Column

Benard

Van sommige strenge dichters mag schavuit niet op affuit rijmen, terwijl zat nooit zijn straf uit weer wel mag. Ik zou het als Dichter des Vaderlands na de bijzetting van onze nationale vreemdganger wel geweten hebben. Vooral als ik het gedicht een paar dagen later, ofwel na het sappige interview met het ex-NSDAP-lid Bernhard zur Lippe-Biesterfeld in de Volkskrant, had mogen schrijven. Hoe zal dit ochtendblad afgelopen dinsdag op Huis ten Bosch ontvangen zijn? Ik vrees door een dampende en stampende Trix.

Een van de leukste onthullingen vond ik dat hij na de door Nederland verloren finale van het WK voetbal in 1974 een poging heeft gedaan om een paar vertegenwoordigers van onze regering van een Beiers dineetje te weren. Hij dacht natuurlijk: wij Duitsers hebben gewonnen en dat vieren we lekker met landgenoten onder elkaar.

Verder was het interview niet meer dan een bevestiging van jarenlang nationaal gekoesterde vermoedens: zijn huwelijk was een regelrechte farce, in Londen had hij zijn uniform meer uit dan aan, daarna trok hij decennia lang woest wippend over de wereld met als gevolg minimaal twee bastaardjes, het door hem gesmeekte smeergeld is voor 100 procent bij zijn buitenechtelijke mokkeltje terechtgekomen, het afgepakte uniform vond hij verschrikkelijk en verder had hij zijn lange leven lang schijt aan alles en iedereen. En vooral aan zijn vrouw, die hem naar eigen zeggen adoreerde. Ik kwam niet verder dan de gedachte: wat een onhebbelijk verwende zeikerd. Dat dat met Zijne Koninklijke Hoogheid moest worden aangesproken. Wat een grap!

Het is goed dat het nu allemaal bekend is. Al is het maar voor mammie, die zogenaamd heel blij was met de twee buiten de deur gefokte dochters van Zijne Koninklijke Hoogheid. Ik vrees dat dat wel meevalt. Iedereen weet dat mammies met veel dingen blij zijn, maar niet met de mededeling dat er in een of ander buitenland gezinsuitbreiding heeft plaatsgevonden. Vanaf nu houdt iedereen nog meer van die tikje wereldvreemde Juliana, die een kleine vijftig jaar in een echtelijke hel moet hebben geleefd. Als ik haar was, had ik me ook aan een Oibibiaanse zweefteef als Greet Hofmans vastgeklampt. Sterker nog: ik had me eindeloos in de Ursula-kliniek laten opsluiten.

Trix zal boos zijn, maar zich ook bevrijd voelen nu de lucht door haar vader zelf ontwolkt is. Hoewel? Ik denk dat hij alleen heeft toegegeven waar hij uiteindelijk niet meer onderuit kon. Het zou mij niet verbazen als er her en der nog meer koninklijke kindertjes rondsjouwen en dat het geld van Lockheed slechts een fractie is van alle nooit ontdekte smeerpoen.

De bijzetting van afgelopen zaterdag vond ik mooi. Vooral de drie F16’s als herinnering aan de befaamde Lockheed-affaire boven Delft. Een vrolijke knipoog van de overledene, tevens regisseur van zijn eigen feestje. Op hetzelfde moment rolde het jongensboek De prins spreekt van de persen en zaten Broertjes en Tromp zich te verkneukelen voor de televisie.

Alleen heeft Bernhard met dit boekje het werken van zijn oudste (?) dochter verder volkomen onmogelijk gemaakt. Hij is de grootste republikein van het land gebleken. Hij heeft de monarchie door zijn bekentenissen volledig ontmaskerd als één groot misverstand, een bordkartonnen wanvertoning. Alleen al dat er jarenlang op Koninginnedag een defilé langs deze diep ongelukkige familie is getrokken. Het domme volk was nog niet weg of pappie ging tot aan zijn kruin afgevuld met chablis en pink champagne zijn World Wildsexlife Fund verder organiseren.

Op deze pagina werd onlangs de vraag gesteld wat er met Soestdijk moet gebeuren? Ik denk dat we het moeten opdelen in de Greet Hofmansvleugel, een zweefliegclub waar mensen onder leiding van Irene met dolfijnen kunnen discussiëren en in de andere kant een luxe bordeel waar uitsluitend met smeergeld kan worden betaald.

En of we het koningshuis moeten opheffen? Integendeel. We houden ze. Mede dankzij Bernhard, Mabel en Margarita roep ik namelijk al jaren: ,,Het leven is wél leuk!”