Kordic krijgt weer celstraf van 25 jaar

De Bosnische Kroaat Dario Kordic is gisteren door het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van 25 jaar cel wegens oorlogsmisdaden in Bosnië in 1993.

Zijn medeverdachte Mario Cerkez, die in 2001 werd veroordeeld tot vijftien jaar, krijgt in hoger beroep zes jaar cel. Anticiperend op de lagere straf was hij eerder deze maand al vrijgelaten.

De straf die Kordic kreeg opgelegd, is gelijk aan de straf in 2001. De twee Bosnische-Kroaten zaten al sinds 1997 in voorarrest.

Volgens het tribunaal was Kordic (44) ,,de politiek leider'' in een campagne om een gebied in centraal-Bosnië etnisch te zuiveren. De ergste wreedheid werd begaan in april 1993 in de plaats Ahmici. Kroatische militairen bestormden de huizen waar de moslims woonden en schoten de bewoners neer, daarna werden de huizen in brand gestoken. Wie de kogels overleefde, werd levend verbrand.

Gisteren oordeelden de VN-rechters dat Kordic ,,politiek verantwoordelijk'' kan worden gesteld voor de moorden in Ahmici. Het tribunaal achtte bewezen dat Kordic betrokken was bij de voorbereiding en uitvoering van deze actie.

De regionale militaire leider Cerkez (45) werd vrijgesproken van deze aanslag omdat zijn eenheid niet deelnam aan de uitvoering. Hij is wel schuldig bevonden aan medeplichtigheid bij andere, minder zware gevallen van ,,etnische zuivering''.

Het `dossier' Lasva-vallei bestaat uit meerdere rechtszaken. Zlatko Aleksovski kreeg in 1999 een gevangenisstraf van zeven jaar opgelegd. Inmiddels is hij weer op vrije voeten. Vijf mannen die betrokken waren bij de slachting in Ahmici, kregen in januari 2000 straffen van zes tot 25 jaar opgelegd. Drie werden in hoger beroep vrij gesproken.

De Bosnisch-Kroatische generaal Tihomir Blaskic werd in 2000 veroordeeld tot 45 jaar cel. Hij was volgens het tribunaal een hoofduitvoerder van etnische zuiveringen. Afgelopen zomer werd zijn straf verlaagd tot negen jaar. Inmiddels is hij weer op vrije voeten omdat hij al sinds april 1996 vastzat.

Tijdens het hoger beroep van Blaskic werden nieuwe documenten getoond, waarin de zoon van de toenmalige president Tudjman - die een Kroatische geheime dienst leidde - stelde dat Kordic achter `Ahmici' zat. Deze documenten hebben in het hoger beroep van Kordic een belangrijke tol gespeeld.

In het vonnis stelt de Kamer van Beroep ook dat de regering van Kroatië verantwoordelijk is voor de oorlogsmisdaden in Bosnië. De toenmalige president Tudjman van Kroatië zou inmiddels zijn aangeklaagd als hij niet in 1999 was overleden.

Tudjman en de president van Servië Slobodan Milosevic bespraken in maart 1991 de opdeling van Bosnië-Herzegovian tussen Kroatie en Servië.