Vorm voor een visioen

Met zijn rug tegen de verwarming zat de achtjarige Pieter Kramer in 1961 de langspeelplaat van My Fair Lady uit zijn hoofd te leren. Vier decennia later maakt hij bij het Ro-theater zijn eigen versie van My Fair Lady. Zijn Pygmalion, platvloers en wederopgebouwd is alleen niet gebaseerd op de musical uit 1956 maar op het oorspronkelijke toneelstuk van George Bernard Shaw uit 1916.

Bewerker Ko van den Bosch verplaatste de handeling naar naoorlogs Rotterdam. De rol van het onweerstaanbare bloemenmeisje dat tot nette dame moet worden omgebouwd wordt in poëtisch plat-Rotterdams gespeeld door Loes Luca. Al heeft Shaws toneelstuk niet het zoete einde dat de musical zo beroemd maakte, toch doet de opzet denken aan Kramers recente wapenfeit Ja Zuster Nee Zuster, de voorstelling, en later de film. Nostalgie, maar dan nét over the top; ongegeneerd bewuste, zalige onschuld.

Was persoonlijke nostalgie de reden dat Kramer Pygmalion wilde maken? ,,De eerste snede gaat het diepst'', zegt de regisseur aan het eind van een repetitiedag in een hoek van het Ro-theater. ,,My Fair Lady was voor mij de eerste keer dat ik een voorstelling zag, de eerste keer dat ik een voet over de drempel van een theater zette. Daarnaast is het een goed verhaal. Een liefdesverhaal, uiteindelijk, maar zonder dat dat er meteen al inzit. Een professor met al zijn gevoelens op slot, een meisje dat iets wil bereiken. Higgins wil iets creëren, en pas als hij klaar is, realiseert hij zich wat hij eigenlijk heeft gemaakt en hoeveel hij van zijn schepping is gaan houden. Daarmee is het stuk ook een metafoor voor mijn werk als regisseur. Als je een toneelstuk maakt, of een film, sluit je met de groep als het ware een weddenschap af, net als Higgins doet over Eliza. Pas als je klaar bent, weet je waar je eigenlijk aan gewerkt hebt.''

Eigenlijk is deze voorstelling Kramers tweede Pygmalion-verhaal op rij; hiervoor maakte hij de film Ellis in Glamourland, waarin Linda de Mol een bijstandsmoeder speelt die onder leiding van Joan Collins een miljonair aan de haak probeert te slaan. Het is geen wonder dat verhalen van safari's in andere kringen Kramer aanspreken; hij heeft lak aan sociale codes.

Jarenlang ging Kramers naam schuil achter die van Arjan Ederveen en Tosca Niterink, beter bekend als Theo en Thea. Met Ederveen maakte hij de quasi-documentaireserie 30 Minuten. Vervolgens vond hij met de leden van theatergroep Mug met de Gouden Tand de anti-soap uit met Hertenkamp. Kramer gedijde op de hybride; de sluipende parodie, het serieus uitserveren van hilarisch-slechte smaak, het vermengen van genres en het tarten van kijkersverwachtingen waren lang zijn handelsmerk. In de loop der tijd is hij toegankelijker gaan werken; bij Ja Zuster Nee Zuster zat hem het `extra' alleen nog in de nadrukkelijke kunstmatigheid van de filmmusical.

Bewerker Ko van den Bosch volgt Shaw nauw. Alleen heet professor Henry Higgins hier Hannie, en is ze lesbisch. Waarom?

,,Olga Zuiderhoek leek mij de ideale professor Higgins, en dat stuk heeft zoiets net nodig. Als heterovrouw begeerd door een lesbienne krijgt Eliza iets extra onbereikbaars. Daarnaast was er nog een ander oud idee. Ik heb met Arjan Ederveen lang een aflevering van 30 Minuten willen maken waarin hij als Anna Blaman te zien zou zijn in verloren gewaande filmpjes. Maar Arjan kwam niet door haar werk heen, en kon dus niet begrijpen wie zij was. De hele sfeer van Anna Blaman is nu bij Hannie Higgins terechtgekomen.

,,Ik wilde graag iets maken over de begintijd van de flikkerij. Daar zit een onbedorvenheid in die me ontroert, alles moest nog ontdekt worden. Ter voorbereiding op de voorstelling hebben we hier een lesbische salon georganiseerd, waarin dames herinneringen ophaalden aan naoorlogs lesbisch Rotterdam. Geweldig, zoals ze erover vertelden. Zoals flikkers ervan houden met vrouwelijke dingen bezig te zijn, zo hielden lesbo's ervan mannelijke codes te overschrijden. Jenever kon je als vrouw in een café bijvoorbeeld niet bestellen. Vandaar de jenever en sigaren als ze onder elkaar waren. Zo onschuldig en romantisch, had ik toen maar geleefd.''

Is het verlangen naar het schoongewassen Nederland dat uit, bijvoorbeeld, Ja Zuster Nee Zuster spreekt oprecht? Of moeten we het ook zien als commentaar op de vertrutting van Nederland?

,,Nederland vertrut, dat is waar. Volgens de wet worden we nu zelfs geacht een waarschuwingsbord in de foyer te zetten als er in een toneelvoorstelling gerookt wordt. Maar mijn voorstellingen zijn geen vooropgezet commentaar op die ontwikkeling. Het verlangen dat eruit spreekt, naar een wereld die overzichtelijker en op de een of andere manier simplistischer is, is oprecht. Ik vind het leven verwarrend, houd me moeilijk staande. Ik zou nog het liefst in een dorp wonen, met maar één krant, één televisiezender en één soort yoghurt in de supermarkt. Ik was laatst in een enorme Albert Heijn, stond daar vertwijfeld tegenover een muur van verschillende soorten yoghurt. Komt daar een jongetje dat tegen zijn vader zegt: `Ze hebben hier ook niets!' Want zíjn soort yoghurt zat er niet bij.''

U zou zich vast doodvervelen in dat dorp.

,,Nee dat denk ik niet. Vergeet niet: het maken van een voorstelling is heel beschermd. Je kruipt als een familie bij elkaar, sluit je af voor de buitenwereld. Als ik in zo'n familie de vader of de moeder mag spelen, ben ik allang tevreden.''

Maar gesteld voor de keuze tussen voorstellingen maken over die verwarrende wereld en de ontsnappingsroute, kiest u voor de ontsnappingsroute.

,,Ik geloof niet dat ik behoefte heb om nog eens te zeggen dat de wereld verwarrend is, als ik dat zo ervaar. Ik vind het eerlijk gezegd ook vaak niet werken, de mensen de narigheid nog eens in te wrijven. Ik denk dat dingen met een lach en een traan veel effectiever overkomen, wrange humor werkt veel beter dan één op één gesomber. Je zult mij niet betrappen op enkel `komische' humor. Alleen maar leuk vind ik ook niet goed, maar gortdroog interesseert mij evenmin. Ik heb in de horeca gezeten, organiseer nog steeds graag feesten. Het zit wel in mij om het mensen naar de zin te maken.

U leefde zich uit op de precieze vormgeving van Ja Zuster Nee Zuster, een orgie van jaren zestig nostalgie. Voor Ellis in Glamourland kocht u de Blokker leeg. Bij Pygmalion springt het decor, naoorlogs Rotterdam, opnieuw in het oog. Begint een voorstelling voor u met vorm?

,,Ik ben groot geworden in de tijd van het politieke toneel; bij groepen als Proloog mocht je geen plan lanceren als je niet eerst precies wist wat je ermee wilde zeggen. Van daaruit moest je de voorstelling bouwen. Dat kon ik toen niet, ik kan dat nu nog niet en ik geloof ook niet dat het zo werkt. Een tevoren vastgestelde inhoud of boodschap is vaak een fuik van voorspelbaarheid. Ik heb vooraf nog geen woorden voor wat ik wil vertellen, daarom wil ik nou juist die voorstelling maken. Ik weet alleen wat ik wil zien en wat niet. Ik ben in de ban van een visioen, en langzaam probeer ik dat vorm te geven. Wel leer je in de loop der jaren steeds beter wat je weg moet laten, wat bij jou hoort. Veel toneel gaat over grote dingen. Een moord, een gruwelijke ontdekking, een groot verdriet. Maar geef mij maar iets kleins. Iemand die op een cursus gaat, dat is voor mij veel dichterbij. Een aarzelend mens in zo'n nieuwe omgeving; dat ontroert mij.''

U heeft lang een unieke voorkeur gehad voor campy slechte smaak, maar inmiddels is camp gezonken cultuurgoed.

,,Ik denk wel eens: de dubbelzinnigheid van Hertenkamp zou nu veel beter begrepen worden, dat is eigenlijk gewoon te vroeg uitgezonden. Anderzijds; ik ben elitair in de zin dat ik alles wat mode wordt, ontvlucht. Ik kan geen foute jaren zeventig-kleding meer zien. Ik kick niet langer op het choqueren met slechte smaak; dat is inderdaad gemeengoed geworden. Het gaat me nu eerder om het onverwachte, ongrijpbare. Ik doe veel inspiratie op bij moderne dansvoorstellingen, zoals die van Alain Platel of Wim Vandekeybus. Dat type voorstelling is onlogisch, autonoom. Ik begin dat persoonlijk heel prettig te vinden, dat niet alles meer begrijpelijk is, dat je overgangen moet aanvoelen. Iets wat niet wordt voorgekauwd, gewoon ís, heeft een speciale aantrekkingskracht.''

Ook het mengen van high-brow en low-brow gebeurt inmiddels overal. Heeft u wel eens het gevoel dat u wordt ingehaald door de tijdgeest?

,,Het is zelfs volkomen omgedraaid. Dat wij Marco Bakker zichzelf lieten spelen in het Tenenkaasimperium – dat was in 1989 nog nooit vertoond. Nu kun je geen film meer maken als er geen `naam'in zit, en dan bedoelt men steevast iemand als Katja Schuurman. Helemaal onzin is dat niet natuurlijk. Ik redeneer ook in de trant van: `Loes Luca, Olga Zuiderhoek en My Fair Lady, dat zou wel eens publiek kunnen trekken.' Het is onzin om je niks van dat mechanisme aan te trekken, maar je moet je er ook weer niet door laten leiden. Het gaat erom dat je je eigen gang gaat. Er blijven slimme manieren om overal tussendoor te fietsen.''