Kabinet tegen aanbeveling van Duivesteijn

Het kabinet wil niet dat de Tweede Kamer al bij de voorbereiding van grote projecten direct met ambtenaren van betrokken ministeries zou kunnen spreken.

Vice-premier Zalm heeft dat gisteren gezegd op de wekelijkse persconferentie na de ministerraad. Zalm ging daarmee in tegen één van de conclusies van de commissie-Duivesteijn, die kostenstijgingen bij grote infrastructurele projecten als de Betuwelijn heeft onderzocht. Zalm verwacht van dit voorstel ,,staatsrechtelijke complicaties'' omdat, vooral in de beginfase of de principe-besluitvorming van grote projekten, onder ambtenaren verschillen van inzicht bestaan over wenselijkheid en uitvoering.

De vice-premier meent echter dat ten allen tijde in dit verband het principe ,,de regering regeert, de Kamer controleert'' opgeld hoort te doen. Anders dan de commissie-Duivesteijn voorstelt, heeft de Kamer zijns inziens alleen te maken met de uiteindelijke politieke besluiten van een ministerie.

Een andere gedragslijn zou er volgens Zalm toe leiden dat een minister ter verantwoording geroepen zou kunnen worden naar aanleiding van verschillen van mening onder zijn ambtenaren. Dat is ongewenst, omdat binnen een ministerie juist openhartig moet kunnen worden gedacht over mogelijke alternatieven en de voors en tegens van beleidsvoornemens.

Volgens de commissie-Duivesteijn zou een grote betrokkenheid van de volksvertegenwoordiging in de eerste fasen van grote projekten er toe kunnen leiden dat de Kamer minder de neiging heeft aanvullende eisen – zoals bijvoorbeeld tunnels en viaducten in een spoorlijn – te stellen wanneer een plan eenmaal ter goedkeuring wordt voorgelegd. Volgens Zalm dient echter te worden vastgehouden aan de huidige drie fasen van de bemoeienis van het parlement: goedkeuring van het algemene voornemen tot een projekt, goedkeuring van de concrete plannen, en controle op de uitvoering.

Direct contact tussen Kamerleden en ambtenaren op ministeries is traditioneel een gevoelig punt in politiek Den Haag.