De krant antwoordt

Kort samengevat is de vraag of de krant medeschuldig is aan het schenden van andermans medisch beroepsgeheim en of bij het plaatsen van het artikel rekening wordt gehouden met gevoelens van familieleden. Nu is de krant geen dokter en hebben wij geen medische relatie tot enige patiënt: voor de krant is vertrouwelijke medische informatie gelijk aan andere vertrouwelijke informatie waar we kennis van kunnen nemen.

De krant erkent het recht van instanties om informatie als vertrouwelijk te classificeren, hoewel deze informatie in 1994 voor het eerst in het publieke domein kwam. Volgens ons Stijlboek is publicatie van vertrouwelijke informatie niet vanzelfsprekend, maar alleen toegelaten als daarmee een definieerbaar journalistiek belang is gediend.

Dat is een vrij lichte toets. Werd er een algemeen belang gediend met het publiceren van informatie over de ziektegeschiedenis van Bernhard en de omstandigheden waaronder hij dood ging? Die vraag is niet moeilijk: Bernhard was lid van het koninklijk huis, echtgenoot van het staatshoofd in een constitutionele monarchie. De zorg voor de gezondheid van een publiek persoon in deze hoedanigheid is een staatszaak en daarmee terecht voorwerp van journalistiek, lijkt mij.

Verder gaat het artikel over meer dan een persoonlijk incident. De vraag wordt behandeld hoe een arts kan omgaan met een autoritaire, althans zeer invloedrijke patiënt. Daarnaast wordt aannemelijk gemaakt dat deze persoon zijn eigen dood lijkt te hebben geregisseerd. Ook als het niet om Bernhard ging, was dit al genoeg journalistieke legitimatie geweest, gezien de maatschappelijke discussie over de `laatstewilpil'. Bovendien hecht de redactie in dit geval geloof aan deze bron, die tot oordelen bevoegd is en uit eigen waarneming sprak. Smalhout werd in 1972 bekend met zijn dissertatie over fouten bij anesthesie, `De dood op de operatietafel'. Sindsdien geldt hij ten minste als een onafhankelijk denkende dokter, die de plicht om te praten vaker zwaarder laat wegen dan de plicht om te zwijgen.

Als vuistregel geldt dat een dokter niet mag praten over zijn individuele patiënt, maar wel over algemene kwesties die op die relatie betrekking hebben. De patiënt kan bovendien de arts ontslaan van diens zwijgplicht, bijvoorbeeld omdat hij (ook) vindt dat er een algemeen belang is gediend met openbaarmaking. Dat dat hier gebeurd is, lijkt me sterk. Maar uit te sluiten valt het niet. De dokter kan daarnaast wettelijk verplicht zijn te praten, bijvoorbeeld omdat de patiënt een gevaarlijke infectieziekte heeft. En dan kan de dokter nog in een `conflict van plichten' terechtkomen, bijvoorbeeld bij een vermoeden van kindermishandeling of een dreigend strafbaar feit. Dat was hier allemaal niet aan de orde. Maar het laat wel zien dat het medisch beroepsgeheim niet absoluut is en dat andere maatschappelijke belangen ook een rol mogen spelen. Zelf vind ik dat daar het journalistieke (dus algemene) belang ook in mag meewegen. Bernhard was niet zomaar iemand, wat dokters en ziekenhuizen doen of laten is legitiem voorwerp van journalistieke controle. Ook een arts mag klokken luiden. Het beroepsgeheim is behalve een plicht van de dokter vooral een recht van de patiënt, namelijk op een vertrouwelijke relatie. Dat recht gaat na diens dood ongetwijfeld over op de erfgenamen. Maar aangezien de patiënt dood is en de relatie dus beëindigd, weegt dat recht voor mij ook daarom minder zwaar. De openbaarheid krijgt dan meer ruimte. Of publicatie van goede smaak of eventueel van medeleven getuigt, is een kwestie van persoonlijke waardering. Ik ben daarin vrij zakelijk, zolang het gaat om publieke personen.