Het Rijksmysterie

Grote getallen zijn een mysterie. Dat bleek deze week maar weer eens bij de presentatie van de commissie-Duivesteijn over onder meer de Betuwelijn. Grove kostenoverschrijdingen zijn kennelijk moeilijk vooraf te zien, als de bedragen het bevattingsvermogen beginnen te ontstijgen.

Vertaal maar eens een miljard euro in spoorstaven, uren kraanhuur, meters talud en kubieke meters gestort beton. Voor de non-specialist is er geen beginnen aan. Gezien de kostenoverschrijding voor de specialist vaak evenmin.

Neem de nieuwe brug in Frankrijk die deze week werd geopend. Een kolossaal gevaarte dat 2,5 kilometer overspant over de rivier de Tarn, tussen Clermont-Ferrand en Montpellier. Maximale hoogte van de pijlers bedraagt 343 meter – hoger dan de Eiffeltoren. De brug, die op mooie dagen boven de nevel in het dal loopt, kostte 394 miljoen euro en was op tijd en binnen de begroting klaar.

Dat bedrag is niet zo heel veel hoger dan het Rijksmuseum in Amsterdam, dat wordt verbouwd voor 272 miljoen euro. Ruim een kwart miljard. Nu gaat het bij het Rijks wel om uiterst belangrijk cultureel erfgoed. De verbouwing van het Rijks moet met grote aandacht worden verricht, en specialisten en materiaal zijn nu eenmaal duur. Er wordt ook het nodige onder- en bijgebouwd. En er moet tijdelijk worden opgeslagen. En er moeten kennelijk huurcontracten worden afgekocht.

Maar toch: de hoogste wolkenkrabber van het land, Delftse Poort in Rotterdam, twee torens van 151 en 93 meter en een vloeroppervlak van twintig voetbalvelden, kostte een decennium geleden omgerekend 109 miljoen euro.

De komende restauratie van het Paleis op de Dam wordt geraamd op 69 miljoen euro. En het jongste plan voor de renovatie en uitbreiding van het Stedelijk Museum, aangevuld met een nieuw depot en de inrichting van museum en depot, komt op een bedrag dat een kwart is van dat van het Rijks.

Appels en peren natuurlijk. Maar het mysterie van de grote getallen is nu juist dat nauwelijks meer te vertellen is waar de appels ophouden en de peren beginnen. Laatste voorbeeld: Les Halles in Parijs. David Mangin, de architect die woensdag onder meer Rem Koolhaas de loef afstak voor de opdracht voor het ver(her)bouwen van het enorme gebied, raamt de kosten op ruim 130 miljoen euro. Ettelijke hectares. Middenin Parijs. Prestigieuzer kan het bijna niet. En dat voor maar de helft van de kosten van het verbouwen van het Rijksmuseum? Conclusie: óf al het andere is spotgoedkoop, óf het Rijks is bij nader inzien toch een beetje over de top. Mischien dat die commissie-Duivesteijn nog even moet blijven zitten.