Hakan

Hakan Dinc (16) woont in Amsterdam-Oost. Hij volgt op het ROC de opleiding handel. Hij wil een eigen supermarkt in Nederland openen en daarna in Turkije gaan wonen.

''Als ik mijn geld heb gemaakt dan ga ik in Turkije wonen. Zodra ik daar eenmaal woon dan heb ik de tijd om echt Turk te worden. Dan gaan ze je toch zien als een van hen. Dat wil ik graag. Ik voel me er nu nog niet thuis, maar het is toch je land.

Geld ga ik verdienen met een eigen supermarkt in Nederland. Niet in Amsterdam, want er zijn hier al te veel Turkse en Marokkaanse winkeltjes. Misschien in Utrecht of zo. Je moet eerst naam maken, anders wordt het niets. Ik werk nu heel lang bij mijn oom in zijn supermarkt en dan kennen de mensen je. Dan weten ze, die Hakan, dat is een goede vent. Dan komen ze. Je kunt niet zomaar geld maken.

Ik ben in Nederland geboren, in Amsterdam-Oost. Toen ik twee was verhuisden we naar Amsterdam West. Daar ben ik opgegroeid. Ik zat daar op een Montessori-basisschool. Het was een zwarte school, met vooral allochtone leerlingen, maar ze spraken goed Nederlands. Ze leerden het ons ook goed. Na ongeveer zeven jaar in West, werd ons flatgebouw gesloopt en zijn we weer naar Amsterdam-Oost gegaan. Ook omdat hier in Oost meer familie woont.

Voor mijn Nederlands was het eigenlijk beter om in West te wonen. Ik sprak meer en beter Nederlands. Toen ik hier naar school ging, merkte ik dat de leerlingen onderling nauwelijks Nederlands spraken. Daardoor is mijn Nederlands ook weer weggezakt. Maar dat komt ook wel een beetje door mezelf. Ik spreek eigenlijk vooral Turks en zit voornamelijk tussen allochtonen. Mijn vrienden zijn Turks, thuis spreek ik Turks en met mijn familie spreek ik Turks. Alleen met meisjes spreek ik Nederlands.

Ik zit hier nu op het ROC, handel niveau 1. Volgens mijn mentor gaat het wel goed. Dat vind ik ook belangrijk. Je moet toch je verantwoordelijkheid nemen. Met werk op tijd komen, op school naar de lessen. Dat soort dingen. Dat is wel anders geweest. Op het vmbo had ik problemen en uiteindelijk ben ik van school gestuurd. Ik had voortdurend een grote mond tegen de leraren, haalde slechte cijfers en deed niks meer. Op een gegeven moment toen het slecht ging, dacht ik: nu maakt het toch niet meer uit. En dan doe je niks meer. Eigenlijk wilde ik vooral een beetje stoer zijn.

Ik kreeg in die periode ook problemen op mijn werk. Dat was bij mijn oom in zijn supermarkt in de Javastraat. Ik hielp daar de klanten met het groente en fruit dat buiten is uitgestald. Ongeveer twee jaar geleden zei mijn oom dat ik maar even een pauze moest nemen. Verschillende klanten hadden bij hem geklaagd dat ik een grote mond tegen ze had. Dat was ook zo. Afgelopen zomer ben ik weer begonnen bij hem in de winkel en het gaat nu heel goed. Bijna alle vakanties en vrije dagen werk ik daar.

Op het ROC heb ik één Nederlandse klasgenoot, verder zijn het allemaal allochtonen. Ik heb ook helemaal geen Nederlandse vrienden. Het is niet zo dat ik een hekel heb aan Nederlanders, helemaal niet, maar het gebeurt gewoon niet. Er zou hier bij ons thuis ook nooit een Nederlander blijven eten. Hoe dat komt? Geen idee. Ik ben gewoon meer met Turken, daar kan ik beter mee opschieten. Dat is gewoon een groot verschil.

Als ik Nederlanders een paar jaar zou kennen, dan zou ik wel met ze omgaan. Maar die zijn er niet. Dat gebeurt gewoon niet. Nederlanders willen ook niet zo graag met Turken omgaan denk ik. Turken houden er gewoon van om bij elkaar te zijn. En uiteindelijk Nederlanders ook. We willen wel goed Nederlands spreken hoor maar we doen er niet veel aan. Je blijft toch in Turkse kringen, op mijn werk, op school en in de koffiehuizen.

Ik voel me meer Turks, ook al ben ik Nederlands. Zelfs mijn vader is hier geboren. Toch, Turkijke blijft je land. Dat is niet altijd gemakkelijk. Als ik in Turkije ben, ben ik een Nederlander. Ben ik hier dan ben ik een Turk. Als ik in Turkije ben merken ze meteen dat ik uit Nederland kom en zien ze je ook als Nederlander. Dat komt niet alleen door de taal, die ik niet vloeiend spreek. Het is ook je kleding, je uitstraling. Daar zijn ook wel moderne, nette mensen, maar wij Nederlandse Turken zijn toch meer verzorgd.

Om de zomer ga ik naar Turkije, dan gaan we naar het dorp waar mijn grootouders vandaan komen. Als ik in Turkije in een winkel ben, zeggen ze tegen mij: vijf euro. Gaat mijn oom naar binnen dan zeggen ze: drie euro. Ze proberen je toch te naaien.

Ik heb nu een Nederlandse vriendin. Ik weet niet of het serieus is. We zien wel hoe het gaat. Ik heb haar ook nog nooit meegenomen naar huis. Dat doe je niet zomaar. Ik ben wel eens bij haar geweest, maar ze woont niet meer bij haar ouders, dus die heb ik nog nooit gezien. Dat was wel gezellig. Ze is zeventien en gaat ook naar het ROC. Ik zeg niet hoe ze heet want het kan zo weer uit gaan. Misschien belt ze vanavond nog om te zeggen dat het over is. Niks is vast.

Op het vmbo was dat ook een van de redenen dat het niet goed ging. Ik was er met mijn hoofd niet bij. De dames trokken te veel mijn aandacht. Die combinatie ging gewoon niet goed. Ik wilde toen ook een serieuze vriendin, maar dat lukte niet. Vrouwen zijn geldwolven, die willen cadeautjes enzo. Maar als ze dan zien dat je geen geld hebt, dan houdt het op. En ik had geen geld. Nu ik werk geef ik bijna niks uit, ook niet aan een vriendin.

Ik ben zeker ook moslim. Maar ik ga niet zo vaak naar de moskee, gewoon op zijn tijd. Mijn ouders zouden wel willen dat ik vaker ging, maar ze dwingen me niet. Het geloof is belangrijk. Wat doe je hier anders. Je moet toch een doel hebben, meer dan alleen geld maken. Je moet proberen om goed te leven. Maar dat kan ook na je zestigste. Ik probeer het nu al wel een beetje. Gewoon geen slechte dingen doen, geen criminaliteit, niet blowen, niet te veel drinken.

Als ik wat ouder ben, 23 of zoiets, ga ik echt serieus leven. Een echte relatie komt dan ook. Dan wil ik ook mijn eigen supermarkt hebben en zal ik ook vaker naar de moskee gaan. Als je naar de moskee gaat, kun je minder genieten. Dan ben je op een pad dat je moet afmaken. Dan moet je je niet meer laten afleiden. Dat eist alles op. Vijf keer per dag bidden en vaak naar de moskee. Dan moet je geen gekke dingen doen. Nu kan dat nog wel.

Ik was tien jaar toen mijn ouders uit elkaar gingen. Ik ben de oudste thuis en dat geeft ook verantwoordelijkheid. Ik heb een zusje en een broertje op wie ik vaak moet passen. Mijn moeder werkt op een school. Ik zie mijn vader niet zo vaak. Ik heb geen probleem met hem, maar ik mis het ook niet echt. Ze zijn nou eenmaal gescheiden. Daar kun je niets meer aan doen. Zij hebben laten zien hoe het niet moet gaan met relaties. Dat ga ik anders doen. Voor mijn leeftijd heb ik al veel verantwoordelijkheid. Daardoor voel ik me ook anders dan leeftijdsgenoten. Andere jongeren denken anders, die weten ook niet hoe het is om voor je broertje en zusje te zorgen en je moeder te helpen. De helft van wat ik verdien geef ik aan mijn moeder. Ze heeft dat ook nodig, want zo veel verdient ze niet. Ik weet hoe het is om een eigen huis te hebben en kinderen. Dat is zwaar.

Het is niet zo dat ik de vaderrol heb overgenomen voor mijn broertje en zusje, maar ik ben wel verantwoordelijk voor ze. Zo voelt dat. Daarom vind ik het nu ook belangrijk om mijn school af te maken, geen lessen te missen en ook op mijn werk mijn best te doen. Dat bedoel ik met verantwoordelijkheid. Ik moet er bijvoorbeeld op letten dat mijn zusje later niet de verkeerde kant op gaat, dat ze geen vriendje heeft. Dat mag niet. Waarom ik dan wel een vriendin mag? Zo is dat nou eenmaal. Dat is de cultuur. Het gaat om de eer van de familie. Ik weet niet waarom dat zo is, of dat ergens geschreven staat. Wij zijn daar mee opgegroeid. Als ik mijn zusje op straat zie met een jongen, dan hebben ze allebei een probleem. Dan krijgt hij een pak slaag. Dan doe ik gekke dingen.

Mannen zijn vrijer, vrouwen moeten zich aan de regels houden. Mannen moeten zich ook wel aan de regels houden, niet drinken en dat soort dingen. Als ik me niet aan de regels houd, dan zou ik geen man zijn. Dat zijn ingewikkelde dingen, daar denk ik niet zo vaak over na. Zo is het gewoon.

En als ik ooit een vrouw krijg, dan moet ze Turks zijn. Dat is ook een van die dingen die ik niet uit kan leggen. Je begrijpt elkaar beter, dan gaat alles gemakkelijker. Ik ken veel mensen die met een Nederlandse zijn getrouwd en meestal gaat dat niet goed. Ik heb heel duidelijk in mijn hoofd wat ik wil. Ik werk en ga naar school en ga af en toe naar het buurthuis om mijn vrienden te zien. Dat zijn Turken, we zoeken elkaar op.''