Marswater voert de Science top tien 2004 aan

Het definitieve bewijs van de vroegere aanwezigheid van water op Mars, dat ziet het weekblad Science (17 dec) als de voornaamste wetenschappelijke doorbraak van 2004. In het rijtje van tien grote ontdekkingen gelden ook journalistieke criteria. Science-redacteur Richard Kerr steekt de loftrompet over het werk van de Amerikaanse `rovers' (vrijrijdende onderzoeksvoertuigjes) Spirit en Opportunity die in januari een geslaagde landing maakten. Zij bevestigden de vermoedens over het historisch voorkomen van water op Mars, schrijft Kerr.

In werkelijkheid werd door niemand meer getwijfeld aan dat water. Daarvoor waren te scherpe foto's binnengekomen van sporen van enorme wateruitbraken, oude rivierbeddingen en smalle beken. Secure analyse van de Mars-atmosfeer en gegevens over temperatuur, druk, zonne-instraling en baankarakteristieken stonden slechts één conclusie toe: hier had ooit water gestroomd. Misschien modder.

Wat de Spirit en Opportunity er, met behulp van analyse van de aangetroffen Mars-mineralen aan toevoegen is een schets van de samenstelling van dat verdwenen water: het moet tegelijk erg zout en zuur zijn geweest. Uit de fijne gelaagdheid die in sediment is aangetroffen valt af te leiden dat de ondiepe zeeën periodiek droogvielen, vermoedelijk met de afwisseling van de seizoenen. Als de laagjes een jaarritmiek weergeven, dan moet er minsten 250.000 jaar water zijn geweest. De vraag is of dat genoeg is om leven te laten ontstaan.

Kerr slaagt erin een andere Mars-doorbraak ongenoemd te laten. De Europese sonde Mars Express heeft nu onomstotelijk aagetoond dat de Mars-atmosfeer methaan bevat. Eind maart was het nieuws al schuchter naar buiten gebracht, op 3 december kreeg het een plaats in Science. Ook deze waarneming bevestigt eerdere, minder overtuigende waarnemingen, nota bene vanaf de aarde zelf gedaan. Aanwezigheid van methaan kan wijzen op sporen van leven, maar er zijn ook veel abiotische verklaringen. Zo kunnen ook meteorieten methaan aanvoeren.

Nummer twee op de top tien is de vondst, in een grot op het Indonesische eiland Flores, van de resten van een wonderlijk kleine mensensoort: de Homo floresiensis. Veel wijst erop dat deze kleine mensjes 18.000 jaar geleden nog leefden, misschien wel naast de moderne Homo sapiens. Evolutionaire dwerggroei op geïsoleerde eilandjes is in het dierenrijk geen zeldzaamheid. Toch geloven sommigen dat hier gewoon een misvormde H. sapiens is aangetroffen.

Als derde wetenschappelijke doorbraak ziet Science het Zuidkoreaanse bericht dat voor het eerst, en maar zeven jaar na schaap Dolly, een mens, althans een menselijk embryo, was gekloond. Inclusief de overdracht van een celkern. Zestien jonge vrouwen hadden daarvoor 242 eieren afgestaan. Het doel was overigens het kweken van stamcellen.