Boeren en buitenlui

Ik had mij voorgenomen om deze laatste keer alleen vragen te stellen (met een paar luchtige ertussendoor, zoals ,,wat bedoelt Eva Peron toch met 'don't cry for me Argentina'?'' en ,,waarom heeft iedereen toch zo'n moeite met het schrijven van samenstellingen?''). Maar op de eerste serieuzere vraag bleek ik toch weer alle antwoorden te weten.

Wat heeft iedereen toch tegen jagers?

Dominee Ter Linden noemde het `boeiend' dat de jager Bernhard zich op de natuurbescherming had geworpen, maar mij lijkt dat vanzelfsprekend. Al die lieve stadsbewoners die lid van natuurbescherming zijn, weten samen minder van de natuur dan een goede jager. Een jager moet bijvoorbeeld aan de beschikbaarheid van het voedsel van zijn prooi kunnen aflezen of hij een kans maakt vandaag. Een goede jager streeft naar het behouden van de balans in het gebied waar hij opereert en zal nooit een soort uitroeien, al was het maar omdat hij volgend jaar ook nog wat te doen wil hebben. Maar alleen natuurbeschermers kunnen verzinnen dat je geen vossen meer mag schieten, zodat die beesten de kans kregen om de kolonie eidereenden uit te roeien die in het Zwanenwater (bij Callantsoog) zat.

Ja, in de natuur gaat het allemaal vanzelf. Maar we hebben hier al eeuwen geen vierkante centimeter natuur meer. In de natuur zouden die eidereenden een nieuwe, veilige plek zoeken, maar die is gewoon niet te vinden tussen snelwegen, met grote machines bewerkte akkers en vinexlocaties. Dus als je eidereenden wilt houden, moet je vossen doodschieten; de natuur is mensenwerk in Nederland. Zullen we dat dan overlaten aan de mensen die dat altijd voor ons gedaan hebben, de jagers en de boeren? En laten we het landschapsbeheer noemen, en er gewoon geld voor uittrekken. Want we moeten natuurlijk niet een zootje schietgrage amateurs de velden insturen. Het beheer (al dan niet met geweer) moet worden overgelaten aan mensen die op basis van hun kennis een vergunning hebben gekregen.

Ik had afgelopen lente een uitje waar we door een paar gidsen werden meegenomen langs plekken waar je anders nooit komt, in de buurt van Schiphol: bij leegstaande opgekochte geluidshinderhuizen, achter de geluidsschermen van de A4, in het hotel waar alle gestrande reizigers terechtkomen, op de busbaan van de zuidtangent, dat soort plekken. Ja, het blijft moeilijk om uit te leggen waarom het een geweldige dag was. Zeer memorabel was ons bezoek aan een stukje `compensatienatuur'. We waren bij de A9 in de buurt van het gebouw van KLM Catering, Schiphol Noord. Naast de snelweg ligt daar een strook gras van een meter of 20 breed, met vijf schapen erop. Die schapen zijn daar alleen maar omdat je dan het gras niet hoeft te maaien. Na de sloot komt een even brede strook, waar zeven rijen berkenbomen zijn geplant, en dan komen de hekken van de bebouwing van de luchthaven. Dit prachtige stuk buitenleven hebben we te danken de natuurboekhouding die bij alle infrastructuurprojecten gevoerd moet worden. Hier een hotel, maar dan moet er elders dus weer `natuur' komen: bijvoorbeeld een strookje berken plus vijf schapen met longkanker van de uitlaatgassen. Misschien telt het onkruid tussen de vangrails ook wel mee. Daar bent u dus jarenlang voorbijgeraasd zonder ooit te beseffen dat u naar de natuur keek!

Daarom is het ook verschrikkelijk (oud nieuws, inmiddels), dat de ruimtelijke ordening door dit kabinet aan de gemeenten is uitbesteed. Industrie en woonwijken zijn goed voor de gemeentebegroting, en weilanden niet. Ra-ra waar de prioriteiten komen te liggen. Als je ooit het groene hart wilt redden moet dat op nationaal niveau gebeuren. Trek grenzen om wat we willen behouden, noem het een nationaal park, en klaar. Het beheer van het park is al geregeld, dat doen de boeren. Die hebben ten eerste het groene hart gemaakt tot wat het nu is, ze kunnen er wegens de kleinschaligheid niet echt meer geld verdienen, zelfs met al die subsidies van de EU, dus stel ze aan als landschapsbeheerders, salarisschaal 9.

Over natuurbescherming gesproken: weet u eigenlijk wel hoe die visquota in de praktijk werken? Er wordt vastgesteld dat de Nederlandse vissers bijvoorbeeld een kleine 12 miljoen kilo tong mogen vangen (dat was het quotum in 2003). Wat krijgen de tongvissers vervolgens in hun netten? Tong, inderdaad, maar ook miljoenen kilo's van andere soorten. Maar die mogen ze niet vangen, dus die gooien ze dood weer overboord. Echt waar, zo werkt het, massamoord voor een paar dode tongen. Wel weer heel goed voor de meeuwenstand. Ik hoorde dat dat een van de redenen is waarom IJsland niet bij de EU wil. Daar gooien ze namelijk geen vis overboord, maar nemen ze alles mee aan land, waarna het gesorteerd wordt. En als de quota bereikt zijn (ja, ze hebben óók quota, maar pas aan land) dan stoppen ze met vissen. Wedden dat Nederlandse vissers dat ook zouden doen, als het mocht?