Het grenzeloze enthousiasme van Polen

Waar houdt de Europese Unie op? Voor Polen geen vraag, want zij ervaren hun oostgrens, tevens EU-grens, vaak als een nieuw ijzeren gordijn. `Daar willen we van af.'

Uitbreidingsmoe. De Polen zijn het nog bij lange na niet, anders dan de Duitsers, de Fransen en de Oostenrijkers. Volgens een recente Europese peiling vindt bijna 80 procent van de Polen dat de Europese Unie, na de uitbreiding van 1 mei dit jaar met tien landen, nog best wel groter mag worden. Daarmee leidt Polen het klassement. Oostenrijk staat onderaan. De Oostenrijkers vinden de EU zo groot genoeg.

Polen is niet alleen vóór lidmaatschap van Turkije, maar ook van zijn buren Oekraïne (heel moeilijk bespreekbaar in Brussel) en Wit-Rusland (totaal onbespreekbaar), en zelfs van het – ook voor Poolse begrippen – verre Georgië. Minister Wlodzimierz Cimoszewicz (Buitenlandse Zaken) zei woensdag tijdens een officieel bezoek van zijn Georgische ambtgenoot in Warschau dat Polen de Georgische aspiraties om lid te worden van de EU en van de NAVO actief zal steunen. Vanwaar dat grenzeloze enthousiasme?

Het Poolse Europabeleid stoelt volgens politiek analist Antoni Podolski voor een groot deel op angst. Angst voor Rusland. Bijna alles wat Polen doet, zegt Podolski in een recent opiniestuk in dagblad Gazeta Wyborcza, is erop gericht om de Russen zo veel mogelijk op afstand te houden. Daarom wil Polen Oekraïne en Wit-Rusland ook uit de Russische invloedssfeer halen. De toetreding van Turkije, waarover de EU volgend najaar onderhandelingen begint, zou tegenwicht kunnen bieden aan de Russische ambities in het gebied rondom de Zwarte Zee.

Podolski keurt de `russofobie' van zijn landgenoten af. Die leidde er volgens hem toe dat tijdens het recente kindergijzelingsdrama in Beslan de Poolse media vooropliepen met kritiek op de wijze waarop Rusland deze crisis oploste. Er werd zelfs geopperd dat de gijzeling zou zijn uitgelokt door de Russische geheime dienst, om de Tsjetsjenen een slechte naam te bezorgen. Angst en hysterie zijn slechte raadgevers, aldus de analist van het Centrum voor Internationale Relaties, een denktank in Warschau.

Politiek analist Piotr Kaczynski vindt dat zijn collega Podolski overdrijft. Dat de Polen bang zijn voor de Russen is niet zomaar. ,,Het is terug te voeren op een honderd jaar oud gevecht dat we met ze hebben gevoerd'', zegt de analist van het Instituut voor Publieke Zaken in Warschau. De Polen zijn meer dan honderdtwintig jaar lang bezet geweest door hun grote Slavische broer, tot 1918. Na de Tweede Wereldoorlog keerden de Russen terug, ditmaal niet als imperialisten maar als communisten, om pas na vijftig jaar weer te vertrekken. ,,We zijn nog niet over die geschiedenis heen'', zegt Kaczynski.

Volgens Podolski heeft Polen juist door die tragische geschiedenis een reflex ontwikkeld om altijd voor de underdogs te kiezen. Wie het tegen grootmacht Rusland opneemt – maakt niet uit of je uit Tsjetsjenië, Oekraïne of Georgië komt – kan rekenen op Poolse sympathie, soms meer uitgesproken, soms minder. De Poolse steun voor de pro-democratische, pro-westerse krachten in Oekraïne is overweldigend, in alle lagen van de bevolking.

Kaczynski beaamt dat geopolitiek een belangrijke drijfveer is van het Poolse buitenlandse beleid, maar kan zich niet vinden in de kwalificatie `anti-Russisch'. ,,Je zou ook kunnen zeggen dat we gewoon heel kritisch zijn. Rusland is geen democratie. Daar kun je de ogen niet voor sluiten.'' Bovendien was het niet de Poolse president Aleksander Kwasniewski die naar Kiev afreisde om deze of gene kandidaat in de Oekraïense presidentsverkiezingen te steunen. ,,Dat was Poetin.'' De russofobie is zeker niet wijdverspreid, zegt Kaczynski. ,,Na de tragedie in Beslan zijn er tientallen Russische families naar Polen gehaald voor hulpverlening.''

Kaczynski vindt wel dat de Poolse politieke elite sinds 1 mei in een ideeëncrisis verkeert. ,,Vijftien jaar lang was het vinden van aansluiting bij het Westen het hoofddoel. En nu zie je dat politici niet meer zo goed weten wat Polen zou moeten motiveren.'' Ook Podolski vindt dat de politiek nog niet heeft uitgedokterd wat de prioriteiten van Polen zijn binnen de EU en wel erg makkelijk roept dat de Unie verder moet worden uitgebreid, terwijl de huidige problemen van Europa al ingewikkeld genoeg zijn.

Sinds de crisis in Oekraïne van dit najaar werpt Polen zich graag op als bemiddelaar tussen oost en west. Maar die rol kan volgens Podolski alleen maar worden gespeeld als de Poolse relaties met oost en west ook echt goed zijn. En dat zijn ze volgens de analist niet. Hij wijst bijvoorbeeld op de motie van het Poolse parlement eerder dit jaar om na vijftig jaar alsnog herstelbetalingen te vragen aan Duitsland. ,,Een merkwaardig idee'', aldus Podolski, dat zeker niet heeft bijgedragen aan een betere relatie met Berlijn. Hij roept op tot minder emotie en gemakkelijk populisme en tot meer realiteitszin. Zonder steun van Berlijn en van Moskou kan Polen het zo vurig gewenste EU-lidmaatschap van Oekraïne wel vergeten.

Kaczynski benadrukt dat er ook waardevolle economische argumenten zijn voor verdere uitbreiding. De oostgrens van Polen – en die van de Europese Unie – is nu een soort geamputeerde arm. Het oosten van Polen zou aanzienlijk opleven als er geen handelsbarrières waren met Oekraïne en Wit-Rusland, zoals het westen van Polen nu zeer profiteert van de contacten met Duitsland, die sinds 1 mei alleen maar zijn toegenomen.

,,De oostgrens wordt in toenemende mate ervaren als een soort nieuw ijzeren gordijn'', zegt Kaczynski. ,,Daar willen we van af, zoals Duitsland in de jaren negentig de oostgrens van de EU ook liever niet in huis wilde hebben. Wij geven er, net als Duitsland, ook de voorkeur aan om te worden omringd door EU-landen.'' Maar waar houdt het doorgeven van die hete aardappel – die oostgrens – op? Bij Rusland soms?