Golven en ijsbergen

Jeroen Pauw was nieuwslezer bij het journaal van RTL4. Na het nieuws kwam en komt nog het weerbericht. ,,En nu'', zei Pauw, ,,gaat Reinier van den Berg u vertellen wat voor weer het vandaag is geweest.'' Nieuwslezers vertellen de miljoenen kijkers het laatste nieuws over de grootste rampen, en de miljoenen vergeten meteen wie daar aan het woord is geweest. Dat is de bedoeling. Het gaat over de ramp. Maar één keer komt de man zelf met een geslaagde wisecrack en hij maakt zich onvergetelijk.

Intussen bestaat het weerbericht voor meer dan de helft uit een verslag van hoe het geweest is, sinds een paar jaar ook met foto's. Prachtige foto's van mistige weilanden, een landweg, koeien, een weiland, een strand, veel mist, en dan opeens de Canarische Eilanden met het zonnetje, en altijd prachtige foto's zoals de weervrouw/-man verzekert. En wat het morgen voor weer wordt, dát vertel ik u straks. Reclame.

Al maanden heeft het in Nederland niet hard gewaaid, goed gestormd. Een recordlagedrukgebied, ontwortelde woudreuzen, afgerukte daken, een echte najaarsstorm hebben we dit jaar niet gehad. In het collectieve hoofd van het volk is het een duffe troep geworden. Juist is bekend geworden dat de koeien, varkens en kippen vatbaarder worden voor allerlei ziekten omdat ze niet meer in de buitenlucht komen. Wetenschappelijk is al lang geleden niet bewezen, maar wel vermoed, dat de luchtdruk van invloed is op de hersenen. Zeer lage luchtdruk heeft een bevrijdende werking. Het zou kunnen dat het openbaar debat in Nederland behoefte heeft aan een orkaan.

Afgelopen zomer leek het er nog goed uit te zien. Op de Noordzee zijn toen de hoogste golven gemeten sinds de registratie in 1989 is begonnen. ,,Door de zomerse stormen reikten de golven bij meetpaal Hoek van Holland tot bijna vijf meter'', meldde Rijkswaterstaat. Laat het vier meter negentig zijn geweest. Nog ongelofelijk: een watermassa van anderhalve verdieping van een gewoon huis op je af te zien komen, tegen de zeewering te zien botsen. Wordt daar misschien door zijn eigen kracht teruggeworpen en botst dan tegen de volgende muur van water. Dat moet een goddelijk schouwspel zijn geweest.

Aan de kust van de Atlantische Oceaan, de Golf van Biscaje, zijn ze nog hoger. En dan hebben we Hawaii. Toevallig staat in de Volkskrant van gisteren een foto van een golf, van dertien meter, met in de kromming een surfer die zijn plank is kwijtgeraakt. Het ding is nog vaag op de kuif van de golf te zien; de surfer is er met een knieblessure vanaf gekomen. Mens tegen natuur, het hoort tot de aangrijpendste drama's, altijd weer.

Ook deze week hebben de media melding gemaakt van een geweldig stuk ijs dat van de ijsmassa aan de Zuidpool is afgebroken. ,,Een drijvende ijsschots'', meldde de Slijpsteen van donderdag. Zo groot als de Randstad, of als Zuid-Holland, dat hing van het medium af, maar in ieder geval heel groot. Dat deze schots tot wereldnieuws is geworden komt ook doordat hij het leven van tienduizenden pinguïns bedreigt. Die kunnen hun voedsel niet meer bereiken. Op het journaal zag je een rijtje bedreigde pinguïns in hun deftig-menselijke tred, op zoek naar hun onvindbare voedsel. Hoe zou het nu met die dieren gaan, vraag je je af. En hoe trouwens met de 200.000 vluchtelingen uit Falluja? Maar dat is een ander onderwerp, die zitten niet op zo'n reusachtige schots.

Of deze ijsmassa een schots is, of dat we eigenlijk met een ijsberg te maken hebben, werd uit het nieuws niet duidelijk. Schotsen zijn minder dramatisch dan bergen. Je hebt noordelijke en zuidelijke. De meeste noordelijke ontstaan uit de gletsjers op Groenland, heb ik indertijd op aardrijkskunde geleerd. Ik stelde me voor dat de ijsmassa van zo'n gletsjer tergend langzaam zeewaarts schoof; dat dan het voorste deel boven het wateroppervlak zou komen, nog met de rest verbonden zou blijven tot het gewicht te groot zou zijn geworden. Dit deel brak af, stortte met voorwereldlijk lawaai in zee. IJsberg.

Dat lawaai wilde ik horen, die plons wilde ik zien, al toen ik een jaar of twaalf was. Tientallen jaren gingen voorbij. Zeker twee keer per jaar dacht ik aan de Groenlandse ijsbergen. Toen kwam ik een natuuronderzoeker en milieu-activist tegen, vertelde hem van mijn onvervulde wens. Hij glimlachte minzaam. Toevallig gaan we begin volgende maand naar Groenland. Als je zin hebt: ga mee! Het was juist ijsbergentijd. In april, mei komen er honderden in zee terecht. Ik kon geen nee zeggen. Toen moest plotseling het schip op de helling, of de hemel mag weten wat voor verborgen gebreken er waren ontdekt, maar dit arctisch feest ging niet door. Mocht er binnenkort iemand naar Groenland gaan, ik houd me aanbevolen.