De Nees

Een week voor de winterstop is Johan Neeskens ontslagen als trainer van NEC. Geen mens die er aanstoot aan nam, laat staan voetballers. Unisono heette het: zo zijn de wetten van de sport. Rare wereld, die sport.

NEC zat niet in een positie dat het nog herfstkampioen kon worden. Degradatie was ook niet aan de orde. Er was dus geen urgentie voor het ontslag van Neeskens. De laatste wedstrijd voor de winterstop had niet eens de geladenheid van een derby. Het bestuur van NEC kon makkelijk zeggen: eerst kalkoen eten, cadeautjes wisselen, de kinderen achterwaarts strelen en vervolgens zien we wel wat ons te doen staat. Ach ja, mensen van goede wil zitten niet in een clubbestuur.

Het ontslag van Johan Neeskens was een rituele slachting. Een beetje mens stelt geen trainer per direct op non-actief, een week voor de winterstop. Johan Neeskens al helemaal niet. Daar heeft de oud-international iets te veel papieren, traditie en blazoen voor. Het was een eer voor NEC om een legende als Neeskens op de bank te hebben, niet omgekeerd.

Je ziet dat vaker, het probleem van clubvoorzitters is meestal: zij zijn geen legende, ze hebben alleen geld en soms een vrouw die er nog in de verte als Vanessa uitziet. De voorzitter van NEC, Hans van Delft, heeft veel geld. Hij is het prototype van de provinciale arrivé. U kent het wel: eer en status als de ingewanden van een leven. Dan ben je in Nijmegen iemand. Macht moet je doen, is ook zo'n motto dat door regionale psalmisten met bijbelse overgave wordt beoefend. Zie mij hier staan voor een woud van gelovige knipmessen, ex cathedra! Die wellust.

Het mooie aan Johan Neeskens is dat hij zich niet laat voorstaan op zijn verleden. Hij werd gevierd in Amsterdam, op de Ramblas en in Manhattan, maar de glans van de wereld kleeft niet aan hem. Niets aan Johan danst, zijn schouders niet, zijn jukbeenderen niet, zijn taal niet. Terwijl hij wel veeltalig is. Iets drijft hem altijd weer naar de onderduik, naar een gehucht in Zwitserland, naar een gebroken stad als Nijmegen, naar mist en regen. De felle middenvelder van weleer ademt nu onderdanige rust. Achter een sigaretje en een enkele keer achter een wazige glimlach.

Hij leek verloren voor het voetbal, nam de schutkleur aan van een Zwitserse alp en speelde kaart van verdriet. Tot Guus Hiddink hem in de jaren negentig als assistent naar het Nederlands elftal riep. Neeskens bloeide op en open, vermande zich in oude dweepzucht, maakte spelers beter, assisteerde met de ziel van de knecht. De parade was voor de coach en voor hogepriester Hans Jorritsma, hij, Johan, bleef met de kracht van een ondefinieerbaar stalinisme in de schaduw dampen. Als het ware verdoofd door zijn loyaliteit.

Hiddink ging, Rijkaard kwam, Neeskens bleef genereus in de assistentie. Even ontstond er nog een kortsluiting in zijn hoofd: ja, hij wilde wel bondscoach worden, graag zelfs. Maar toen het duidelijk was dat de KNVB hem als tweede keuze zag, ging-ie naar NEC. Zonder wrok, zonder misbaar, zonder gekwetste ijdelheid. Neeskens stortte zich vol in een tweederangsgarnituur. Zeloot in de provincie.

Vier jaar heeft het sprookje geduurd. Hij bracht NEC in Europa, wat heel dom was. Geamputeerde Vietnam-veteranen zijn ook nooit gevraagd voor een ballet van Béjart. Aan dat soort logica van lijf en leden had voorzitter Van Delft geen boodschap. De preses ziet elke droom als een oekaze.

Neeskens moest het doen met potstampers. Met dubieuze transfers als de Pool Niedzielan, met niet ingeloste beloftes over de komst van een gerenommeerde spits, met afgedankte illusionisten als Van der Doelen en Denneboom. Dan is een nederlaag tegen De Graafschap niet eens smadelijk. Ze is eerder de logica van lijf en leden.

Ik zag Johan op de dag van zijn ontslag over het parkeerterrein lopen, in een donkere jas. De Nees was neergehaald, omgehakt, tot op het bot beledigd en vernederd. Hij voelde het ook aan als een ouderwets ontslag: vader komt thuis, werkloos. De ogen in het grauwe gezicht lagen dieper dan een oppervlakkig verdriet.

Later nam zijn assistent en opvolger Cees Lok het woord. Cees was heel modern bezig. Hij kon nauwelijks wachten om het roer over te nemen. Cees had er zin an. Als het aan hem had gelegen was Neeskens al eeuwen geleden weggedragen, naar de andere kant van de oceaan.

Cees Lok: een naam als een beul.

    • Hugo Camps