Champagne met een Turkse bijsmaak

Opluchting alom na afloop van de Europese top waar `geschiedenis werd geschreven'. En er was lof voor het Nederlandse voorzitterschap.

En toen waren er de bladen met champagne. De deuren van de grote vergaderzaal op de vijfde etage van het Justus Lipsius-gebouw in Brussel gingen open en de `nieuwe' Europeanen mochten binnenkomen: de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan, de Roemeense president Ion Iliescu, de Bulgaarse president Georgi Parvanov en de Kroatische premier Ivo Sanader. Om samen met de 25 regeringsleiders van de Europese Unie het glas te heffen op een dag waar – in de woorden van de Nederlandse minister-president Balkenende – ,,geschiedenis was geschreven''. Er werd gelachen, geapplaudisseerd en gefeliciteerd. Erdogan kreeg zelfs kussen op beide wangen van de Luxemburgse premier en aanstaand EU-voorzitter Jean-Claude Juncker. Het contact met de Cypriotische president, Tassos Papadopoulos, bleef koel: een korte aanraking met de arm.

De Europese Unie heeft op 17 december 2004 weer een cruciale stap gezet op weg naar verdere uitbreiding. Maar één die zwaar moest worden bevochten. Natuurlijk, dat de `uitbreidingstop' niet gemakkelijk zou worden, daar had het Nederlandse EU-voorzitterschap van meet af aan rekening mee gehouden. Maar dat het zó spannend zou worden? Alles draaide om Turkije. En zodoende nestelden Roemenië, Bulgarije en Kroatië zich haast ongemerkt in de Europese vestibule.

Voor de Nederlanders was het champagne met een bijsmaak. Keihard hadden de Turkse onderhandelaars zich opgesteld. Onbeweeglijk waren ze. En als ze leken te bewegen, was totaal onduidelijk wat de feitelijke betekenis daarvan was. Zelfs de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Ben Bot, die als ambassadeur in Ankara de Turken van nabij heeft meegemaakt, was erdoor verrast. De laatste maanden had hij ter voorbereiding vele gesprekken met zijn Turkse collega Abdullah Gül en ook met premier Erdogan.

Bot dacht ze dus enigszins te kennen. Maar donderdagnacht en de daarop volgende vrijdag had hij een alleen maar stoïcijns voor zich uit kijkende Turkse premier Erdogan getroffen. In de Nederlandse delegatie nam de onrust toe. De Turken wilden niets weten van stappen die maar enigszins leken op een erkenning van Cyprus. Voordat Turkije een gebaar in die richting had gemaakt, kon niet met de onderhandelingen over het volwaardig lidmaatschap van de Unie worden begonnen. Het was, kortom, aan Turkije, hadden premier Balkenende en voorzitter Barroso van de Europese Commissie donderdagavond onomwonden duidelijk gemaakt in een uitermate optimistisch getoonzette persconferentie. Er kon met Turkije gesproken worden over een volledig lidmaatschap van de Unie, zeiden ze. En ze hadden ook een datum: 3 oktober 2005. Maar dan moest wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. De belangrijkste én meest gevoelige: een zekere erkenning van Cyprus.

[vervolg VOORWAARDEN: pagina 5]

VOORWAARDEN

'Willen we de zaak nu laten mislukken?

[vervolg van pagina 1]

Het was de boodschap die premier Balkenende als fungerend EU-voorzitter nog die avond aan zijn ambtgenoot Erdogan zou overbrengen.

Maar het gesprek tussen de twee, dat tot ver na middernacht duurde, leverde niks op. Breekpunt bleef de erkenning van het in een Grieks en Turks deel gespleten Cyprus door Ankara. Maar het ging ook over de voorwaarden waaronder de komende tien tot vijftien jaar met Turkije wordt onderhandeld en over clausules om die onderhandelingen op verzoek van lidstaten af te breken als Turkije zich niet aan afspraken houdt. En over de overgangsperioden, uitzonderingen en permanente vrijwaringen op gebieden als het personenverkeer, landbouw en structuurfondsen, wanneer Turkije eenmaal is toegelaten tot de EU. Hiermee moest worden tegemoetgekomen aan lidstaten als Frankrijk en Oostenrijk, waar de grootste aarzelingen bestaan over een Turks EU-lidmaatschap.

Vooral de permanente vrijwaringen zetten kwaad bloed bij de Turkse onderhandelaars omdat dit te veel riekt naar een alternatief voor een echt lidmaatmaatschap. ,,De Turken lijken alleen op hun eigen voorwaarden de EU binnen te willen'', zei een Europese diplomaat over de harde Turkse opstelling. De culturele verschillen deden zich volop gelden. Wat was onderhandelingsspel en wat gemeend?

Om een crisis te voorkomen sprak Balkenende vrijdagochtend en petit comité met de Franse president Chirac, de Britse premier Blair en de Duitse bondskanselier Schröder. Ook voorzitter Barroso van de Europese Commissie was aanwezig. Willen we zaak nu laten mislukken, legde Balkenende zijn gesprekspartners voor. Nee, dat durfde niemand. Laten we dan nu Erdogan erbij halen, stelde Balkenende. Met de Griekse en Cypriotische premiers werd nog apart gesproken.

Het zoeken was naar de toverformule voor een erkenning door Ankara van Cyprus, die toch weer geen echte erkenning was. Die formule kwam er na veel diplomatiek overleg in de loop van vrijdagmiddag. Onder Turkse druk werd de formulering van de permanente vrijwaringsclausules wat afgezwakt, al bleef het principe overeind. Op dat moment wist bondskanselier Schröder dat hij naar Berlijn kon afreizen om op tijd bij een voor zijn coalitie belangrijke stemming aanwezig te zijn.

De lof voor het Nederlandse voorzitterschap was alom groot. De Franse president Chirac zei dat Nederland de ,,heel moeilijke taak'' had volbracht ,,op een zeer opmerkelijke wijze die complimenten verdient''. De Oostenrijkse premier Wolfgang Schüssel had het over ,,een eersteklas job van Jan-Peter''. Maar ook de Grieks-Cypriotische president, Tassos Papadopoulos, toonde zich ,,tevreden''. De Griekse premier Konstantinos Karamanlis uitte zich in dezelfde zin. Voor Griekenland is vooral de passage die Turkije wijst op de noodzaak van goede relaties met de buurlanden van belang. Karamanlis wees op de afspraken over een ,,permanente monitoring'' van Turkije. Volgens een Griekse diplomaat was Athene ,,verbaasd'' over het begrip bij het Nederlandse voorzitterschap voor zijn zorgen. Eerder was er wantrouwen tegen minister Bot, die zich in Griekse ogen als oud-ambassadeur in Ankara te pro-Turks zou hebben opgesteld.

Nu de top voorbij is, is ook het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie bijna voorbij. ,,Het zal weer stil worden'', sprak een ambtenaar gisteravond na afloop. ,,We zullen eraan moeten wennen dat we vanaf nu weer niet meer dan een middelgroot Europees land zijn.''