God is op de hand van onversneden kapitalisten

De Amerikaanse supermarktgigant Wal-Mart is goed voor de aandeelhouders en slecht voor de werknemers. En niet zo'n klein beetje. Het Amerikaanse beursweekblad Barron's rekent de lezers handenwrijvend voor dat Wal-Mart zo weinig kosten maakt dat het ,,elke prijzenoorlog kan winnen''. Dat gaat echter vooral ten koste van de werknemers. Het eveneens Amerikaanse tweewekelijkse blad New York Review of Books doet een boekje open over de manier waarop de 1,4 miljoen werknemers onder de duim houdt.

Het personeel van Wal-Mart heeft qua productiviteit een staat van dienst die tot de beste van de VS hoort, maar de beloning van het voetvolk ligt beneden de armoedegrens. Een verkoper van Wal-Mart verdient 14.000 dollar per jaar. Dat is, schrijft het blad, 1000 dollar minder dan de armoede grens van 15.000 dollar die de overheid aangeeft voor een gezin van drie personen. Meer dan de helft van het personeel is niet in staat de laagst mogelijke ziektekostenverzekering te betalen, ook al probeert Wal-Mart dat gegeven in een recente tv-advertentiecampagne te ontkrachten.

Het blad noemt nog enkele frappante voorbeelden van de manier waarop Wal-Mart te werk gaat in de beste traditie van het ruwste kapitalisme uit het begin van de vorige eeuw. Zo is het werknemers verboden om onder werktijd over iets anders te praten dan over het werk. Wie dat toch doet maakt zich schuldig aan een misdrijf dat bij Wal-Mart bekend staat als time theft, diefstal van de baas z'n tijd.

Een andere traditionele onhebbelijkheid van Wal-Mart is dat de onderneming vrouwelijke werknemers consequent onderbetaalt en achterstelt. Vrouwen die dit bij de rechter aanhangig maken krijgen het zwaar te verduren, tot ze eigener beweging vertrekken. Daar komt bij dat het lidmaatschap van een vakbond taboe is, en dat het hoofdkwartier een speciale antivakbondsbrigade in dienst heeft die uitrukt zodra de vakbeweging zich ergens mee bemoeit. Geen wonder dus dat Wal-Mart elk jaar de helft van zijn personeel moet vernieuwen, omdat het onstlag neemt zodra het kan. Het blad concludeert dat Wal-Mart niet zozeer ,,een prijzenswaardig businessmodel is'', zoals de zakenpers meent, ,,maar een schandaal''.

Dat laat onverlet dat de supermarktmoloch maar even een steekje hoeft te laten vallen of de koers zakt. Dat gebeurde, schrijft Barron's, eind november, toen bekend werd dat de verkoop per maand niet, zoals gebruikelijk, met 4 procent was gestegen maar met een miezerige 0,7 procent. De koers daalde daarop met 6 procent. Volgens het blad is daarom nu het moment aangebroken om aandelen Wal-Mart te kopen. Want de realiteit is dat de onderneming de capaciteit aan winkelruimte met 8 procent per jaar uitbreidt, en dat er in en buiten de VS volop ruimte is voor groei.

Ook het Duitse weekblad Wirtschaftswoche is traditioneel een trouwe bewonderaar van het businessmodel à la Wal-Mart en ziet het Duitse dan wel Europese systeem van sociale voorzieningen als weinig meer dan een rem op de ,,economische dynamiek''. Die is in de VS veel groter dan in Europa en dat komt, betoogt het blad, doordat de Amerikanen veel trouwer zijn aan kerk en geloof dan de Europeanen. Het wordt tijd, denkt de hoofdredactie, om in te zien dat ,,niet God dood is, maar Nietzsche''.

De religieuze aanhankelijkheid van de Amerikanen is er volgens het blad de oorzaak van dat het geboortecijfer in de VS met 2,1 kind per vrouw veel beter op het gemiddelde wereldniveau blijft dan dat in Europa met 1,4 kind per vrouw. Dat betekent dat de bevolking van Europa veel sneller zal verminderen dan die in de VS. Als deze trends aanhouden, aldus het blad, zal het Amerikaanse bruto binnenlands product in 2050 twee keer zo hoog zijn als het Europese.

Verder meent het blad dat ,,de hogere economische dynamiek'' in de VS ook te danken is aan de protestantse kerken. Deze propageren als vanouds ,,een puriteins calvinistische arbeidsethos'' die zegt dat persoonlijke welvaart het loon is van hard werken. Met andere woorden, de protestantse arbeidsethos die de socioloog Max Weber honderd jaar geleden al beschreef, is in Amerika nog springlevend. Het blad illustreert dat met het gegeven dat de Amerikanen per jaar twintig procent meer uren maken dan bijvoorbeeld de Fransen. Diezelfde arbeidsethos is er volgens het blad ook de oorzaak van dat de Amerikanen de sociale voorzieningen klein houden.

Wat economische dynamiek betekent, ondervindt Wal-Mart aan den lijve in Mexico. Daar, schrijft het tweewekelijkse Amerikaanse zakenblad Forbes, is de onderneming regelrecht in oorlog met de Mexicaanse supermarktketen Soriana. Enkele jaren geleden nog was het de zwakste concurrent die volgens kenners van de markt als eerste de strijd tegen Wal-Mart zou opgeven. Het tegendeel gebeurde en op dit moment is Soriana de belangrijkste concurrent van Wal-Mart. Het grootste verschil tussen beide, zo citeert het blad de Soriana-directie, is dat ,,je bij Wal-Mart overal precies dezelfde winkel aantreft, maar niet bij Soriana, want consumenten zijn nu eenmaal niet overal hetzelfde''.