Emancipatie kan niet door bemoeizucht worden afgedwongen

De ouders op het schoolplein leven niet volgens overheidsrichtlijnen maar kiezen zelf, vindt Maarten Huygen, commentator op reis door de samenleving.

Het uitgesleten woord `emancipatie' valt niet vaak op de speelplaats. Rond dit complex van drie basisscholen in een gemengde Nieuwegeinse wijk hebben de wachtende ouders wel wat anders aan hun hoofd. Het is woensdag half twaalf 's morgens, voor ouders een onhandige tijd om de kinderen op te halen. Van werk komt het op zo'n dag niet meer. Er staan dus grotendeels vrouwen op het schoolplein, want zij nemen de tijd voor hun kinderen, terwijl de meeste mannen op hun werk blijven. Vinden die vrouwen dat erg? Nee, eigenlijk niet.

De drie vrouwen die ik in de kou voor de schooldeur spreek, hebben na hun eerste bevalling als vanzelfsprekend hun werkuren teruggeschroefd. Alleen de wat hoger opgeleide Renate van de Weerd, teamleidster op een laboratorium, deelt de reductie van het aantal uren met haar man. Zij werkt nog voor 90 procent, zegt ze, ze heeft altijd 'swoensdags vrij. De twee andere moeders maken nog minder uren en laten hun man de volle week, omdat die ook het meeste verdient. Ze houden wel van hun baan, maar ze hoeven niet de hele week en willen ook graag zelf de kinderen opvoeden.

Mevrouw L. Hoefakker en mevrouw T. de Boer, receptioniste en administratief medewerkster, vinden promotie minder belangrijk dan plezier in het werk. Op kantoor hebben ze leuke contacten en hun werkgevers houden rekening met de schooltijden. De Boer werkt vier korte dagen van zes uur, Hoefakker twee dagen. Ze zijn eensgezind in hun bezwaar dat ze op het werk nooit een parkeerplaatsje kunnen vinden, nadat ze de kinderen naar school hebben gebracht. Daar zou iets aan moeten gebeuren, vinden ze. Behalve de gehandicaptenparkeerplaats een paar schoolmoederplekjes misschien?

Of ze ooit nog fulltime willen werken, zien ze later wel weer. Met hun patroon van anderhalve baan, een voor de man en ongeveer een halve voor de vrouw, wijken ze niet af van het overheersende gezinspatroon. De emancipatiemonitor van het CBS en het Sociaal en Cultureel Planbureau signaleerde deze week zelfs een stap terug van de heilstaat waar mannen en vrouwen volgens de richtlijnen van het ministerie in wiedoetwat.nl onderhandelen om lasten en lusten exact door de helft te delen. Vrouwen en mannen vinden een precieze taakverdeling helemaal niet meer zo belangrijk als vroeger, aldus de monitor. In 1997 vond bijna tweederde van de ondervraagden dat de zorgtaken beter verdeeld moesten worden tussen man en vrouw, nu denkt nog maar de helft er zo over. Terwijl in het buitenland kinderen in de opvang gaan, hebben veel Nederlanders bezwaar tegen uitbesteding van de opvoeding. Bijna de helft van de ondervraagden vindt dat het gezin eronder lijdt als de vrouw een volledige baan heeft, terwijl in 1991 slechts een kwart er zo over dacht. En als vrouwen minder werken, komen ze minder vaak in hoge posities terecht.

Deze terugslag is begrijpelijk. Toen vrouwen nog nauwelijks werkten, knikten Nederlanders blij bij `vrouwenemancipatie' en `herverdeling van zorgtaken'. Nu hebben veel mensen zelf de gevolgen ervaren en lopen de meningen uiteen. Ieder kiest zijn eigen levensstijl, de een werkt hard, de ander ontplooit zich liever elders. Huismannen zijn in de minderheid. Ook vrouwen zonder kinderen werken massaal parttime. Veel banen zijn niet zo verrijkend.

Je zou denken dat Sociale Zaken zich aan de uiteenlopende wensen zou aanpassen maar het ministerie houdt vast aan de oude beleidsplannen met precieze benchmarks die in 2000 onder het paarse kabinet zijn ontwikkeld. De ambtenaren van Sociale Zaken lijken wel ontwikkelingswerkers die goed gedrag belonen met hulp. Zij hebben zelfs bepaald hoe vaak de mannen in het land moeten afwassen, maar volgens de Emancipatiemonitor zal de target dat mannen 40 procent van de zorgtaken onder handen nemen waarschijnlijk niet meer worden gehaald.

De schrijvers van de emancipatiemonitor wijten deze stagnatie aan het weinig krachtige beleid van de overheid dat de streefdoelen niet helder communiceert. Maar zou het niet eerder liggen aan de burgers zelf die in een vrij land gewoon doen waar ze zin in hebben in plaats van de streefdoelen van bezorgde ambtenaren te gehoorzamen?

De Zuiderkroon-school biedt het keuzemenu van werk en zorg dat Nederlanders zo graag hebben. De directeur van de school, Kees Verweij, werkt fulltime. Minder kan niet, vindt hij. Een schooldirecteur heeft het zelfs vaak zo druk dat hij niet meer voor de klas kan staan. Er is veel administratie en de basisschool is een duiventil geworden voor parttimers die lesgeven. Voor de veertien klassen op drie locaties van De Zuiderkroon zijn er 22 leerkrachten. Het samenstellen van de ingewikkelde roosters en het extra personeelswerk kosten hem zeker twee werkweken per jaar.

De 34-jarige Mirjam Bruin deelt samen met een collega de verantwoordelijkheid voor één klas. Ze is gescheiden en heeft twee kinderen. Ze zou de tijd met de kinderen voor geen goud willen missen en ze zou het ook jammer vinden als haar kinderen altijd in de opvang moesten. ,,Mannen zijn niet onwillig, maar ze denken aan een heleboel dingen niet'', zegt ze. ,,Als ze de huisdeur achter zich dichttrekken, denken ze alleen maar aan hun werk. Als ze moeten overwerken, regelen ze niets. Ik ben op het werk nog met de kinderen bezig en regel ook nog even de verjaardagscadeautjes''.

Lang niet overal kan een vrouw zoals Bruin rondkomen met een parttime baan. Sociale Zaken wil parttime werk zelfs belonen met promotie en heeft – uniek in de wereld – mannelijke ambtenaren aangespoord om net als vrouwen minder uren te maken. Dit is in strijd met de slogan van het huidige kabinet: `meer werk'. En misschien komt er een einde aan dit parttime-paradijs. Niet op last van ambtenaren maar door de vergrijzing of omdat de hypotheek omhooggaat, zodat vader en moeder allebei fulltime moeten verdienen. Dan komt er ook meer kinderopvang, net als elders. Het gaat wel ten koste van de keuzevrijheid en van het zelf opvoeden, maar er komen misschien wel meer vrouwen in topposities. Uit economische noodzaak.