Boer gaat door als boswachter

Traditioneel boeren loont niet meer. In het Vechtdal onderhouden boeren het landschap, waar tot voor kort hun koeien stonden. Ook zijn er veel deeltijdnatuurbeheerders. ,,Als je niet snoeit, groeit de uiterwaard dicht.''

Er staan drie boeren langs de weg. Ze werken in de tuin van een monumentale woonboerderij. ,,Onze eerste klus'', zegt Gerard Boezelman, knikkend naar een rij planten die ze zojuist uit de grond hebben getrokken. ,,De planten waren vergroeid in het hek, de bomen hingen over de weg. Straks is alles weer strak en schoon.''

Boezelman is vorig jaar gestopt met zijn melkveehouderij. Zijn twee zoons zagen er geen toekomst meer in, gezien de lage melkprijs en de ongunstige ligging van het bedrijf, een fraai natuurgebied langs de Overijsselse Vecht waarin je niet kunt uitbreiden. Boezelman heeft zijn gronden nu onder agrarisch natuurbeheer gebracht. Hij heeft een cursus landschapsonderhoud gevolgd. 's Zomers werkt hij op het land, 's winters klust hij in de natuur.

De boeren zijn lid van de agrarische natuurvereniging Ommer Marke, die het landschap langs de Vecht onderhoudt. ,,Als je niet snoeit, groeien de uiterwaarden dicht met bos'', zegt melkveehouder Berend-Jan Warmelink, voormalig wethouder in Ommen, makelaar, aankoper van grond voor het rijk, en voorzitter van de projectgroep `Samen voor Natuur'. Het Vechtdal is door CDA-minister Cees Veerman (LNV) aangewezen als proef met `gebiedsgerichte samenwerking' tussen bewoners, boeren, natuurbeheerders en bestuurders om de natuur samen te beheren. Trekker van de proef is SBNL, de organisatie voor particulier en agrarisch natuurbeheer.

Een jaar of vijftien geleden besloot Nederland een ecologische hoofdstructuur aan te leggen, een snoer van natuurgebieden dat in 2018 voltooid moet zijn. Tot enkele jaren geleden kocht het rijk daartoe veel grond aan, vooral van boeren, in gebieden die het beschermen waard zijn. Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de provinciale Landschappen beheren deze gronden als natuur. Maar sinds het eerste kabinet-Balkenende is het roer om. Een deel van de gronden hoeft niet te worden aangekocht, maar kan door contracten met boeren en particuliere grondeigenaren ook tot waardevolle natuur worden omgevormd, zo is de gedachte.

Piet Blauw, boer, voormalig Tweede-Kamerlid voor de VVD en thans voorzitter van SBNL: ,,Er moet een andere mentaliteit komen. De tijd is voorbij dat natuurorganisaties een plan kunnen opleggen in een gebied. We moeten samenwerken.'' Blauw bepleit een ,,herdefiniëring van het begrip natuur''. Volgens Blauw is natuur niet ,,een ongerept gebied'' zoals dat veel mensen voor ogen staat, maar veeleer een ,,landschap dat onderhouden moet worden''. Boeren zijn daarbij onmisbaar, aldus Blauw, en kunnen even goed zorgen voor mooie natuur.

Maar boeren zijn toch geen natuurbeheerders? Ze halen toch niet dezelfde kwaliteit als natuurorganisaties? ,,Daar geloof ik niets van'', zegt Blauw. Boeren zijn volgens hem de hoeders van het landschap, dat past ook in het nieuwe landbouwbeleid van de Europese Unie. In elk geval verkwisten boeren geen geld. Blauw: ,,Er worden hier in de buurt, in de Engbertsdijkvenen, bakken met gemeenschapsgeld uitgegeven om een paar millimeter hoogveen per jaar erbij te krijgen. Terwijl er twintig kilometer verderop in Duitsland volop hoogveen te vinden is.''

Piet Blauw lanceert nu samen met de Federatie Particulier Grondbezit een plan om de voltooiing van de ecologische hoofdstructuur te versnellen door ,,vrijwillige kavelruil'' in natuurgebieden. Het plan heet `Dood kapitaal' en is bedoeld om de impasse bij grondaankopen te doorbreken. Blauw: ,,Er ligt veel particulier eigendom binnen de ecologische hoofdstructuur. Natuurorganisaties hebben juist weer eigendommen daarbuiten. Meestal zijn ze te halsstarrig om deze gronden van de hand te doen, het afstoten van eigendom komt in hun woordenboek niet voor. Toch kunnen ze hun gronden ruilen. Zo versnel je de ecologische hoofdstructuur en komt er geld vrij. Met dat geld kun je andere dingen voor de natuur doen. Bos aanplanten bijvoorbeeld.''

Het Vechtdal ligt binnen de ecologische hoofdstructuur. Van de 11.000 hectare in de uiterwaarden moeten er nog 4.000 hectare als natuur worden ingericht, dat wil zeggen aangekocht of in particulier natuurbeheer worden gegeven. Een ,,gebiedsondernemingsplan'' moet ervoor zorgen dat in deze aantrekkelijke regio zonder intensieve landbouw toch geld kan worden verdiend. Het landschap moet worden onderhouden door boeren en boswachters. Grote gebieden moeten worden begraasd door zoogkoeien of speciale runderen. En in het algemeen moet de ,,beleving'' van het Vechtdal, dat vele miljoenen bezoekers per jaar trekt, versterkt worden.

Projectvoorzitter Berend-Jan Warmelink: ,,Er zijn in Nederland veel oudere mensen, vutters die hard hebben gewerkt in een ander gebied dan waar ze opgroeiden. Zij vragen zich af: wat zijn mijn roots? Zij zoeken binding met het landschap. Die binding hebben mensen afgekocht door een lidmaatschap van een natuurorganisatie.''

We rijden langs de vele landgoederen in het Vechtdal. Zoals het landgoed Vilsteren van de familie Cremers, dat een dorp en enkele boerderijen omvat, maar dat te lijden heeft onder de strenge milieuregels. Warmelink: ,,Vijftien jaar geleden stonden hier vijfhonderd koeien op tien verschillende locaties. Nu zijn er nog drie locaties over die elk een vergunning hebben voor honderd koeien. Dat is te weinig voor een betrouwbare bron van inkomsten op het landgoed. Wij zeggen: pas de regels zodanig aan dat de landbouw de economische drager van dit landgoed kan blijven. Houd in dit natuurgebied rekening met de bestaande functies. Houd het landgoed in de benen.''

Enkele kilometers verderop ligt landgoed Junne. Ook hier lopen de inkomsten terug, doordat pachtende boeren het voor gezien houden. Eigenaar is verzekeringsmaatschappij Delta Lloyd. Warmelink: ,,Er zijn steeds minder pachters te vinden. Om als bedrijf te overleven, moet je uitbreiden, en dat kan hier niet. Wij zeggen: zorg dat hier toch biologisch geboerd kan worden, geef subsidie, zorg dat boeren het landschap beheren.'' Er zijn ook andere manieren om inkomsten uit het landgoed te verwerven, zegt Warmelink. ,,Er liggen plannen om op Junne boerderijen om te bouwen tot appartementen.''

Enthousiast leidt Warmelink zijn bezoekers door het Vechtdal. Wie weet er dat in Ommen in 1918 de eerste Nederlandse scoutinggroep werd opgericht? ,,Daar is de plek'', wijst Warmelink. En wisten we dat de Indiase goeroe Krisnamurti in 1921 hier is neergestreken, op het Ommense landgoed Eerde, geschonken door een bewonderaar, baron Van Pallandt? ,,Kennis over dat soort dingen moeten we versterken'', zegt Warmelink. SBNL-voorzitter Piet Blauw knikt. ,,Het is hier te mooi om intensief te boeren.''