Veiligheidsdiensten Algerije achter dood van 5.200 burgers

Leden van de Algerijnse veiligheidsdiensten zijn verantwoordelijk voor de dood van 5.200 burgers die zijn verdwenen tijdens de bloedige oorlog tussen het Algerijnse regime en moslimextremisten in de jaren negentig. Zij dienen te worden berecht, aldus een door de Algerijnse regering benoemde onderzoeker.

,,Maar de staat zelf heeft geen misdaad gepleegd'', aldus de onderzoeker, Farouk Ksentini in een vraaggesprek met het persbureau Reuters. Volgens hem hebben ,,agenten van de staat deze illegale daden gepleegd''. Ksentini is door president Abdelaziz Bouteflika aangewezen om de verdwijningen te onderzoeken.

Het aantal Algerijnen dat door de moslimextremisten is gedood wordt geschat tussen de 100.000 en 200.000. Ksentini houdt het op ruim boven de 100.000. De veiligheidsdiensten worden er al lange tijd van beschuldigd eveneens veel doden op hun geweten te hebben; hoeveel is volstrekt onduidelijk.

Vorig jaar zei Ksentini al ervan uit te gaan dat 7.200 mensen waren verdwenen en waarschijnlijk gedood, maar dit was de eerste keer dat hij duizenden verdwijningen uitdrukkelijk aan leden van de veiligheidsdiensten toeschreef. In Algerije, waar het leger een dominante rol speelt, was publieke discussie over de rol van de veiligheidsdiensten in moordpartijen tot dusverre taboe. Maar Ksentini zei dat ,,de families een recht hebben de waarheid te kennen over wat er met hun geliefden is gebeurd''.

Ksentini zal naar verwachting in maart zijn rapport aan Bouteflika overhandigen. Zijn onderzoek is onderdeel van de presidentiële politiek van nationale verzoening om het land te herenigen. De opstand barstte los nadat het leger rond de jaarwisseling van 1991/'92 de verkiezingen hadden geannuleerd die op het punt stonden te eindigen in een moslimfundamentalistische overwinning. Hoewel nog steeds bloedig geweld in Algerije wordt gemeld, hebben de veiligheidsdiensten de opstand sinds enkele jaren grotendeels bezworen.