School hoort erbij

Het uitgaan, de omgang met vrienden, de bijbanen zijn minstens zo belangrijk als de school. Over het algemeen zijn jongeren tevreden. Hoe jonger hoe positiever.

De foto's van deze aflevering van Document Nederland over `Jongeren & School' laten zien dat school maar een deel is van het leven van Sophie, Hakan, Roderick en hun generatiegenoten. Het uitgaan, de omgang met vrienden, de bijbanen – die zijn minstens even bepalend voor het leven van een tiener.

Van de 158.180 jongeren van zestien die onderwijs volgen, zitten 31.480 leerlingen op het vwo, 59.010 leerlingen op de havo en 49.780 leerlingen op het vmbo. Op het lwoo (leerwegondersteunend onderwijs, voor leerlingen die met extra ondersteuning het vmbo moeten kunnen halen) zitten 13.880 leerlingen en in het praktijkonderwijs zijn dat er 4.030.

In 2002 verlieten met en zonder diploma 193.000 jongeren het mbo. Dit aantal is aanzienlijk hoger dan de uitstroom uit de havo en de vwo, die in 2002 respectievelijk 44.000 en 35.000 leerlingen bedroeg. Op het vmbo haalde 88 procent van de niet-westerse allochtonen een diploma; op de havo was dat 79 procent, op de vwo 83 procent. Van de geslaagde vmbo-leerlingen stroomt het grootste percentage door naar beroepsonderwijs, de havo-leerlingen naar hbo-opleidingen en vwo-leerlingen naar de universiteit.

In de Europese Unie zit ruim 81 procent van de jongeren tussen de 15 en de 19 op school; Nederland zit daar ruim boven met bijna 87 procent, maar het Europese land dat het hoogste scoort is België met 91 procent (en het Verenigde Koninkrijk met 73 procent het laagste). Gevraagd naar hun schoolbeleving zeggen de 12- tot 19-jarigen dat de opleiding die ze volgen, slechts gedeeltelijk (21 procent) of zelfs niet (16 procent) overeenkomt met het beeld dat ze ervan hadden. Van hen vindt 6 procent die moeilijker dan ze hadden gedacht, 8 procent vindt die gemakkelijker.

Van de 15- tot 24-jarigen volgden in 2002 bijna 1,1 miljoen mensen onderwijs; van hen had maar liefst 53 procent een bijbaan. Per maand hebben jongeren die op de vmbo zitten een maandinkomen van gemiddeld 112 euro, op de havo 128 euro en op de vwo 182 euro. Meer meisjes dan jongens krijgen geld van hun ouders (93 tegen 91 procent), bovendien blijkt dat ze ook meer geld krijgen (51 tegen 45 euro). In vergelijking met meisjes hebben jongens daarentegen meer inkomsten uit bijbaantjes en vakantiewerk. Het gemiddelde inkomen per maand loopt op van 53 euro voor 12-jarigen naar 86 euro voor 14-jarigen, 177 euro voor 16-jarigen en 355 euro voor 18-jarigen.

Volgens het Nibud, het Nationaal instituut voor budgetvoorlichting, leent ruim een vijfde van de middelbare scholieren tussen de 12 en de 18 te gemakkelijk geld. Scholieren op het vmbo lenen duidelijk meer dan leerlingen die havo en vwo volgen. 25 procent van de vmbo-studenten leent wel eens geld, onder havo- en vwo-scholieren is dit respectievelijk 18 en 14 procent. Gemiddeld hebben scholieren een lening uitstaan van 77 euro, o.a. voor kleding (meisjes vaker dan jongens), de brommer (jongens vaker dan meisjes), het mobieltje (vaker door vmbo-leerlingen dan op andere schooltypen). Daarnaast heeft 4 procent nog ergens een rekening van gemiddeld 147 euro openstaan.

Gevraagd naar wat jongeren van hun huidige leven vinden, geeft een kleine 30 procent van de 12- tot 18-jarigen een 8 aan de kwaliteit van leven. 12-jarigen zijn het meest positief (gemiddelde score 8,1), 18-jarigen het minst (7,5).