Koninklijke weg

Enige tijd geleden was ik uitgenodigd om, voor een gezelschap schooldecanen, te discussiëren met Jacques Tichelaar, woordvoerder onderwijs in de Tweede Kamer voor de Partij van de Arbeid. Die discussie ging over de vraag of het wenselijk is dat hogescholen en universiteiten studenten selecteren. Dertig procent van de studenten haakt in het eerste jaar af. Velen vinden dit een alarmerend cijfer, want het moet allemaal efficiënt, recht toe recht aan. Nederlandse jongeren dienen linea recta naar de voor hen meest geschikte leerweg te worden gesluisd, alwaar ze zonder haperingen worden opgeleid voor een bepaalde functie in de maatschappij.

Nog niet zo lang geleden, toen geluk nog heel gewoon was, dachten we daar anders over. Toen vonden we het niet erg als jonge mensen aarzelend, met vallen en opstaan hun weg zochten in ons onderwijssysteem. Zo ging het gros van alle leerlingen na de lagere school naar mavo, havo of vwo. Het laatste bereidde voor op het wetenschappelijk onderwijs. De andere twee waren eveneens algemene opleidingen, maar op een eenvoudiger niveau. Vandaar dat je van de mavo naar de havo naar het vwo kon. Wie doorstroomde, was daarmee een relatief dure klant, maar belangrijker dan de kosten vonden we toen dat ook de leerling die door wat voor oorzaak dan ook pas later de geest kreeg, uiteindelijk terechtkwam op de plek die hij wilde. Datzelfde gold voor leerlingen die via voorbereidend en vervolgens middelbaar beroepsonderwijs door konden stromen naar een hogeschool.

Ooit verklaarde de linkse onderwijspolitiek de oorlog aan de gymnasia. Omdat ouders daar blijkbaar anders over dachten zijn die inmiddels uitgegroeid tot een schooltype dat bloeit als nooit tevoren. Vervolgens richtte links haar pijlen op de mavo's. Die werden gedwongen op te gaan in het beroepsonderwijs. De doorstroming van mavo naar havo werd tot oneigenlijke leerweg verklaard. Omdat ouders daar anders over blijken te denken kan inmiddels ook dit schooltype zich verheugen in een ongekende belangstelling.

De leidende gedachte lijkt te zijn: algemene vorming is weggegooid geld. En ik moet toegeven, daar koop je ook inderdaad niks voor. Hooguit wat meer ontwikkeling voor betrokkene zelf. Dus moet zoveel mogelijk iedereen na de basisschool naar het gestroomlijnde beroepsonderwijs. In de discussie met Jacques Tichelaar beweerde hij dat jongeren met een mbo-diploma het veel beter doen in het hoger beroepsonderwijs dan degenen met een havo-diploma. Die mbo-ers, die weten wat ze willen, die willen vooruit, die zijn pas gemotiveerd, wist hij te melden en hij noemde de gang naar het hbo via het mbo zelfs de koninklijke weg.

Na de mavo te hebben willen opblazen richt de linkse onderwijspolitiek nu haar pijlen dus op de havo. Die levert alleen maar slapjanussen op, die het afleggen tegen de mbo-ers van de koninklijke weg. Navraag bij hogescholen leert me overigens dat dit klinkklare onzin is. We zien wel dat studenten met een opleiding als apothekers- of laboratoriumassistent het goed doen in het hbo. Dat zijn blijkbaar pittige opleidingen. Maar mbo-ers met bijvoorbeeld een agogische achtergrond die zich aanmelden voor de opleiding tot leraar basisonderwijs worden vaak afgewezen omdat ze zelfs niet eens in staat zijn de Cito-toets redelijk te maken.

Het algemeen voorbereidend onderwijs maakt het mogelijk om de keuze voor een bepaalde beroepsrichting uit te stellen, meer mogelijkheden open te houden. Wat is er tegen om, wie dat wil, die mogelijkheid te bieden? Ik begrijp werkelijk niets van de huidige hetze tegen mavo en havo.

lgm.prick@worldonline.nl