Trouw maar met dat grote sekreet

De hoofdpersoon van Empire Falls, de nu vertaalde roman van Richard Russo, is de grootst mogelijke antiheld die je je kan indenken. Miles Roby is de vriendelijkheid zelve, maar ook een ongehoord passieve sukkel. Als kind al trok hij zich het lot aan van een kreupel, hysterisch aangelegd meisje, terwijl hij eigenlijk verliefd was op een vrouw met grote borsten; zijn echtgenote verlaat hem voor een twintig jaar oudere gebruinde sportschoolbeheerder; hij schildert gratis en voor niets de kerktoren terwijl hij hoogtevrees heeft; zijn dronken vader drijft voortdurend de spot met hem; hij laat zich vernederen door een rijke, valse weduwe en alsof dat allemaal nog niet erg genoeg is, is hij ook nog eens de beheerder van een restaurant zonder drankvergunning. Miles Roby is kortom het type kleurloze aardige man, om niet te zeggen grijze muis.

De proloog van Empire Falls is overweldigend goed. In enkele pagina's schetst Russo de geschiedenis van een dorpje in Maine waar al generaties lang de familie Whitening het leven van alle inwoners beheerst. Zij werken in fabrieken die het eigendom van de familie zijn. De mannelijke tak van de Whitenings houdt er een eigenaardige gewoonte op na: de mannen trouwen met sekreten om na een tijdje geen andere uitweg te zien dan hun echtgenote te vermoorden. Het verval van de familie zet zich in wanneer zowel de grootvader als de vader van de jongste Whitening er, ondanks serieuze pogingen, niet in slaagt de vrouw om zeep te helpen. Wanneer de jongste telg zelfmoord verkiest boven de moord op zijn vrouw, is de ondergang van de familie en het dorp definitief.

Hoe het het dorpje Empire Falls vervolgens vergaat, vertelt Russo aan de hand van Miles. Heen en weer geslingerd tussen herinneringen en alledaagse beslommeringen krijgt de lezer een beeld van vele (oud-)inwoners. Ze hebben één ding gemeen: ze hopen allen op betere tijden. Op economisch vlak lijkt dat ook te gebeuren met de dood van de laatste erfgenaam van de Whitenings, de nare weduwe. Maar ondertussen is het dorp ook ten prooi gevallen aan een typisch Amerikaans plattelandsdrama: een getergde en getreiterde jongen schiet enkele klasgenoten neer.

Russo kreeg voor deze roman in 2002 de Pulitzer-prijs. Toch valt Empire Falls na de meesterlijke proloog nogal tegen – een euvel waar Russo's werk vaker aan lijdt, zoals in zijn voorlaatste roman Straight Man, die zich afspeelt binnen het universitaire milieu. Ook hierin viel je bijna van je stoel na het lezen van de proloog, maar daarna volgde er een verhaal dat, hoewel vlot en geestig geschreven, te rustig voortkabbelt. Hetzelfde gaat op voor Empire Falls: goed geschreven, vlot verteld en de personages worden treffend beschreven. Vooral Max, de vader van Miles, heeft een dankbare rol, die straks in de aangekondigde verfilming overigens vertolkt zal worden Paul Newman. Max is namelijk iemand die geen blad voor de mond neemt, aan wie elke vorm van hypocrisie vreemd is, die open en bloot iedereen tot last is en uitstekend functioneert `binnen een persoonlijke levensfilosofie van de twee woorden: `Ja, en?' Maar het is allemaal niet voldoende om de lezer een hele roman lang te boeien. Russo had het beter bij de proloog kunnen laten in plaats van er nog bijna zeshonderd pagina's aan vast te plakken.

Richard Russo: Empire Falls. Uit het Engels vertaald door Sandra van de Ven. Signature, 584 blz. €24,95