`Volkerak-Zoommeer niet zout maken'

Twee dammen hebben twintig jaar geleden de Oosterschelde verkleind. Het nieuwe Volkerak-Zoommeer blijkt nu vies. Kan het weer zout worden? Boeren zeggen van niet.

Zoet of zout, dat is de kwestie.

Sinds een jaar of tien woekert de giftige blauwalg in een van de grootste zoetwatermeren van Nederland, het Volkerak-Zoommeer op de grens van Zuid-Holland, Noord-Brabant en Zeeland. Zwemmen in de `groene soep' is 's zomers gevaarlijk. Varen is geen pretje door de stank. Voor de landbouw is het water in warme zomers onbruikbaar. Er is vissterfte. En twee jaar geleden werden vijfduizend dode watervogels aangetroffen in en langs de oevers van het meer, een volgens het ministerie van Verkeer en Waterstaat ongekend hoog aantal, dat nog nergens ter wereld vertoond is.

Het meer is onverwachts vies geworden, doordat het water er stilstaat en doordat er veel meststoffen in worden geloosd via de West-Brabantse riviertjes. De oplossingen zijn even talrijk als ingewikkeld. Moeten de Brabantse boeren minder mest gebruiken of heeft zo'n reductie pas over enkele decennia effect? Moet zout water uit de Oosterschelde worden ingelaten om daarmee de blauwalg te verdelgen, met alle voordelen voor de natuur maar negatieve gevolgen van de landbouw van dien? Of volstaat het om het achtduizend hectare grote meer regelmatig door te spoelen met zoet water uit het Hollands Diep, met alle problemen die dat weer met zich meebrengt?

De boeren willen maar één ding: zoet water. Gisteren kwamen de boeren in groten getale naar de eerste hoorzitting in het Zeeuwse Rilland over mogelijke oplossingen voor de kwestie, zoals beschreven in een planstudie en in een startnotitie voor het milieu-effectrapport. Over anderhalf jaar moet de politiek een definitief besluit hebben genomen over dit onvoorziene effect van de Deltawerken.

Vooral de boeren op Tholen en Sint Philipsland zit de kwestie hoog. ,,Als wij geen zoet water uit het Zoommeer kunnen halen, redden wij het niet'', zegt Pieter Abrahamse die op zijn bedrijf aardappelen, tulpen en liatris teelt. In de maanden dat de blauwalg het innemen van water onmogelijk maakt, haalt de plantenteler met vrachtwagens water uit het Schelde-Rijnkanaal. Een dure oplossing. ,,Het is misschien slimmer om thuis gewoon de kraan open te draaien.'' Er is ,,gigantisch veel behoefte aan zoet water'', zegt akkerbouwer Johan van der Wel uit Tholen. ,,Zelfs in dit natte jaar heb ik elders water moeten halen.''

Maar vóór 1987 waren de boeren toch ook omringd door zout water? Dat was een andere tijd, zeggen ze. Boeren gaan met hun tijd mee, ze hebben meer zoet water nodig door de intensivering van de teelten, en bovendien rukt het zoute kwelwater tegenwoordig op. ,,Het meeste opgepompte grondwater is hier zout'', zegt Henk van Damme namens de bloembollentelers in Zuidwest-Nederland. Je hebt een flinke zoetwaterbel in het Volkerak-Zoommeer gewoon nodig, zeggen de boeren, als tegendruk voor het oprukkende zout.

Het Volkerak-Zoommeer is in 1987 ontstaan na de aanleg van de Philipsdam en de Oesterdam. De aanleg van deze twee dammen heeft alles te maken met de afsluiting van de Oosterschelde, het grootste karwei van de Deltawerken. Na een brede maatschappelijke discussie en veel politiek gekrakeel werd in de jaren zeventig besloten de Oosterschelde niet af te sluiten, maar te beveiligen met een stormvloedkering die uiteindelijk 3,8 miljoen euro heeft gekost. Een halfopen kering was beter voor de natuur, zo was de gedachte, vooral voor schelpdieren en de schorren en slikken. Om voldoende tijverschil te houden, moest dan wel de oppervlakte van de Oosterschelde worden verkleind. Met de bouw van twee dammen werd het Krammer-Volkerak van de Oosterschelde afgesloten en ontstond bij Bergen op Zoom het Zoommeer. De schorren en de slikken in het nationaal park de Oosterschelde zijn inmiddels echter aan het verdwijnen, schelpdieren zijn er nog wel. Nee, zegt Ron Vroegop, projectleider van de planstudie bij Rijkswaterstaat, de blauwalg is niet het bewijs dat de Deltawerken ondoordacht zijn aangelegd.

Natuurbeschermers pleiten al enige tijd voor een hernieuwde verbinding tussen de zoute Oosterschelde en het de zoete wateren van het meer. Maak een flinke aanpassing aan de Philipsdam of de Oesterdam voor het inlaten van zout water, en combineer deze maatregel met het plan van het rijk om het enorme meer in tijden van nood te gebruiken als bergingsgebied voor overtollig rivierwater. Zo ontstaat een typisch Nederlands systeem van `estuariene dynamiek', zeggen de natuurbeschermers. En zet dan gelijk de waterpeilen maar wat hoger, suggereerde gisteren de Vereniging Natuurmonumenten.

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat temperde gisteren alvast de verwachtingen van de natuurbeschermers. Geld voor een grote inlaat is er vermoedelijk niet, aldus Willem-Jan Goossen van directoraat-generaal Water.