Omertà in Genève

De zaak-Lubbers was niet het enige dispuut tussen VN-werknemers en hun bazen. Net als bij andere organisaties doen zich bij de Verenigde Naties regelmatig geschillen voor over bijvoorbeeld intimidatie of een contract. Maar het is voor werknemers moeilijk om hun recht te halen. ,,Als het om hun eigen medewerkers gaat, schenden de Verenigde Naties de ethische normen die ze voor de buitenwereld propageren.'

Gerechtigheid binnen de VN? Liz Wyss, een frêle Italiaanse die tot voor kort bij het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen (UNHCR) werkte, barst in lachen uit. ,,Als het om hun eigen medewerkers gaat, schenden de Verenigde Naties de ethische normen die ze voor de buitenwereld propageren.'

Wyss (60), die sinds juni met pensioen is, vond dat ze in 1991 ten onrechte was gepasseerd voor een promotie. Haar klacht binnen de UNHCR werd afgewezen. Dus stapte ze in 1992 naar een speciaal orgaan waar alle personeelsleden van VN-organisaties naartoe kunnen in zo'n geval, de Joint Appeals Board. Na dertien maanden werd ze in het gelijk gesteld. Omdat de UNHCR dit oordeel naast zich neerlegde, zocht Wyss het hogerop. Ze ging naar het Administratieve Tribunaal, de interne VN-rechtbank dat het laatste woord heeft in geschillen tussen werkgever en werknemer. Dat bepaalde dat Wyss met terugwerkende kracht haar promotie moest krijgen. Dat gebeurde. Maar toen de UNHCR haar salaris niet óók met terugwerkende kracht aanpaste, diende Wyss weer een klacht in. Eerst bij de UNHCR, toen bij de Joint Appeals Board en daarna weer bij het VN-Tribunaal. Ze won haar zaak wéér, maar ze was wel zes jaar verder. De advocatenkosten waren vele malen hoger dan de drie maanden salaris die ze als compensatie kreeg toegewezen. Binnen de UNHCR keken velen haar al die tijd met de nek aan. Ze stond bekend als een lastpak. ,,Misschien ben ik dat wel,' zegt Wyss. ,,Ik had gezien mijn leeftijd weinig te verliezen. Maar voor wie nog carrière wil maken, is procederen funest.'

Tientallen gesprekken met VN-medewerkers in Genève, van wie vrijwel niemand met naam en toenaam in de krant wil uit angst voor represailles, bevestigen dit beeld. Gevallen van seksuele intimidatie, onterechte overplaatsingen of geschillen over een contract zijn er binnen elke organisatie – dus ook bij de Verenigde Naties. Maar bij gewone organisaties kunnen de meeste werknemers die een geschil hebben met hun werkgever naar een gewone rechtbank. Zij kunnen dus hopen op een onafhankelijk oordeel. Maar omdat de VN immuun zijn voor vervolging – VN-medewerkers kunnen hun werk niet doen als ze bij elke delicate missie in een onwillig land voor de rechter kunnen worden gesleept – hebben VN-medewerkers die mogelijkheid niet. Zij kunnen alleen verhaal proberen te halen bij rechters die door de VN zelf zijn benoemd. Voor mensen die bij het VN-secretariaat en sommige VN-organisaties als de UNHCR werken is er het VN Administratieve Tribunaal (UNAT). Het personeel van veertig gespecialiseerde VN-organisaties als WHO, FAO en ILO kan naar het Administratieve Tribunaal van de ILO (ILOAT).

Beide tribunalen, zegt een groeiende groep van hoogleraren internationaal recht, voldoen niet aan de criteria die internationale mensenrechtenverdragen aan een eerlijke rechtsgang stellen. Eén van hen is Joost van Wielink, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, die in juli met collega's een studie over het ILO-tribunaal schreef. ,,Immuniteit mag nooit leiden tot straffeloosheid', zegt hij. Maar bij een aantal zaken die recentelijk voor dit tribunaal dienden ,,leek dat wel het geval.'

Malversaties

Wie weet zijn er bij het tribunaal mensen te vinden die deze kritiek kunnen pareren. Maar aan herhaalde verzoeken van deze krant om een interview werd geen enkel gehoor gegeven.

Liz Wyss haalde uiteindelijk haar gelijk. Haar zaak was tamelijk rechttoe rechtaan. Vele andere zaken zijn dat niet. Daar zijn hoge functionarissen bij betrokken. Of ze gaan over politiek gevoelige onderwerpen, zoals discriminatie of het uitbetalen van schadevergoeding aan nabestaanden van VN-medewerkers die in crisisgebieden zijn vermoord. Bij dit soort zaken komt meteen, onvermijdelijk, de reputatie van de VN in het geding.

,,Een organisatie die de wereld de les leest over arbeidsomstandigheden, racisme en het recht van vrouwen om verschoond te blijven van seksuele intimidatie', zegt een hoge functionaris, ,,kan zich dit soort gevallen in eigen huis niet veroorloven. Vooral als er directeuren in de beklaagdenbank zitten, zit de pers zit er bovenop. Het personeel staat onder enorme druk om zo min mogelijk te klagen.'

Zeker nu VN-secretaris-generaal Kofi Annan onder vuur ligt wegens vermeende malversaties bij het olie-voor-voedsel-programma voor Irak (waarbij zijn zoon betrokken zou zijn) en wegens de verdenking dat hij twee hoge VN-functionarissen die zich zouden hebben misdragen, de hand boven het hoofd zou hebben gehouden, zijn klagende personeelsleden het laatste dat de VN kunnen gebruiken. Een VN-functionaris die al jaren bezig is met een zaak tegen de organisatie krijgt weleens te horen: ,,Waarom ga je niet ergens anders werken, als je zoveel kritiek hebt op de VN?' En Cynthia B., de Amerikaanse vrouw die eerder dit jaar een klacht tegen Ruud Lubbers indiende wegens seksuele intimidatie, kreeg geregeld van collega's het verwijt dat ze de VN door het slijk haalde. Volgens B.'s advocaat, Edward Flaherty, ,,leggen de VN de rechten van hun eigen medewerkers op het offerblok van de immuniteit van de organisatie'

Wie een beetje rondvraagt in het verder zo rustige, bourgeois Genève, begrijpt al snel waar Flaherty het over heeft. Neem de zaak van Lena Lavinas, een Braziliaanse die tot deze zomer voor de ILO werkte. Ze werd naar eigen zeggen zo door haar baas uitgescholden, gekleineerd en beledigd, dat ze in 2001 een klacht tegen hem indiende wegens psychologische intimidatie. Afgelopen juli werd Lavinas door het ILO-tribunaal deels in het gelijk gesteld. Maar omdat een commissie die eerder een intern onderzoek bij de ILO deed er een andere interpretatie van `harrassment' op na bleek te houden dan het tribunaal, is haar zaak nu weer terugverwezen naar deze commissie. Haar baas heeft intussen wel 35.000 Zwitserse francs morele schadevergoeding gekregen, omdat de Ombudsvrouw van de ILO haar rapport over de zaak aan niet-ingewijden had laten lezen. Lavinas' tijdelijke contract werd niet verlengd. Dit strookt met de observatie van velen dat de VN tijdelijke contractanten de laan uitstuurt als ze een klacht indienen. Nu doceert Lavinas economie aan de universiteit van Rio de Janeiro. Ze wil geen commentaar geven. De zaak is niet voorbij. ,,Ik zeg maar één ding: de ILO stelt zichzelf boven de wet.'

Of neem de redelijk hooggeplaatste vijftiger die al zijn hele leven in dienst is bij een VN-organisatie. Na een conflict met een superieur, zes jaar geleden, heeft hij niets meer uitgevoerd. De organisatie, zegt hij in een hotelbar, schichtig trekkend aan een sigaret, heeft hem geen nieuwe post aangeboden. Hij solliciteerde vergeefs op tientallen interne vacatures. Zijn salaris wordt nog steeds overgemaakt. Pas vorig jaar hoorde hij dat er `klachten' over hem waren. Van wie precies en waarover, zegt hij nog altijd niet te weten. ,,Er zoemt van alles over mij rond. Ik kan me niet verdedigen. Ik ben nu een procedure begonnen. Ik wil dat ze met feiten komen. Het is toch te gek dat de baas van UNHCR, die volgens een intern onderzoeksrapport aan vrouwen heeft gezeten, vrijuit gaat. Er zijn binnen de VN twee rechtssystemen: één voor gewone medewerkers, en één voor vips. De enigen die het kunnen veranderen zijn de hoge functionarissen. Maar zij doen het niet, want zij worden juist door dit systeem beschermd.'

Een andere VN-medewerker, die ook anoniem wil blijven, werd betast door een hoge functionaris. Maar ze durft geen klacht in te dienen, omdat ze haar carrière niet op het spel wil zetten. Ook zij verwijst naar de zaak-Lubbers, die officieel voorbij is, omdat secretaris-generaal Kofi Annan de klacht tegen Lubbers juridisch niet hard genoeg vond. De manier waarop deze affaire is afgehandeld, blijkt echter veel mensen nog bezig te houden. ,,Ook al bevestigt intern onderzoek dat een hooggeplaatste zijn handen niet thuis heeft gehouden, dan nóg gaat zo iemand vrijuit, en wordt het slachtoffer geïntimideerd', zegt ze. ,,De dader mag zich verdedigen in de pers, het slachtoffer riskeert ontslag als ze het doet en moet dus zwijgen. Elke VN-medewerker heeft immers een code of conduct getekend waarin staat dat je de organisatie niet in diskrediet zult brengen.'

Kussende baas

Heel Genève kent het verhaal van de Turkse Chef de Protocol Ulkümen, die in 1993 door een intern onderzoekscomité schuldig werd bevonden aan het lastigvallen van vijf vrouwen. Volgens één van hen ,,greep hij me steeds vast, trok hij me naar zich toe en probeerde hij me te kussen. Ik ging een jaar lang in tranen naar huis.' Toch legde toenmalig secretaris-generaal Boutros Ghali het advies van een interne onderzoekscommissie om Ulkümen hard aan te pakken naast zich neer. Hij werd zes weken geschorst, wat hijzelf ,,vakantie in Turkije' noemde, en keerde daarna op zijn post terug. Hij loopt nog steeds in het Palais des Nations rond. Ook de zaak van Catherine Claxton verdient geen schoonheidsprijs. Deze Amerikaanse won midden jaren negentig haar zaak tegen een Argentijnse onder-secretaris-generaal, haar voormalige baas in New York, die haar seksueel had geïntimideerd. Op last van het VN-tribunaal werd de man door Boutros Ghali ontslagen – en even later weer aangenomen.

Dan zijn er de nabestaanden van VN-medewerkers die in crisisgebieden zijn vermoord. Zij vechten soms al jaren om een toelage. ,,Als je er een hooggeplaatste op aanspreekt', zegt een van hen, ,,dan schrijft hij later in een memo doodleuk dat hij nog nooit van `dit geval' heeft gehoord. Je wordt van het kastje naar de muur gestuurd. Je krijgt geen inzage in stukken. Niemand neemt ooit verantwoordelijkheid. Om gek van te worden.'

Dit soort zaken liggen gevoelig. Ten eerste weigert de verzekeraar van de VN soms uit te betalen, als de VN niet kunnen bewijzen dat aan alle veiligheidsmaatregelen was voldaan. Dit was bijvoorbeeld het geval bij de bomaanslag op het VN-hoofdkwartier in Bagdad in augustus 2003, waarbij 22 mensen de dood vonden. Ten tweede woedt er een discussie tussen VN, donoren en non-gouvernementele organisaties over de aansprakelijkheid in zo'n geval. Zolang de uitkomst van die debatten niet duidelijk is, lijkt men bij de VN geen precedent te willen scheppen en voelen de families zich aan het lijntje gehouden. De enige uitweg, een hard juridisch gevecht dat jaren kan duren, is wel het laatste waar ze zin in hebben.

Al deze mensen zijn verbitterd. Ze voelen zich geplet door bureaucratie en willekeur van een organisatie waarin ze soms zelf, ondanks alles, hartstochtelijk willen blijven geloven. Ze voelen zich in de steek gelaten door hun collega's, die het zelden openlijk voor ze op durven te nemen. ,,Het lijkt wel omertà', zegt er één.

Natuurlijk zijn er, zoals in elke andere organisatie, ook bij de VN procedure-freaks en gefrustreerden. Er zijn er ook die via de gerechtelijke weg een collega een hak proberen te zetten. De VN is tenslotte een competitief wereldje waarin je nooit zeker weet of iemand is benoemd op grond van zijn kwaliteiten, zijn loyaliteit aan bepaalde personen of zijn nationaliteit. ,,Zeker de helft van de klachten die ik binnenkreeg', vertelt iemand die bij een VN-organisatie op de interne onderzoeksafdeling heeft gewerkt, ,,valt in de categorieën `beroepsklagers' of `rancuneuzen'.' Maar voor de klachten die in zijn ogen wèl hout sneden, ziet ook hij een fundamenteel probleem: ,,De interne rechtspraak beschermt de organisatie. Ik heb echte shockers meegemaakt, explosieve zaken. En helaas ook cover-ups.'

De meeste VN-personeelsleden hebben de energie, de moed of het geld niet om door te vechten tot aan het Tribunaal. Haji Li, een Chinese ILO-vertaalster die door collega's was gepest, stelde vast dat haar klacht alleen maar leidde tot méér intimidatie. Een intern onderzoek bevestigde dat, in 1994. Maar toen was het te laat: na jaren vol wanhoop was Haji Li eind 1993 vanaf de zevende verdieping naar beneden gesprongen.

Onwettig

Bij het ILO-Tribunaal wordt het oordeel geveld door zeven rechters. Allen zijn door de ILO voor drie jaar benoemd. Hun benoeming kan met drie jaar worden verlengd. Ook het VN-Tribunaal werkt met contract-rechters. De Srilankaanse rechter C.F. Amerasinghe, die in de jaren negentig door Kofi Annan werd gevraagd om hierin zitting te nemen, vond dat hij niet onbevangen recht kon spreken als zijn herbenoeming erdoor in het geding kon komen. Zijn idee van onpartijdigheid was dat rechters voor één periode benoemd worden, desnoods langer dan drie jaar. Volgens Annan was dit onmogelijk. Na drie jaar is Amerasinghe inderdaad opgestapt.

In een vernietigende analyse die Geoffrey Robertson, een rechter bij het Oorlogs-misdadentribunaal van Sierra Leone, in 2002 op verzoek van een ILO-vakbond over het ILO-Tribunaal schreef, sluit hij zich bij die kritiek aan. ,,Het is niet zo dat de vonnissen noodzakelijkerwijs in het voordeel van de werkgever uitvallen', schrijft Robertson: dit is in 63 procent van de gevallen zo. Maar ,,lacunes op mensenrechtengebied' zorgen wel voor ,,een perceptie van ongerechtigheid': het verhindert mensen om een zaak te beginnen – en eventueel te winnen. Als voorbeeld van zo'n lacune noemt Robertson het feit dat er zelden of nooit mensen worden gehoord: de rechters oordelen alleen op grond van documenten. Verzoeken van advocaten om een hoorzitting worden haast altijd afgewezen. ,,Onwettig' vindt Robertson, die zich beroept op internationale mensenrechtenverdragen. Ook het feit dat je bij dit Tribunaal niet in beroep kunt, dat werknemers geen inzage hebben in stukken en dat het Tribunaal geen macht heeft om beslissingen af te dwingen, leiden hem tot de conclusie dat het bij het Tribunaal aan ,,de noodzakelijke kenmerken van transparantie en onafhankelijkheid' ontbreekt.

Advocaat Ed Flaherty, een Amerikaan die zijn Republikeinse voorkeuren niet verbergt, heeft de laatste tien jaar zo'n honderd VN'ers verdedigd. ,,Ik zie vooral injustice', zegt hij. In het VN-wereldje noemt men hem een `contract-advocaat', die maar op één ding uit is: de VN in diskrediet brengen. Maar feit is wel dat hij een van de weinige advocaten is de stad is waar VN-personeel naartoe gaat (voor 350 euro per uur) als er problemen zijn. Hij kent het systeem als zijn broekzak. ,,Het systeem moet om', zegt hij. ,,Het maakt mensen kapot.' Hij geeft toe: hij had maar wát graag de `Cynthia-case' tegen Lubbers gebruikt om een procedure te beginnen om Lubbers' immuniteit op te heffen door de zaak voor een Amerikaanse rechtbank te brengen. Maar zijn cliënte gaf in oktober de strijd op omdat ze, zegt Flaherty, de druk niet meer aankon. ,,Elke dag naar kantoor gaan en behandeld worden als een stinkdier, dat houdt bijna niemand vol.' Hij is verder zwijgzaam over de zaak.

Volgens hoogleraar Van Wielink van de Universiteit van Amsterdam moet het toch mogelijk zijn om eens door de immuniteit van de VN heen te breken. ,,Als je vaststelt dat de rechtsgang bij de VN niet aan de internationale criteria voldoet, moet je de grenzen van die immuniteit kunnen opzoeken,' zegt hij. Hij beroept zich op een uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in 1999. ,,Die uitspraak stelde dat er omstandigheden kunnen zijn waarbij de rechten van het individu belangrijker zijn dan de immuniteit van de organisatie.' De vraag is nu welk individu de moed, het geduld én het fortuin heeft om zichzelf als test-case op te werpen. Voorlopig lijken de kandidaten dun gezaaid.

Ik zie bij de VN vooral `injustice'. Het systeem moet om, het maakt mensen kapot

Velen durven geen klacht in te dienen uit angst voor hun carrière

Rectificatie / Gerectificeerd

Van Wielink

In het artikel Omertà in Genève (18 decmeber, pagina 37) wordt Joost van Wielink hoogleraar (internationaal recht) aan de Universiteit van Amsterdam genoemd. Hij is als docent internationaal publiekrecht aan deze universiteit verbonden.