`De stille kracht is nog altijd actueel'

Nieuwe dingen ontdekken en die delen met anderen, dat is de belangrijkste drijfveer van P.C. Hooft-prijswinnaar Frédéric Bastet. ,,Ik begreep niet waarom Couperus niet meer werd gelezen.''

,,Eerst heb ik champagne gedronken, daarna ben ik met vrienden wat gaan eten'', vertelt Frédéric Bastet in zijn ruime Oegstgeestse flat met uitzicht over een troosteloos bouwterrein. Het interieur van zijn woning steekt er des te verfijnder bij af. Donderdagochtend vroeg werd emeritus-hoogleraar klassieke archeologie en Couperus-biograaf Frédéric Louis Bastet (Haarlem, 1928) gebeld door de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde: of hij de prijs in 2005 wilde accepteren. ,,Ja, ik geloof het wel'', was zijn antwoord.

,,Ik was volkomen overdonderd. Ik wist niet eens dat de winnaar al in december bekend wordt gemaakt.'' De P.C. Hooft-prijs wordt traditiegetrouw pas in mei, rond P.C. Hoofts geboortedag op 21 mei, uitgereikt. Dat Bastet de prijs krijgt voor zijn essayistisch werk verbaasde hem eerst. De essays over archeologie, die hij grotendeels schreef voor NRC Handelsblad en die werden gebundeld onder de Couperiaanse titel Wandelingen door de antieke oudheid, verschenen al tussen 1978 en 1987. ,,Maar goed, je kunt mijn Couperus-biografie ook wel zien als een groot essay, omdat ik zijn romans erbij betrek.''

Het geldbedrag van 60.000 euro van de P.C. Hooft-prijs mag Bastet vrij besteden. Een deel ervan heeft al een bestemming. ,,Het Louis-Couperusmuseum in Den Haag. Het schrijverschap van Couperus verdient tot op de dag van vandaag aandacht. De stille kracht, waarin Couperus de lompe Europeaan afzet tegen de zeer verfijnde islamitische en boeddhistische cultuur in Nederlands-Indië, is bijvoorbeeld erg actueel.''

Bastet had al in de hongerwinter, toen hij was ondergedoken voor de Arbeitseinsatz, kennisgemaakt met het werk van Couperus. ,,Ik vond hem een groot schrijver en begreep niet waarom hij niet veel meer werd gelezen.'' De liefde voor Couperus zou leiden tot diverse essays en in 1987 tot Louis Couperus. Een biografie.

Kort na de oorlog won Bastet een opstelprijsvraag die was uitgeschreven door de verzetskrant De kleine Patriot. ,,Toen dacht ik: ik kan schrijven! Ik heb me altijd makkelijk kunnen uitdrukken. Winnen op punten, noem ik dat. Zo heb ik menig onvoorbereid college weten te redden.''

Bastet, die sinds zijn achtste piano speelt, twijfelde na zijn staatsexamen gymnasium alfa en bèta of hij naar het conservatorium zou gaan. Hij besloot toch te gaan studeren. ,,In de muziek kun je zo moeilijk banen krijgen, het leek me beter om het als liefhebberij te hebben.'' Bastet ging klassieke talen, kunstgeschiedenis en archeologie studeren in Leiden. Van 1966 tot 1976 was hij daar hoogleraar klassieke archeologie. ,,Ik kreeg steeds meer op mijn bord en ben bijna gek geworden van alle vergaderingen.'' Toen de conservator van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden vertrok, volgde Bastet hem op. ,,Daardoor kreeg ik meer tijd om te schrijven.''

Zijn boek over schilderingen in de Derde Pompejaanse Stijl beschouwt hij als zijn belangrijkste wetenschappelijk prestatie. ,,Dat is een internationaal standaardwerk, waar ik twintig jaar aan heb gewerkt.'' Voor zijn grote catalogus met alle beeldhouwwerken van het Rijksmuseum van Oudheden geldt ook zoiets, vindt Bastet. Samen met zijn Couperus-biografie ziet hij ze als de drie hoogtepunten van zijn carrière. ,,Met enige pedanterie zeg ik: dat zijn boeken die blijven.''

Als Bastet iets ontdekt – bijvoorbeeld dat Couperus een groot, maar ondergewaardeerd schrijver is – volgt er steevast een daad: een biografie, essays en een fotoboek over de auteur. De behoefte om zulke ontdekkingen te delen met anderen loopt als een rode draad door zijn leven. Of hij zijn archiefmateriaal nu omzet in non-fictie (zoals de biografische essays over Marie d'Agoult, Frédéric Chopin, Franz Liszt en George Sand, gebundeld onder de titel Helse liefde) of fictie (de roman De schele hertogin over Marie-Caroline de Berry).

Op dit moment combineert Bastet zijn liefde voor de biografie met die voor de muziek. Samen met pianist Yoram Ish-Hurwitz en dramaturg en acteur Carel Alphenaar maakt hij een tournee langs twintig zalen in Nederland. Ish-Hurwitz speelt de Pelgrimsjaren van Frans Lizst. Bastet en Alphenaar vertellen over het leven van de componist. ,,Het publiek lijkt door onze toelichting meer te kunnen met de muziek.''

Of Bastet nog een boek zal publiceren weet hij niet. ,,Van schrijven krijg ik last van mijn rug. Ik heb nog wel iets onder handen, maar daar zit nog veel werk in en het is een heel persoonlijk geschrift.''