Zó moet het (Gerectificeerd)

Ko van den Bosch' werk wordt bevolkt door losers die naar de sterren proberen te reiken. Ook in zijn versie van `Pygmalion', waarvan Pieter Kramer de regisseur is.

Een protest tegen burgerlijke schijnzekerheden en een provocerende afkeer van het conventionele theater. Het maken van ruimte voor de idiote logica van een wereld die zinloos is geworden. De redeneringen van de personages bewegen zich in een kring. Hun teksten brengen onverenigbare grootheden op een overmoedige manier met elkaar in verbinding en zijn inwisselbaar. En vaak slaat de vorm om in vormeloosheid. Zo omschreef de letterkundige Gero von Wilpert al in de jaren vijftig het absurde drama. Dat van Alfred Jarry en Eugène Ionesco, de grondleggers en voortrekkers. Dat van hun baldadige erfgenamen kon hij nog niet overzien. Hij wist dus nog niet dat één naam ook beslist in zijn rijtje thuishoort: Ko van den Bosch, de oprichter van het hardhandige groepje Alex d'Electrique.

Hun nieuwste voorstelling Painicilline bevat alles wat het absurdisme tot absurdisme maakt: cirkelredeneringen en ontsporende metaforen, botsingen van betekenissen en taalkundig verwarrende observaties, het moeizame overleven in een onlogische en nauwelijks kenbare wereld en het bezeren van de goede smaak. Waar natuurlijk ook typische Van-den-Bosch-elementen bij komen, zoals een opgefokte speelstijl, gemaltraiteerde lijven en figuren die elkaar in wisselende pacts naar het leven staan. Painicilline gaat over drie wetenschappers die genomineerd zijn voor een grote prijs. In een afgesloten ruimte wachten zij op de uitslag. Maar telkens als de telefoon gaat raken de mannen slaags. Zo groeit de vertwijfeling. En het heimwee naar een wereld die op zijn plaats valt.

De genomineerden kijken naar het Journaal en horen over henzelf: `Op verschillende plekken zijn de stoffelijke overschotten gevonden van drie wetenschappers.' Ineens moeten zij rekening houden met de mogelijkheid dat ze dood zijn. Dat de ruimte waarin zij op de prijsuitreiking wachten wellicht de wachtkamer is voor het hiernamaals. En waarvoor zijn zij eigenlijk genomineerd? Voor de Nobelprijs voor de Vrede? Of alleen maar voor Gene Zijde?

Noraly Beyer

Painicilline laat beide interpretaties open. Drie dagen voor de première probeert Van den Bosch, schrijver en regisseur ineen, een ideetje uit: geen anonieme stem maar Noraly Beyer van het NOS-Journaal moet het bericht lezen. ,,`Stoffelijke overschotten' is te lang', roept Beyer vanuit de montagekamer van het Amsterdamse theater Frascati. ,,Kan het niet `lichamen' worden? Dat scheelt één seconde.' Van den Bosch roept terug: ,,Hebben we dan nog wel een avondvullend programma?' Na een reeks steeds kortere versies zijn de technicus en de regisseur tevreden.

Een eind onder de montagekamer repeteren de acteurs een nieuw stuk tekst voor hèn. Genomineerde Raoul Maddawanny waagt het met een fietspomp op de zitting te verschijnen; hij is met zijn rijwiel gekomen en in een van de banden zit een gaatje. Waarop de anderen hem de les lezen: hoe durft hij, zo haalt hij alle glamour onderuit, hoe kunnen ze straks in het café dan nog chickies strikken? Martin Hofstra als Raoul verdedigt zichzelf sullig terwijl Dorus van der Meer en Raymond Spannet als zijn tegenspelers zichzelf met machopraatjes overschreeuwen. Van den Bosch grijpt in: ,,Het beste is als jullie je energie langzaam opbouwen.'

Daags na de première ziet Van den Bosch er afgepeigerd uit. Toch is hij tevreden. ,,Zoals Painicilline gisteren en eergisteren gespeeld is', zegt Van den Bosch bassend, ,,zó moet het en niet anders. De tekst moet bruusk en tegelijk zorgvuldig worden uitgesproken. De stijl: grotesk maar op de juiste plekken ingetogen. Zodat je een mengeling krijgt van absurde dialogen van mannetjes die te veel hun eigen façade aan het ophouden zijn en een aantal serieuze monologen over het hier en nu.' Waarbij de monoloog over de `Stoel van Sirpinsky' misschien wel de belangrijkste is.

,,Sirpinsky is een Poolse mathematicus die modellen heeft gemaakt voor een kubus zonder volume. Dat kreeg hij voor elkaar door in die kubus een oneindig aantal gaten te boren. In de voorstelling demonstreert Raoul hetzelfde met behulp van een stoel. Hij steekt er een betoog bij af over de kapitalistische maatschappij die steeds meer produceert dat steeds kleiner en onbenulliger wordt: dat is eenzelfde ontwaarding van betekenissen als een volumeloze stoel of kubus. En zo hebben die drie wetenschappers wel gesprekken maar ze leiden nergens meer naartoe. De betekenis trekt uit de woorden.'

Ko van den Bosch (47) en Alex d'Electrique horen al bijna een kwart eeuw bij elkaar. Het gezelschap won in 1980 de finale van het Cameretten-festival. Dankzij de brutale speelstijl van de jongens. Zij traden op in centra met dronken pubers die voor het theater moesten worden gewonnen. Wat vaak lukte. Want Alex verraste hen met explosies, smurrie, gemeen licht, ruige muziek en krankzinnig snelle tempi. Dat punkerige heeft de groep nog steeds, maar het aantal ontploffingen neemt af. ,,We willen onszelf niet herhalen met dat soort effecten', zegt Van den Bosch. ,,Het lijkt ook alsof het minder hóeft. Er zitten al zoveel special effects in de taal dat het te veel gedoe wordt om er nog meer bij te halen.'

In de oude voorstellingen zaten ook meer performances waarbij de acteurs zich met modder besmeurden of projectielen richting zaal lieten suizen. ,,Dat had te maken met een wens om de scheiding tussen publiek en spelers op te heffen. Je moet er de noodzaak toe voelen. Ik heb dat heel erg, want ik wil mijn teksten eigenhandig in het gezicht van de toeschouwer douwen. Martin Hofstra en Raymond Spannet hebben die drang niet. En ikzelf sta nu minder vaak in mijn eigen stukken.' Omdat hij samen met theatermaakster Ola Mafaalani een zoon heeft voor wie de zorg moet worden gedeeld. Dan kun je niet vijf maanden lang op tournee zijn, zegt de jonge vader verontschuldigend. Waarna hij dieper ingaat op zijn altijd van de buitenwereld afgesloten personages. Ze praten langs elkaar heen. Ze schieten elkaar neer of verhangen zich. Maar ze staan steeds weer op, voor de zoveelste gedreven monoloog. Hun gekte sloopt hen en houdt hen op de been. Ze zijn manisch en depressief, psychotisch en paranoïde en ook nog vaak verslaafd. ,,Omdat ze niet in ons systeem passen, dat steeds sneller gaat en steeds meer op geld en macht gefixeerd raakt. Omdat ze zichzelf en elkaar niet begrijpen. Dus stuwen de misverstanden hen voort.'

Losers zijn het maar ook helden, want ze geven de moed niet op. ,,Ze proberen groter te zijn dan hun taal hen toestaat, ze willen naar de sterren reiken.'

Ook in Pygmalion zit dat verlangen naar iets mooiers dan de lelijkheid van alledag. Van den Bosch herschreef het stuk voor het Ro Theater, dat het als kerstvoorstelling uitbrengt. ,,In mijn bewerking is Eliza een meisje in een havenstad die in staat wil zijn om iedereen overzee te begrijpen. Dat is voor haar het walhalla, daar wil ze zich voor klaarmaken door taallessen te nemen, maar uiteindelijk loopt haar streven vast. Uit gebrek aan liefde, of omdat andere mensen niet begrijpen waar zij het over heeft.' Een plat-Rotterdams dialect voor Eliza, te spelen door de daarin zeer bedreven actrice Loes Luca, vond Van den Bosch niet zo interessant. ,,Ik vond het boeiender om te kijken hoe je een kunstmatige platpraat kunt ontwikkelen voor iemand die onbeholpen met taalstructuren omgaat en die in haar naïviteit en onhandigheid toch ontroering teweegbrengt.'

Alle figuren in zijn universum hebben iets aandoenlijks, dankzij hun probleem. ,,Het probleem in Painicilline', zegt Ko van den Bosch, ,,is dat men genomineerd is. Daardoor staat het denken stil. Men wacht op iemand die iets van zijn gedachtegangen vindt. Een rare situatie.' Het verbaast de auteur van Painicilline hoeveel prijzen er zijn. Voor wetenschappers èn voor kunstenaars. Het verbaast hem ook dat die kunstenaars in een beoordelingsstructuur zitten waar mensen in commissies iets over hen vinden. ,,Kunst verdraagt eigenlijk geen beoordeling. Want de kunst van de een is niet met de kunst van de ander te vergelijken.' Het vierjaarlijkse advies van de Raad voor Cultuur is ook zo'n oneigenlijk oordeel. Alex d'Electrique kwam er slecht vanaf: het gezelschap zou zich artistiek niet meer ontwikkelen.

,,Op het moment dat ik door alle grote gezelschappen gevraagd word om een stuk voor hen te schrijven', zegt Van den Bosch kwaad en verbaasd, ,,is er met die artistieke ontwikkeling toch niet zo heel veel mis. En over Alex durf ik wel te beweren dat die met elke voorstelling een ander statement maakt. Het oordeel van de Raad is nonchalant en willekeurig.' Eén euroton moet Alex d'Electrique inleveren en dat tikt aan. ,,Het betekent dat we deze studio en de werkplaats moeten opdoeken, dat er acteurs weg moeten en dat we maar één productie per jaar kunnen maken. Dan stop ik er liever mee. Want dan kunnen wij ons artistiek niet meer ontwikkelen!'

Informele projecten

Er moet ook ruimte zijn voor informelere projecten, vindt de Alex-voorman. Voor spontaan gemaakte dingen als A Well Fucked Up Play. ,,Eén grote reisvoorstelling per jaar is niet voldoende. Je maakt zo'n voorstelling in twee maanden, dan gaat-ie eindeloos op tournee en het volgende jaar ga je weer door met het gezelschap: daar zit weinig schot in.' Van den Bosch vreest dat de Raad zijn oordeel baseerde op de voorstelling Gehavend. ,,Want vlak na Gehavend zei de Raad me dat wij te veel op een succesformule leunden. Gehavend was inderdaad niet sterk. Maar je hoeft toch niet doorlopend hits te maken? En na Gehavend hebben we Gaga gemaakt en Knuckles, het één een heel talig bouwwerk, het ander bijna een bewegingschoreografie: twee goede voorstellingen die alleen in zoverre op een succesformule leunden dat de pregnante stijl van Alex steeds aanwezig was.'

Die pregnante stijl stuit sommigen tegen de borst. Hij ontneemt wel eens het zicht op de filosofische inhoud. Ko van den Bosch, die kunstgeschiedenis studeerde, is een academicus met anti-academische neigingen. Voeg daar zijn voorliefde voor Samuel Beckett (,,vanwege zijn amorele leegte'), Dylan Thomas (,,vanwege zijn poëtische geronk') en Stanislaw Witkiewicz (,,vanwege zijn totale vermenging van kunst en leven') aan toe en het moge duidelijk zijn dat de leider van Alex niet in een aangeharkt straatje past. Zijn absurdisme vergelijkt hij met een hogedrukketel in z'n hoofd en de enige logica die daaruit ontsnapt is de logica van hemzelf. ,,Ze gaat gepaard met de wil van de figuren om door middel van energie te vatten wat er aan de hand is. Daarom noem ik het `energetische' logica. Die zorgt in mijn stukken voor samenhang. Schijnbaar dan, want de wereld zal nog wel even gestoord blijven.'

`Painicilline', t/m april 2005 op vele plaatsen in het land. Inl: www.alexdelectrique.nl of 020-6164004. `Pygmalion', t/m 18 maart 2005, inl.: www.rotheater.nl of 010-4047070.

Rectificatie

Foto Painicilline

De foto van de voorstelling Painicilline bij het artikel Zó moet het (17 december, pagina 21) werd toegeschreven aan Roel Rozenburg. De fotograaf is Sanne Peper.