Handvol ragfijne liedjes

Op haar piano staan foto's van Judy Garland en Ethel Merman, want dat zijn de Broadway-vrouwen aan wie Mylène d'Anjou zich graag spiegelt. Zelf zet ze haar stem soms ook op orkaansterkte, en dat geëxalteerde gaat haar eveneens goed af. Ze zingt een paar flarden uit de songs van haar grote voorbeelden en verlustigt zich aan het stardom van die vrouwen – heel wat anders dan in Nederland, zegt ze, waar je als ster al geluk hebt als de artiesteningang van het theater open is.

In haar zevende soloprogramma, dat gisteravond in première ging, toont Mylène d'Anjou opnieuw aan dat ze expressief kan zingen – niet alleen op showformaat, ook ijl en fluisterzacht – en zo makkelijk contact legt met de zaal, dat haar verhalen de sfeer van genoeglijke buurpraatjes krijgen. Maar ook in deze voorstelling weet ze niet altijd de ideale vorm te vinden om haar evidente talenten recht te doen.

Al na het eerste complete liedje – een door haarzelf vertaald nummer van Annie Lennox – laat ze het thema van de sterren los en begint over iets anders. Eerst over de angstige vraag hoe lang huiselijk geluk kan duren (,,100 procent oké vind ik niet te vertrouwen''), daarna over de ingewikkelde relatie met kinderen in een co-ouderschap en tenslotte over een vrouw die met dronkemansverdriet voor de deur van haar ex staat.

Dat heeft iets willekeurigs, hoe raak ze af en toe ook een situatie of een bijpassend persoon typeert.

Zo is Los een voorstelling met een handvol ragfijne liedjes, elegant begeleid door pianist Erik de Reus, een paar grappige scènes en iets te veel verhalen die wat gewoontjes blijven.

Het is alsof Mylène d'Anjou ieder moment uit het beperkte kader van haar solo kan stappen en het toch steeds net niet doet. Ik zou haar wel eens in een mooie musical willen zien.

Voorstelling: Los, door Mylène d'Anjou. Regie: Dick van den Toorn, Gezien: 17/12 in De Meervaart, Amsterdam. Tournee t/m 6/5. Inl. (071) 5133985, www.harrykies.nl