De kritische gever

Nederlanders geven jaarlijks zo'n 1,7 miljard euro aan goede doelen – een redelijk stabiel bedrag. De laatste jaren wordt de roep om transparantie wel steeds groter. ,,Waar komt mijn geld terecht? En heeft dat effect? Dat zijn hele legitieme vragen.''

Theo Schuyt, hoogleraar filantropie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, heeft het nooit onderzocht. Maar hij vermoedt dat december de maand is waarin mensen het meeste geld geven aan goede doelen. ,,De beste predictor of mensen geld geven, is dat ze gevraagd worden. En in december versturen de goede doelen meer acceptgiro's dan in de rest van het jaar.''

Schuyt coördineert `Geven in Nederland', een in 1993 gestart project dat het geefgedrag van Nederlanders in kaart brengt. Daardoor weet hij dat vrouwen iets meer geld aan goede doelen geven dan mannen, dat hoogopgeleiden meer geven dan laagopgeleiden en dat jongeren net zo vaak geld geven als ouderen. Wel is het zo dat ouderen méér geven. De 66-plussers zijn beduidend guller dan mensen tussen de 18 en 35 jaar. Ook blijkt uit Schuyts onderzoek dat kerkelijken meer geld geven dan buiten-kerkelijken.

Momenteel analyseert Schuyt de cijfers over 2003. De precieze uitkomst van het onderzoek kent hij nog niet, maar hij weet wel al dat er in 2003 niet minder is gegeven dan in voorgaande jaren. Ook voor 2004 verwacht hij dat het geefgedrag stabiel is. ,,Een economische recessie heeft daar niet of nauwelijks invloed op'', zegt hij. ,,Mensen geven voor een groot deel uit gewoonte. Ze krijgen acceptgiro's en betalen ze al jaren. Ik denk dat velen niet eens weten hoe ze van die acceptgiro's af moeten komen. Of ze hebben geen zin om daar moeite voor te doen. Het is een beetje het boekenclub-effect. Dat merk ik bij mezelf ook.''

Mensen geven voor een groot deel uit gewoonte. Maar ze willen vaker dan voorheen weten wat er met hun geld gebeurt. Herkenbaar gedrag, vindt Schuyt. ,,Het Reumafonds, KWF Kankerbestrijding en De Zonnebloem, mijn favoriete goede doel, geef ik sowieso geld. Dat doe ik al jaren en ik geloof het allemaal wel. Maar bij nieuwe doelen wil ik toch wel even weten hoe het zit. Waar komt mijn geld terecht? En heeft dat effect? Dat zijn hele legitieme vragen.''

Uit Nipo-onderzoek (2003) blijkt dat 87 procent van de Nederlanders wil weten wat er met hun donaties gebeurt. ,,Vroeger konden de goede doelen gewoon zeggen trust me'', zegt Diane van der Marel, een van de intiatiefnemers van de Donateursvereniging, een organisatie die de belangen van gevers behartigt. ,,Daarna zeiden de donateurs tell me, want ze wilden uitleg over de goede doelen. En inmiddels zeggen ze: show me, want ze willen het zelf zien.''

Die ontwikkeling is al een paar jaar gaande. Daarom verstrekt het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) sinds 1996 keurmerken aan goede doelen. Het CBF, in de jaren 20 van de vorige eeuw opgericht om de armenzorg te coördineren en tegenwoordig nauw betrokken bij de spreiding van landelijke collectes, is de officiële toezichthouder in de goededoelensector. Afgelopen donderdag reikte CBF-bestuursvoorzitter Henk Koning het 200ste keurmerk uit. Daarnaast beschikken ongeveer 70 goede doelen over een `verklaring geen bezwaar' van het CBF. ,,Een goede doelenorganisatie komt in aanmerking voor een keurmerk als ze op verschillende onderdelen goed scoort'', zegt CBF-directeur Jos Zwartjes. Het CBF kijkt of de bestuursleden onafhankelijk zijn, of er geen sprake van belangenverstrengeling is, of er een openbaar jaarverslag wordt gepubliceerd, of de organisatie over een accountantsverklaring beschikt en hoe het zit met de verhouding tussen de baten en lasten en de besteding van de middelen. Het keurmerk is vijf jaar geldig. ,,Elke vijf jaar beoordelen we de organisaties op alle criteria'', zegt Zwartjes. ,,In de tussenliggende jaren houden we de organisatie ook in de gaten, maar dan kijken we alleen naar deelgebieden.'' Voor een `verklaring geen bezwaar' is de toets vergelijkbaar, maar lichter. De verklaring is bestemd voor kleine organisaties waar minder dan 120.000 euro per jaar aan giften binnenkomt en voor goede doelen die korter dan drie jaar bestaan.

Als organisaties over een CBF-keurmerk beschikken, kan de gever erop vertrouwen dat de kosten van de fondsenwerving gemiddeld over drie achtereenvolgende jaren niet meer dan 25 procent bedragen van de baten uit eigen fondsenwerving. Dat betekent echter niet dat van elke euro die naar het goede doel gaat ten minste 75 cent op de plek van bestemming aankomt. ,,Dat denken veel mensen, maar dat is een misverstand'', zegt Zwartjes. ,,Die 25 procent betreft alleen de kosten die de goede doelenorganisatie maakt om geld te werven, bijvoorbeeld de kosten van een reclamecampagne of een mailing of de salariskosten van de medewerkers die zich met fondsenwerving bezighouden. De gewone bureaukosten zitten er bijvoorbeeld niet bij.'' De term `overhead' wil Zwartjes per se niet gebruiken. ,,Dat woord is voor veel mensen een synoniem voor overbodig. Het geeft een verkeerd beeld. De kosten van een kantoorpand of van administratief personeel zijn natuurlijk helemaal niet overbodig.''

Hoeveel cent er van elke euro dan wél op de plek van bestemming aankomt, is volgens Zwartjes van allerlei factoren afhankelijk. Hij maakt de vergelijking tussen hulporganisaties die de giften rechtstreeks doorsluizen naar projecten en een hulporganisatie als Flying Doctors, die veel kosten moet maken om de artsen op de plaats van bestemming te krijgen. ,,Ze hebben vliegtuigen nodig, ze moeten piloten inhuren. Dan is er al heel wat geld uitgegeven voordat die artsen aan het werk zijn, maar op een andere manier kan het niet.'' Volgens Zwartjes wordt het voor goede doelen steeds belangrijker om de financiële aspecten uit te leggen. ,,Maar ze willen best. Good governance wordt steeds belangrijker, ook in deze wereld. Het CBF gaat daar ook meer op letten.''

Ook de Donateursvereniging, die de belangen van de gevers behartigt, let op dit soort aspecten. ,,Als je wilt weten hoeveel geld er werkelijk aan het goede doel besteed wordt, moet je jaarverslagen kunnen lezen'', zegt Van der Marel. ,,Hoeveel geld geven ze uit aan fondsenwerving? Aan projectkosten? Aan kantoorkosten? Dan pas kun je alle inkomsten en uitgaven met elkaar vergelijken. Maar dat kan niet iedereen. Cijfers lezen is niet gemakkelijk, want jaarverslagen zijn vaak verre van transparant.'' De Donateursvereniging probeert goede doelenorganisaties zover te krijgen dat zij hun verslaglegging transparanter maken. Samen met accountant PWC heeft zij de Transparant Prijs ingesteld voor jaarverslagen die helder en leesbaar zijn. Dit jaar werd de prijs voor het eerst uitgereikt aan KWF Kankerbestrijding. Een andere activiteit om de goede doelenwereld inzichtelijker te maken is www.geefwijzer.nl, een zoekmachine. In Geefwijzer zijn inmiddels 1000 doelen opgenomen.

Gevers kunnen zoeken op categorieën (onderwijs, mensenrechten of milieu), op doelgroep (kinderen, gehandicapten of vluchtelingen) en op regio (Nederland, de hele wereld of een specifiek gebied). ,,Veel mensen willen zelf een project opzetten'', zegt Van der Marel. ,,Ze zijn bijvoorbeeld in Peru geweest en hebben daar kinderen gezien die onder slechte omstandigheden leven. Dan kun je wel zelf iets beginnen, maar misschien zijn er al projecten in Peru waar je je bij kunt aansluiten. Die kom je tegen in de Geefwijzer. Je hoeft dan in elk geval niet zelf het wiel uit te vinden.''

Via de website van de Donateursvereniging is het ook mogelijk om aan goede doelen door te geven dat men geen mailings wil ontvangen, of alleen acceptgiro's, maar geen tijdschriften. Uit het Nipo-onderzoek blijkt namelijk dat 66 procent van de Nederlanders zich weleens ergert aan de post van de goede doelen. ,,Op die manier proberen wij de belangen van gevers en doelen op elkaar af te stemmen'', zegt Van der Marel. Het lidmaatschap van de Donateursvereniging is gratis. ,,Het is belangrijk dat wij zoveel mogelijk leden krijgen, want alleen met een grote achterban, kun je een vuist maken. Dan kunnen we pas echt van de goede doelenorganisaties eisen dat ze inzicht geven in hun financiën op een manier die iedereen kan begrijpen.''