Niet gelukkig met de hemel

Andreas Quirrenbach kan zijn werk het beste doen als hij op een hoge berg staat, aan de kust. Dan tuurt hij naar de hemel, naar de sterren, op zoek naar planeten. Juist dat is zo moeilijk. Het is vaak te vochtig, te licht, te veel flinsterende sterren. Nee, met de hemel boven Europa is Quirrenbach niet gelukkig.

Andreas Quirrenbach (42) is astronoom en hoogleraar sterrenkunde bij de Universiteit Leiden. Hij is Duitser van geboorte, promoveerde in Bonn, werkte aan de universiteit van Californië en is sinds enkele jaren verbonden aan Leiden, dat in Europa een grote reputatie geniet op het gebied van astronomie.

Geen vak is zo mondiaal als astronomie. Toch werkt Quirrenbach in Europa, krijgt Europese subsidies (15 miljoen euro) voor verschillende Europese projecten waaraan hij werkt en is hij als Europeaan in Leiden gewikkeld in een hevige concurrentiestrijd met de Amerikanen.

Wie ontdekt als eerste een planeet als de aarde? ,,Dat zou een ontdekking van formaat zijn'', zegt Quirrenbach die naam maakte in de astronomenwereld omdat hij al een half dozijn planeten heeft ontdekt. De eerste planeet buiten het zonnesysteem werd overigens gevonden door twee Zwitsers in 1995, dus Europeanen hebben al enig baanbrekend werk op dit gebied verricht.

Verschillende internationale teams zijn in de race voor deze superontdekking en iedereen dingt naar de beste plekken om naar de sterren te kunnen kijken. Want de planeten cirkelen om die sterren – waarvan tien miljard in het Melkwegstelsel. En de Europeanen hebben nu eenmaal te kampen met lichtvervuiling die de hemel zelf te helder maakt.

,,Bij de waarnemingen van de sterrenhemel draait alles om de telescoop'', zegt Quirrenbach. Verschillende Europese landen hebben derhalve de handen ineengeslagen omdat de investeringen in telescopen kostbaar zijn. Zo beheren Nederland, Groot-Brittannië en Spanje samen een groot observatiecentrum op La Palma. In Zuid-Spanje staan telescopen, in de Pyreneeën en in het Duitse Thüringen. ,,Maar Europa heeft de kleinere telescopen. De grote zijn te vinden buiten Europa, in de leidende observatiecentra in Californië, Hawaï en Chili'', zegt de astronoom die door heel wat telescopen aan de Californische kust heeft gekeken toen hij in San Diego werkte.

Op de gang naar zijn werkkamer hangt een grote foto. ,,Het ideale klimaat om waarnemingen te verrichten'', zegt Quirrenbach: de Atacama in Chili. Hij wijst naar de kale bergen van de Andes, de rotsachtige bodem en de helblauwe lucht. ,,Het ideale klimaat: hier is vijf jaar geen regen gevallen dus de lucht is doorzichtig en droog.'' Geen wonder dat Europese astronomen daar graag een voet aan de grond krijgen. Verschillende Europese landen, verenigd in de European Southern Observatory, hebben in Chili vier grote telescopen van acht meter spiegeldoorsnee gebouwd. Kosten: 400 miljoen euro.

,,Als Europeanen niet zouden samenwerken, kregen we dergelijke investeringen nooit voor elkaar'', zegt Quirrenbach. Ook de Leidse astronoom vraagt met zijn team regelmatig tijd aan om ieder half jaar zeker twee à drie nachten op La Palma waarnemingen te verrichten. ,,Maar waar zie je meer en beter dan in Californië of Chili.''

Quirrenbach heeft met zijn team voor de komende vier jaar 1,5 miljoen euro subsidie gekregen. De kunst is opsporingsmethoden te ontwikkelen om de planeten naast het oogverblindende licht van de sterren te kunnen ontwaren. In de hoop de komende jaren een op de aarde lijkende planeet te ontdekken.