Kruisbek

Als ze hoog en snel voorbij vliegen, zijn het net donkere blaadjes langs de hemel: een vlucht kruisbekken. Ze hebben, zoals de meeste vinkachtigen (Fringilidae), een golvend vliegbeeld waarbij ze, in de dalende lijn, de vleugels tegen het lichaam drukken. Mijn waarneming van de kruisbek (Loxia curvirostra) was in een groot rechthoekig perceel naaldwoud in Twente, het Dikkersbos. Kruisbekken zijn vogels die voorkomen in de naaldbossen van het gehele noordelijk halfrond; er zijn tal van ondersoorten, afhankelijk van het broedgebied, zoals de Schotse en de Himalaya kruisbek. De opvallende vorm van de snavel, waarbij de bovensnavel de ondersnavel kruist, stelt de kruisbek in staat om de zaden uit dennen- en sparappels te verschalken. Daarbij haalt de vogel acrobatische toeren uit aan twijgen en vruchten van de naaldbomen. Soms telt ons land ineens een invasie aan kruisbekken, vermoedelijk doordat er te weinig voedsel in Scandinavië te vinden is. Het mannetje is karmijn- of steenrood met een korte, gevorkte zwarte staart. De vleugelpennen zijn donker, net zoals een boogvormige streep achter het oog. Het vrouwtje is olijfgroen. De kruisbek wordt vaak waargenomen in groepen van pestvogels, kramsvogels of koperwieken. De jongen verlaten in juni het noordelijk broedterritorium en kunnen kort daarna op de Nederlandse waddeneilanden worden waargenomen. Vaak in gezelschap van het ouderpaar. Het zijn zaadeters, die bij hoge uitzondering bessen op het menu nemen.

Illustratie:

Rein Stuurman

(Zien is kennen!)