VVD wil af van vmbo en mavo herstellen

De VVD wil af van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). De liberale partij wil terug naar de situatie van voor de invoering van het vmbo in 1999: een scheiding tussen op de praktijk gerichte vakwerkscholen en theoretische mavo-scholen. Leerlingen met leer- of gedragsproblemen moeten weer naar aparte scholen.

Dat staat in de notitie Oog voor ongekend talent, die vandaag is gelanceerd tijdens een symposium van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD. Het huidige vmbo, met 60 procent van alle middelbare scholieren, functioneert niet, meent de VVD. Het contrast tussen praktisch ingestelde leerlingen op het laagste niveau en theoretisch ingestelde leerlingen op het hoogste niveau is te groot. De uitval is hoog, aansluiting met arbeidsmarkt en vervolgonderwijs voldoet niet en het imago is slecht.

Met het herstel van de mavo wil de VVD de doorstroom naar de havo stimuleren. Behalve de scheiding tussen vakwerkschool, mavo en onderwijs voor probleemleerlingen, wil de VVD meer invloed van het bedrijfsleven op de inhoud van het onderwijs en de mogelijkheid om eventueel zonder vmbo-examen door te stromen naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Ook moeten er prestatieafspraken worden gemaakt met scholen om uitval terug te brengen.

Sinds de invoering van het vmbo is er veel kritiek op deze onderwijsvernieuwing. Doel was het opkrikken van de slechte reputatie van het voorbereidend beroepsonderwijs en verbetering van de aansluiting met het mbo. Beide doelen zijn niet bereikt. In de grote vmbo-scholen komen veel onderwijsproblemen samen: segregatie, overbelaste leraren, agressieve leerlingen. Politici en onderwijsmensen pleiten al lange tijd voor herziening, maar zijn beducht voor weer een hervorming vanuit Den Haag.

In eerste reacties op het VVD-plan toont werkgeversorganisatie VNO-NCW zich enthousiast. Organisaties uit het middelbaar onderwijs wijzen het plan echter af omdat men het vmbo tot 2007 met rust wil laten en omdat scholen nu al genoeg ruimte zouden hebben om eigen keuzes te maken.