`Met een grote grijns leverde ik mijn laptop in'

Steeds meer mensen kiezen voor leuker werk waar ze minder mee verdienen. Eveline Stoel sprak Josien Heijn (34), vroeger IT-consultant, nu wiskundelerares.

,,Toen ik net bij Moret Ernst & Young werkte, vertelde ik dat graag aan mensen. Ik vond het een kick dat zo'n gerenommeerd bedrijf me wilde hebben. Maar na vier en een half jaar was dat gevoel verdwenen en wilde ik op feestjes niet eens meer uitleggen wat ik deed. Ik vond mijn werk niet iets om trots op te zijn en dacht regelmatig: `Wat voeg ik toe aan het grotere geheel? Niets.'

,,In feite verkocht ik een computersysteem. Als een bedrijf het wilde hebben, onderzocht ik ter plekke met een team waar de daar gebruikte systemen efficiënter konden. Vervolgens zorgden we ervoor dat een nieuw computersysteem werd opgezet. Aanvankelijk vond ik het boeiend werk, maar gaandeweg kreeg ik twijfels. Mensen houden niet van verandering, dus ik had constant te maken met weerstand. Tegen de tijd dat men gewend was aan het nieuwe computersysteem en er de voordelen van inzag, was ik vaak alweer weg. Het meest bevredigende deel van het werk miste ik dus.

,,Toen ik dertig werd, vroeg ik me voor het eerst serieus af: `Wil ik dit wel met mijn leven?' Ik verkeerde in een continue strijd tussen prestatiedrang en het gevoel dat ik mijn tijd verspilde. Als mijn toenmalige vriend er wat van zei als ik alwéér laat thuiskwam of 's avonds chagrijnig kantoormail checkte, begreep ik dat best. Maar iets in mij zei dat dat nu eenmaal bij een goede baan hoorde, dat ik het móest doen. Die tweestrijd vrat energie.

,,Wat later maakte een vriendin de overstap naar het onderwijs. Het was alsof er een lichtje ging branden. Ik verdiende veel meer dan zij, maar was duidelijk minder happy. Leraar leek me leuk, haalbaar en zinvol. Ik ben een maand naar India gegaan en die afstand maakte veel duidelijk. Bij terugkomst begon een collega meteen te vertellen over een opdracht die goed was verlopen. Dat deed me niets en toen wist ik het zeker: tijd om te stoppen. Met een grote grijns heb ik mijn laptop en leaseauto ingeleverd.

,,Ik ben me gaan oriënteren en ontdekte dat de universiteit van Amsterdam, waar ik econometrie had gestudeerd, het vak Didactiek en Communicatie gaf, bedoeld als introductie voor studenten die docent willen worden. Ik vond het te gek en heb me direct ingeschreven voor de lerarenopleiding van de universiteit. Inmiddels ben ik wiskundelerares op een middelbare scholengemeenschap in Huizen. Ik werk harder voor minder geld, maar denk nooit: `Had ik mijn oude baan nog maar'. Ik kon niet tegen de blabla van het corporate wereldje. Het onderwijs voelt `echter'; in mijn mentorklas discussieer ik over actuele onderwerpen en mijn leerlingen draaien nergens om heen. Ik heb nooit zo gelachen om een opmerking van een opdrachtgever als van een leerling.

,,Natuurlijk is het niet alleen maar leuk. Ook als leraar heb ik te maken met weerstand, late vergaderingen en stress, maar ik beleef het anders. Nooit denk ik meer: `Wat maakt het uit?'. Ik wéét dat het uitmaakt. Vorig jaar kreeg ik een meisje in de klas met een soort dyslectie op rekengebied. Ze straalde uit dat ze wiskunde eng vond, maar ik bleef zeggen dat ze het kon. De eerste keer dat zij een voldoende haalde, deden we samen een rondedansje en op een dag zei ze: `Misschien ga ik wiskunde nog wel leuk vinden.' Eén zo'n kind per jaar is meer waard dan tien computersystemen.

,,Er zit een grens aan wat je kan verdienen in het onderwijs, maar mijn ontwikkelingsmogelijkheden zijn onbeperkt. Mijn lessen kunnen altijd interessanter en ik kan zowel binnen als buiten school iets voor leerlingen betekenen. Er wordt nu een wezenlijker deel van mijn persoonlijkheid aangesproken. Vroeger riep ik vaak: `Zodra ik kan stoppen, stop ik.' Tegenwoordig kan ik me zo'n uitspraak niet meer voorstellen.''