer Khamis, een acteur en regisseur in Tel Aviv en co-regisseur Danniel Danniel uit Amsterdam de documentaire Arna's Children gemaakt, die in 2003 op het Amsterdamse documentairefestival IDFA met de Joris Ivens Award werd bekroond en dit jaar in Toronto en New York prijzen won.

Zakariya is in de slotscène te zien en merkwaardig genoeg één van de weinigen die eind 2004 nog leeft. Andere kinderen, zoals Nidal, Alaa, Youssef en Ahmed groeiden op en stierven tijdens botsingen in het kamp of tijdens zelfmoordaanslagen in Israël.

,,Het was de gelukkigste tijd van mijn leven. Ik droom nog wel eens over toneelspelen, zingen en dansen. Het was een tijd van optimisme. Arna was wat de joden een Mensch noemen. Zij geloofde echt in ons. Zij heeft mij geleerd dat wij, de Palestijnen, niet schuldig zijn aan wat de joden is aangedaan, niet in daad, niet in denken, niet individueel, niet collectief. Zij leerde ons ook dat het joodse lijden niet de schuld was van de Palestijnen.''

Nadat Arna in '95 aan kanker stierf, werd het theater gesloten en groeiden de kinderen op in de snel escalerende strijd in Jenin en omgeving. ,,Haar dood was een groot verlies. Maar door haar weet ik dat niet iedere Israëliër een soldaat is. Wij weten dat er andere Israëliërs zijn. Dat ontdekte ik opnieuw toen Tali Fahima mij opbelde en vroeg of ik haar wilde ontvangen en haar ons verhaal wilde vertellen. Zij zit daardoor nu opgesloten in een Israëlische gevangenis.''

De 29-jarige Tali is een van de weinige Israëliërs die in administratieve hechtenis zijn genomen nadat zij Zubeidi twee keer in Jenin had opgezocht en zo onder de indruk was geraakt dat zij zich beschikbaar wilde stellen als menselijk schild. Volgens haar familieleden geloofde zij niet meer in de Israëlische media en wilde zij van Zubeidi het echte Palestijnse verhaal horen en meteen ook het werk en het theater van Arna Mer Khamis heropenen. Volgens haar advocaat heeft de Shin Bet nog geen overtuigend bewijs kunnen aanvoeren dat zij een terroriste is. Kranten in Israël schrijven dat Tali, die werkte op een advocatenkantoor en op Likud-premier Sharon heeft gestemd, voor de charmes van Zakariya is gevallen. De lijfwachten van de Al-Aqsa-commandant spitsen de oren en grijnzen belangstellend als de beweringen over hem en Tali aan de orde komen.

,,Welnee, ik was net getrouwd en onze baby was pas geboren. Dit is Tel Aviv niet, dit is Jenin. Zij respecteerde mij. Dat was wel duidelijk. Ik vond het bijzonder dat zo iemand als Tali, een orthodoxe joodse, hier kwam. Ik denk dat zij gearresteerd is omdat zij zo anders is dan de linkse en buitenlandse activisten. Zij wilde weten waarom ik mijn M-16 niet opberg en verruil voor een diplomatenkoffertje, een computer en de politiek inga. Ik heb haar verteld dat ik vorig jaar het hoofd van de Israëlische veiligheidsdienst Shin Bet in dit gebied, kapitein Jamaal, heb opgebeld met het voorstel om als soldaten, als vechters de wapens neer te leggen. Ik zou stoppen als hij stopt met de belegering van Jenin. Hij zei dat hij dat niet kon doen, omdat hij instructies heeft mij te pakken, dood of levend. Ik heb Tali verteld dat ik daar wel eens over nadenk. Maar dan luister ik naar het nieuws. En dan hoor je over tien doden hier, twaalf doden in de Gazastrook. En dan vraag ik mij af: mijn wapens neerleggen? Nu? Waarom? En mijn moeder dan? En mijn baby, die is als alle andere baby's in Jenin? Heeft hij een betere toekomst als ik mij overgeef? Nee, ik sterf liever en dan zal er een andere Zakariya opstaan. Het lijden mag niet voor niets zijn geweest. Tali begreep dat.''

Buiten wordt gefloten. De lijfwachten staan al bij de deur. Zakariya Zubeidi grijpt zijn wapens, sigaretten en aansteker en verdwijnt zo snel als hij is gekomen. Het wolkendek is opengetrokken en de sabbat is bijna voorbij. Jenin ligt er even stil en vredig bij.