EU eist van Kroatië steun aan tribunaal Den Haag

De Europese Unie wil op 17 maart 2005 onderhandelingen openen met Kroatië over de toetreding van het land tot de EU. Voorwaarde is wel dat de Kroatische autoriteiten goed meewerken met het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag.

Dit zijn de regeringsleiders van de EU gisteren op hun top in Brussel onder Nederlands voorzitterschap overeengekomen. De EU-leiders bevestigden voorts dat ze Bulgarije en Roemenië hopen te verwelkomen als nieuwe lidstaten op 1 januari 2007. De toetredingsonderhandelingen met beide landen waren pas vlak voor de top van deze week afgerond.

Het besluit werd met instemming begroet door de Bulgaren en de Roemenen. ,,Bulgarije heeft vandaag de kust in zicht gekregen van het beloofde land'', aldus het tevreden commentaar van de Bulgaarse minister van Buitenlandse Zaken, Solomon Passy. ,,Na een lange reis zijn onze inspanningen beloond.''

De Roemeense premier Adrian Nastase sprak van een historische dag. ,,Eindelijk voegen we ons bij de Europese familie.''

Kroatië had liever gezien dat de EU geen voorwaarden had verbonden aan het begin van de onderhandelingen, maar de regeringsleiders van de EU besloten anders. Ze reageerden daarmee op de kritiek van de aanklaagster van het Joegoslavië-tribunaal, Carla del Ponte. Die stelde onlangs in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dat Kroatië onvoldoende meewerkt met het Haagse tribunaal.

De gram van Del Ponte was vooral gewekt door de weinig energieke wijze waarop de Kroaten jacht hebben gemaakt op generaal Ante Gotovina. Deze is aangeklaagd in verband met misdaden begaan tijdens de eerste helft van de jaren `90. Gotovina, die in eigen land geldt als een oorlogsheld, leeft al ondergedoken sinds 2001, toen de aanklacht tegen hem werd ingediend.

Roemenië en Bulgarije kunnen beide nog voor een periode van maximaal drie jaar worden uitgesloten van samenwerking met de Europese partners op bepaalde beleidsterreinen, als hun hervormingen alsnog zouden stagneren. Dit kan gebeuren op grond van de zogeheten vrijwaringsclausules die door de EU-lidstaten kunnen worden ingeroepen.