De roze wolk

Bestrijding van zwermen van miljoenen roze woestijnsprinkhanen heeft lokaal effect, maar zal een plaag waarschijnlijk niet tegenhouden.

DE WOESTIJNSPRINKHAAN (Schistocerca gregaria) rukt weer op in Afrika. De omvang van het sprinkhanenprobleem is nog te klein om te spreken van een plaag, maar de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties FAO waarschuwt dat het wel kan uitgroeien tot een plaag als de sprinkhanen de komende maanden niet massaal worden bestreden met insecticiden.

``Dit is het moment om in te grijpen'', zegt Keith Cressman, de Amerikaanse Locust Forecasting Officer in dienst van de FAO, aan de telefoon. ``De sprinkhanen verblijven nu in relatief makkelijk op te sporen grote zwermen in Noord-Afrika. We moeten de insecten nu zien te doden voordat ze, rond maart volgend jaar, weer eieren gaan leggen en er een volgende generatie ontstaat.''

Het is een kwestie van het zekere voor het onzekere nemen, aldus Cressman, want of er volgend jaar weer veel sprinkhanen zullen zijn zal voor een belangrijk deel afhangen van de hoeveelheid regenval in de westelijke Sahara en het gebied langs het Atlas-gebergte. ``In het slechtste geval, bij gunstige regenval en een gering succes van de bestrijding, zal de Sahel volgend jaar juni opnieuw te maken krijgen met een omvangrijke sprinkhanenplaag'', aldus Cressman.

De Wageningse entomoloog Arnold van Huis is sceptisch over de mogelijkheid om een sprinkhanenplaag met bestrijdingsmiddelen de kop in te drukken: ``Of er veel of weinig sprinkhanen zijn is erg afhankelijk van de weersomstandigheden. Plagen in het verleden hielden enkele jaren aan en hielden dan plotseling weer op, sommigen zeggen ondanks de bestrijding. Sprinkhanen sterven ook uit door droogte, of als zij massaal de zee inwaaien.''

Ook is het volgens Van Huis nog maar de vraag of de insecten daadwerkelijk zo veel schade aanrichten: ``Er bestaat een Duits rapport dat concludeert dat het voorkomen van sprinkhanen juist vaak gecorreleerd is met een hoge opbrengst. Beiden profiteren van een goede regenval. Maar goed, zeg dat er vijf procent van de oogst verloren gaat door sprinkhanen. Dat is ongeveer dezelfde opbrengstderving die een stengelboorder veroorzaakt. Daar hoor je niemand over. Dat komt omdat een sprinkhanenplaag een paar boeren heel hard treft, en daardoor moet de overheid wel ingrijpen. Maar je kunt je afvragen of de bestrijding het geld en de moeite wel waard is.''

uitroeien

Collega Cressman denkt daar heel anders over: ``De bestrijdingsoperaties van de afgelopen maanden hebben een gigantisch aantal sprinkhanen gedood, dat is zeker. Als er geen maatregelen waren getroffen, zou de schade zeker vele malen groter zijn geweest. Uitroeien kunnen we de woestijnsprinkhaan niet, maar met bestrijdingsmiddelen kunnen we de plaag wel indammen tot een niveau waarop het niet langer bedreigend is voor de landbouw.''

Cressman moet echter beamen dat de gewasschade door sprinkhanen tot nu toe beperkt is gebleven: ``Op lokaal niveau zijn enkele gebieden zwaar getroffen, maar op nationaal niveau valt de schade mee, met uitzondering van Mauretanië. Dat land was al extra kwetsbaar door droogte en een zwakke economie en daar kwam de sprinkhanenplaag nog eens overheen.''

Met name de regering van Marokko heeft erop gewezen dat het van het grootste belang is om de woestijnsprinkhanen bij het ontstaan van een plaag zo vroeg mogelijk aan te pakken, voordat ze gaan zwermen. Verleden jaar hield dat in dat men in de Sahel na het uitkomen van de eieren de eerste vijf ongevleugelde larvestadia had moeten bestrijden. ``Dat klinkt misschien logisch, maar het is een onmogelijke opgave'', zegt Van Huis. ``De FAO houdt vol dat als we goed zijn voorbereid op sprinkhanenplagen, we ze in de kiem kunnen smoren. Ik geloof daar geen barst van.''

Het grote probleem bestaat er volgens Van Huis in de sprinkhaanlarven bij het begin van een uitbraak op te sporen. ``Zo'n uitbraak begint altijd met kleine concentraties van ongevleugelde `hoppers'. Groepjes van duizenden tot tienduizenden hoppers zitten op een stuk grond dat niet groter is dan een tafelblad. Al die plekken van een paar vierkante meter zijn in de zeer uitgestrekte en slecht begaanbare woestijn nauwelijks terug te vinden. Na de laatste vervelling krijgen de insecten vleugels en gaan ze zwermen. Zulke geconcentreerde zwermen zijn relatief makkelijk met sproeivliegtuigen en -voertuigen te bestrijden. Wat dat betreft ben ik het eens met Cressman dat als je wilt bestijden, je het nu moet doen.''

In mei van dit jaar voerde Van Huis samen met andere sprinkhanendeskundigen proeven uit in Mauretanië om een eerste uitbraak te simuleren. Daarbij legden ze in een vierkante kilometer woestijn op verschillende plekken rond graspollen een veldje met kiezelsteentjes neer. Vervolgens ging een team inspecteurs de woestijn in om te kijken hoeveel van die plekken ze konden terugvinden. Van Huis: ``Met veel moeite vonden ze 40 tot 50 procent terug. Vertaald naar het enorme gebied waarin sprinkhanen kunnen voorkomen bij een uitbraak, zou je voor de opsporing en bestrijding van uitbraken honderden voertuigen nodig hebben. Een dergelijke capaciteit is in die landen doodeenvoudig niet aanwezig. De nationale diensten in de Sahel kunnen vaak niet meer dan vier surveillanceteams inzetten.''

eitjes

De woestijnsprinkhaan is een rasopportunist als het op voortplanting aankomt. Dat verklaart volgens Van Huis dat er op onverwachte plaatsen en momenten plagen ontstaan. ``Van alle eieren die de sprinkhanen leggen haalt uiteindelijk meer dan 90 procent het laatste larvestadium niet. Ze gaan dood door de droogte of worden opgegeten door natuurlijke vijanden als vogels, kevers of hagedissen. Dat deert de sprinkhanen niet. Als er van de circa 200 eitjes die een vrouwtje legt er twee uitgroeien tot het volwassen stadium, dan heb je al een stabiele populatie. Blijven er gemiddeld twintig over, zoals vaak het geval is bij een uitbraak, dan leidt dat al tot een vertienvoudiging van het aantal sprinkhanen. Je moet dan 90 procent terugvinden en bestrijden om de populatie in bedwang te houden, en dat lukt gewoon niet. Veel uitbraken leiden overigens tot niets, bijvoorbeeld omdat gunstige weersomstandigheden ontbreken. Maar als er veel sprinkhanen voortkomen uit het zomerbroedgebied in de Sahel, er vervolgens in de winter in het noorden opnieuw gunstige omstandigheden zijn en er een tweede keer een goed zomerseizoen is voor sprinkhanen in de Sahel, dan heb je de poppen aan het dansen. Er ontstaat dan een enorme populatie. En dit jaar heeft men in de Sahel met de beschikbare middelen nog geen tien procent daarvan kunnen doden.''